Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Jordan Casteel kleurt haar omgeving

jordan casteel 1jordan casteel 2jordan casteel 3

Jordan Casteel (1989, Denver, USA) is ‘hot’ in de VS. Haar werk verkoopt en is populair. Geboren in Denver, verhuisde ze naar Harlem, New York. Daar trekt ze met enige regelmaat de wijk in met haar foto-camera. Foto’s zijn de basis voor haar schilderijen, zoals aan de poses te zien is. Haar portretten van buurtbewoners zijn groter dan echt. Lichtval, kleur en de manier waarop Casteel met verf en kwast omgaat, maken haar schilderijen uniek en opvallend. Belangrijk onderdeel van het schilderij is altijd de omgeving waarin de geportreteerde zich bevindt.

Uiteraard schildert Casteel portretten van zwarte mensen, maar op de schilderijen zien we de geschilderde mensen zelden in die kleur. Wel in groen, paars of zelfs een beetje bleekjes. Casteel doet dat om te laten zien dat we (voor)oordelen over die kleur, onbewust of bewust. Ze schildert figuratief omdat ze niet anders zegt te kunnen. Ze maakt portretten omdat zwarte mensen zelden of nooit op een schilderij te zien zijn en al helemaal niet geschilderd door een jonge, zwarte, zelfbewuste vrouw. Dat ze kiest voor groepsportretten en naakten, is een onderdeel van de bewustwording die haar kunst los moet maken.

jordan casteel 4jordan casteel 5jordan casteel 6

Grunberg en de troostrijke humor van Buster Keaton

Bent u op zoek naar troost? Er bestaat geen zoetere troost dan die van de slapstick’ aldus Arnon Grunberg in 1 van zijn essays. In dat essay gaat het over Charlie Chaplin (‘genoodzaakt om geld te vinden of een vrouw’), Groucho Marx (‘lijkt op God’), maar vooral over Buster Keaton (‘ziekelijk verlegen, veel goede bedoelingen, beleefd en voorkomend’).

In bijna al zijn films speelt Buster Keaton iemand die gedwongen wordt zijn passiviteit op te geven en het geluk te slaan waar hij het maar kan raken.

(..)

Het verhaal en de karakters in de films zijn zo simpel mogelijk. Het eigenaardige is dat zijn films daardoor niet aan geloofwaardigheid inboeten, maar juist aannemelijker worden. (..) Slapstick en complexiteit verdragen elkaar slecht. Misschien is de werkelijkheid ook wel veel simpeler dan wij zouden willen. Het is alleen wat onaangenaam die onversierde werkelijkheid in het gezicht te zien.

(..)

Buster Keaton begreep het absurde net zo goed als Hamlet, maar hij maakt er komedie van.

In The Cameraman uit 1928 ontmoet fotograaf Keaton een meisje waar hij voor valt. De hele film gaat over de pogingen van Keaton om met dit meisje af te spreken. Als ze een date hebben gaan ze naar Coney Island, naar een zwembad. Het is er druk. Buster moet zijn kleedhokje delen met een dikke man. Wat volgt noemt Grunberg: ‘1 van de mooiste scenes die Keaton gedraaid heeft, en hoe dan ook, 1 van de mooiste scenes die ik ooit in de bioscoop heb gezien.’

Kafka heeft in Die Verwandlung beschreven wat voor nachtmerrie het kan zijn als je in een insect bent veranderd. Keaton is naar mijn idee subtieler. Hij laat namelijk niet iemand zien die in een insect veranderd is. Hij maakt duidelijk hoe het is wanneer iemand zich als een levensgroot insect voelt.

https://youtu.be/UWEjxkkB8Xs

Uit: Platgedrukt in een badhokje, NRC Handelsblad, 19 mei 1995

Buster Keaton (1895-1966, Piqua, USA)

De kenmerken van Paul Thomas Anderson’s films

Paul Thomas Anderson (1970, Studio City, USA) werd in den beginne vaak vergeleken met filmmaker Robert Altman. Reden: de ensemblefilm en de verweven verhaallijn. Veel personages, gelaagde plots, ongebruikelijke visie op alledaagse situaties. Dit alles verweven in films die de tijd nemen om het verhaal te vertellen. Anderson schreef en regisseerde zijn eigen complexe films. Thematisch zijn er overeenkomsten, zoals in bijgaande clip duidelijk wordt.

Zijn filmstijl is ondertussen ontwikkeld tot een opmerkelijke. Boogie Nights (1977) was zijn doorbraak. Daarna volgden meesterwerken als: Magnolia, Punch Drunk Love, There will be blood en The Master. Anderson werkt vaak met dezelfde acteurs.

Mijn belangstelling voor Anderson’s films zit vooral in het humanisme van zijn vertellingen en de sympathie die hij opwekt voor zijn hoofdpersonages. Zijn soms wat excentrieke hoofdpersonen laten altijd zeer herkenbare karaktertrekken zien. Ondertussen leveren zijn films behoorlijke kritiek op onze moderne (neo-liberale en veramerikaniseerde) levenswijze.

Bijna iedere dag muziek: Thelonius Monk

Een pianist in een nauwsluitend, drie-delig kostuum. Zwetend, met open mond spelend. Een platte hoed op. In een niet nader genoemde studio. Zijn vingers lijken kort en dik. De patserige juwelen om zijn hand die de solo speelt. De noten worden zowat gehamerd. De dynamiek laat harde en zachte noten horen. Die zachte noten worden met zwier en liefde vertolkt. Ik hoorde blues, de rivier de Mississippi stromen en zag New Orleans. Het zwart-wit filmpje concentreert zich op de piano-spelende man, die alle aandacht opeist. Maar tussendoor zien we de rest van het gezelschap. Mannen die zich moeten vermaken omdat ze even niet mee mogen doen. Even het genie met rust moeten laten. Een merkwaardig filmpje dit, met jazz-grootheid Theolonius Monk (1917-1982, Rocky Mount, USA) in de hoofdrol. Misschien zegt dit filmpje ook wel meer dan duizend woorden kunnen beschrijven. Aandachtig kijken dus en letten op elk klein, onbenullig detail. Het kan inzicht bieden in waarom Monk zo belangrijk was en is.

Bijna iedere dag muziek: Bob Dylan

Over Bob Dylan (1941, Duluth, USA) valt veel te vertellen. Dat het een idool was van mijn broer. Dat Dylan van folk overstapte naar de electrische versie = rock; dat die stap een schandaal was. Dat Dylan met zijn protestsongs stem gaf aan een hele generatie. Dat hij onvoorspelbaar is. Zijn geheel eigen weg gaat en daarbij baanbrekend was. Dat hij country en blues omarmde toen dat niet sexy was. Dat hij in de Here ging, terwijl niemand dat verwachtte. Dat hij kon croonen. Maar in alles was Dylan revolutionair, eigengereid en van grote invloed op singer-songwriters. Zijn teksten waren Nobelprijs-waardig, zo bleek. Daarom dit eerbetoon.

 

 

Bijna iedere dag muziek: Madonna

Madonna Ciccone (1958, Bay City, USA) is zangeres en actrice. Invloedrijk en controversieel. Queen of Pop omdat ze bestverkopend was en succesvol (ruim 300 miljoen albums verkocht). Hardwerkend en perfectionistisch. Maar voor mij iemand die de grenzen opzocht en openstond voor nieuwe ontwikkelingen. Iemand die een breed publiek wist te raken, maar ook iemand die voorop wilde lopen, en later moest volgen (met name de ontwikkelingen in de dance). Petje af voor deze vrouw, die een hele generatie zou beïnvloeden en aan de wieg staat van het succes dat vrouwen nu hebben in de muziekindustrie.

Bijna iedere dag muziek: John Coltrane

John Coltrane (1926-1967, Hamlet, USA) is als jazz-artiest met enige regelmaat terug te vinden op lijstjes van pop-liefhebbers. Samen met Miles Davis, met wie Coltrane samen speelde. Dat heeft vooral te maken met de behoefte van beide heren zich voortdurend te vernieuwen, technisch beter te worden en zich her uit te vinden. Vernieuwers die van grote invloed zouden zijn op pop en jazz.

Coltrane vertegenwoordigde de hard-bop in de jazz. Als saxofonist zocht hij naar nieuwe wegen, leunend op zijn techniek, en niet bang om impopulair te worden. Coltrane kende zijn lyrische fase, maar zocht snel naar het experiment. Daarbij gesteund door zijn mede-spelers: pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison. Later zou hij met Archie Shepp en Pharoah Sanders nog verder de grenzen van de jazz opzoeken.

Op 40-jarige leeftijd overleed Coltrane aan lever-kanker. Daarmee kwam een einde aan een periode van 20 jaar waarin de sax-speler pionierde in de jazz en de free-jazz handen en voeten gaf.