Bijna iedere dag muziek: Bill Evans

Als het om jazz gaat in combinatie met piano zijn er twee groten wat mij betreft: McCoy Tyner en Bill Evans. En met groot bedoel ik: uniek en invloedrijk. Bill Evans (1929-1980, Plainfield, USA) staat met zijn speelstijl voor een aparte stroming en (leer)school in de jazz: cool. Voor zijn luisteraars is Evans vooral een stemming. Evans zou van invloed zijn op navolgers als: Herbie Hancock, Brad Mehldau, Chick Corea en Keith Jarrett om er maar een paar te noemen. Evans stijl is nogal nadrukkelijk beïnvloed door klassieke componisten als Ravel en Debussy. Zijn stijl is lyrisch, introvert, relaxed, maar vooral nieuw door die Europese klassieke invloeden.

Bill Evans leerde zijn navolgers toch vooral op techniek en harmonie te studeren zodat hun inspiratie tot maximaal resultaat zou leiden. Zelf werkte hij hard aan die speciale Evans-touch, die fijnzinnige, speciale toon, die hij uit zijn piano wilde horen. Evans was een voorstander van de eigen plek die drums en bas moesten hebben in het trio dat hij als basis voor zijn optredens koos.

Moeite had Evans met de veeleisende muziek-industrie, waarmee hij het liefst weinig van doen had. Hij sloot zichzelf buiten en koos voor de drugs als bescherming tegen die boze buitenwereld. Aan de verslaving aan cocaïne overleed hij tenslotte. Na zijn dood bleek dat er een enorm aantal opnames van zijn trio waren. Die zijn tot op de dag van vandaag te horen. Een selectie daaruit volgt hieronder. Omdat er zoveel Evans trio te vinden en te horen is, volgt hier een wijze raad: met mate.

 

Thomas Rosenboom: de ontdekking van een mierenhoop

Hij raapte een stok op en met het schepnet in de andere hand schreed hij voorwaarts, beschroomd, zonder zijn ogen nog af te laten van de mierenhoop. Op een platte steen bleef hij stilstaan, vlak voor het nest dat van hier af met de eik op een lijn lag. Kleine spatjes zonlicht besproeiden de wollige, heuphoge verhevenheid waarin hij uit alle macht de wemel van talloze mieren trachtte te ontdekken, maar de aardhoop scheen ontvolkt. Reeds liet hij stok en schepnet beduusd wat zakken toen hij, heel geleidelijk aan en niet door zijn ogen nog meer in te spannen maar enkel door te blijven kijken, als naar een sterrenhemel, een nerveus beweeg ging ontwaren op het oppervlak van naalden en twijgjes, een krioelende schaduw die echter steeds tastbaarder werd en allengs ook tot de substantie van de aardhoop zelf scheen te gaan behoren; de duizenden mieren, in hun volstrekt ernstige wanorde, leken wel een onscheidelijk bestanddeel te zijn van hun eigen bouwwerk, ze maakten er deel van uit als luchtbellen van kokend water.

Uit: Het zoute water, verscheen in De Revisor, nummer 1, 1989

Thomas_Rosenboom, wikipedia.orgbron foto: wikipedia.org

Thomas Rosenboom (1956, Doetinchem)

Bijna iedere dag muziek: Elvis (the Pelvis) Presley

Elvis Presley (1935-1977, Tupelo, USA) is een cultureel fenomeen. Hij was de eerste die rock and roll voor de massa populair maakte. Sloeg een brug tussen zwarte en witte muziek en schudde de bestaande normen en waarden, niet alleen met zijn onderlichaam, op. Presley was het eerste popidool.

Presley kwam uit het zuiden van de VS. Werkte bij de legendarische Sun Records-studio en mocht singles gaan opnemen. Zijn eerste singles werden in de VS hits (waaronder Heartbreak Hotel). We hebben het over de jaren 50, vorige eeuw. De eerste nummers waren rockabilly, een uptempo-versie van country and western en rhythm and blues.

TV-optredens zetten Presley definitief op de kaart. Zijn platen werden grote hits en zijn fanschare groeide, wereldwijd. Hier was iets bijzonders aan de hand. In het na-oorlogse Amerika was de behoefte groot om normen en waarden aan de kant te zetten. De oude deugden niet want die hadden geleid tot WO 2. Het jonge publiek kende economische voorspoed en koopkracht. Er ontstond een jeugdcultuur met allerlei sub-culturen als gevolg. Individualistische ontplooiing werd een belangrijke kwestie.

Elvis ‘the Pelvis’ sloot met zijn muziek naadloos aan bij deze tijdsgeest. Zijn optredens waren wild, energiek, seksueel provocerend; de versmelting van multi-etnische invloeden in de muziek viel samen met de opkomst van de Amerikaanse burgerrechten-beweging.

Presley zelf ging steeds meer lijden aan deze populariteit en deze rol waarin hij gedwongen terecht kwam. Met drank en pillen hield hij zich staande tot dat de dood toesloeg. Op 42-jarige leeftijd overleed Presley aan een overdosis. Zijn teloorgang had al ingezet. Hij stierf, in stijl, als een waar popidool.

Bijna iedere dag muziek: Maria Callas

Maria Callas (1923-1977, Manhattan, USA), opera-zangeres, geboren uit Griekse ouders. Kent een dramatisch leven waarin gebroken liefdesrelaties bepalend zijn. Al vroeg werd duidelijk dat de Griekse meer kwaliteiten bezat dan mooi zingen. Haar zanglerares besloot dat ze geen alt was maar dramatische sopraan. Callas had de gave haar zang te stoelen op diep ingevoelde emotie. Met een uit duizenden herkenbare stem (een uniek timbre), zong ze meeslepend en vol overtuiging vanuit het hart. Dat raakte haar gehoor (bijna) altijd. En mij vooral bij het horen van dit nummer: o mio babbino caro, geschreven door componist Puccini. Callas was ook een goed toneelspeelster. De combinatie van sterk ingeleefde emotie in combinatie met ingevoeld spel, maakte haar een wereldwijd fenomeen. Haar begrafenis in Parijs trok 10.000-den belangstellenden. Ze werd begraven op het kerkhof Père-Lachaise, waar nog altijd een gedenkplaat aan haar herinnert. Later werd haar as verstrooid voor het eiland Skorpios in de Ionische Zee.

Bijna iedere dag muziek: Johnny Cash

Johnny Cash (1932-2003, Kingsland, USA) is vooral The Man in Black. Een titel van een zelfgeschreven lied waarin hij uitlegt waarom hij meestal zwart gekleed gaat. Het was een statement, gemaakt tijdens een roerige periode in zijn leven. Johnny Cash was een uitgesproken country-zanger, gitarist, singer-songwriter en daarnaast nog acteur en schrijver. Cash was invloedrijk en veelzijdig. Gezien zijn handel en wandel zou je hem a rebel with a cause kunnen noemen. Drank en drugs waren hem niet vreemd en dus een probleem. Hij was gelovig; zette zich in voor de rechten van de American Natives. Beroemd waren zijn optredens in San Quentin en Folsom Prison. En met Bob Dylan werkte hij samen op diens Nashville Skyline.

De levenswandel van Cash was een boek, of nee, een film waard. Die film kwam er ook. Zijn laatste jaren maakten hem fameus doordat hij een meesterlijke hand bleek te hebben om zijn naderende dood onder ogen te zien. Zijn laatste albums stonden in het teken van die dood. Met zijn kenmerkende bariton zong hij nummers van anderen (The Mersey Seat van Nick Cave, bijvoorbeeld). Hij bereidde zich voor op een welverdiende plek in zijn hemel.

Bijna iedere dag muziek: Chet Baker

Het is het uur van de lamlendigheid, de verveling. Het moment waarop het feestgedruis allang verwaaid is. Er bestaat behoefte aan een rustige toon. Muziek die het gat vult tussen energie en dynamiek. Opladen. Dat gaat het beste met de melancholie van jazz-trompettist en zanger Chet Baker (1929-1988, Yale, USA). Een man met een ongekende cultstatus. Een jonge veelbelovende prins met coole looks (zonnebril op binnen), die een leven lang strijdt tegen status, drugs en drank en uiteindelijk dramatisch om het leven komt in Amsterdam. Maar onsterfelijk is geworden door zijn muziek. Waarvan hier een paar voorbeelden. Chet forever!

Thomas Lister, Lord Ribblesdale door John Singer Sargent

lord ribblesdale, john singer sargent

‘Een fenomenaal portret waarmee de schilder in de voetsporen van Van Dyck en Holbein trad. We zien een ranke, knappe en statige man, met een hoekig gezicht dat bij een aristocraat past. Kijk naar zijn schouders, dat zijn geen gewone schouders, maar power shoulders. Hendrik de Achtste had ook van die machtige schouders, net als Margaret Thatcher trouwens. Het portret toont niet alleen Ribblesdale, maar ook de ultieme aristocraat.’

Uit: VK Magazine, 16 november 2019; historicus David Starkey gidst langs zaken die hij mooi vindt