Beck gaat zijn eigen muzikale weg

In de marge van de mainstream-popmuziek kom je veel interessants tegen. Muzikanten die nieuwsgierig zijn, wegblijven van de gebaande paden, op zoek zijn naar hun unieke song. Zo iemand is Beck Hansen (1970, USA). Wereldberoemd vanwege een paar hits: Loser en Devil’s haircut bijvoorbeeld, maar inmiddels zijn we een tiental albums verder. Ondertussen probeerde Beck: funk, soul, alt-pop, tropicalia, country, freak-folk en leftfield. Ruim baan voor de gitaar in zijn muziek, maar ook brass en strings zijn van de partij. Zijn songs gaan van singer-songwriter naar ballad of komen uit bij funk. Alles is mogelijk mits goed gespeeld, muzikaal en interessant. Kortom, iemand die iets meer aandacht verdient.

Advertenties

Erik Madigan-Heck fotografeert mode met een dromerige twist

erik-madigan-heck-8erik-madigan-heck-6erik-madigan-heck-4erik-madigan-heck-2

Bij de Amerikaanse (mode) fotograaf Erik Madigan Heck (1983, USA) draait het in zijn mode-foto’s om kleuren en patronen. Madigan-Heck is jong, ambitieus, veelbelovend en beweegt zich gemakkelijk in de huidige art-scene. In zijn relatief korte loopbaan ontwikkelde hij een persoonlijke en unieke kijk op mode: minimalistisch en puur.

Heck’s fotografie zoekt nieuwe wegen, nieuwe grenzen, die verder gaan dan de traditionele mode-fotografie. Zijn foto’s worden geconstrueerd. Zijn voorzien van flitsende kleuren en doen de lijnen tussen kleren en achtergrondpatronen vervagen. Het is mode-fotografie met een dromerige twist, die soms surrealistisch aandoet.

erik-madigan-heck-1erik-madigan-heck-3erik-madigan-heck-5erik-madigan-heck-7

De fotografie van Tina Barney: ‘iedere familie doet dezelfde dingen’

tina barney-1tina barney-3tina barney-5

Tina Barney (1945, USA) is fotografe en leerde zelf de kneepjes van het vak. Ze komt uit de welgestelde familie van de Lehman Brothers. Ze werd bekend door haar omvangrijke kleurige portretten waarop familie, vrienden en bekenden te zien zijn. In hun eigen hum en doende met wat mensen zoal doen in hun huiselijke omgeving.

Dat is wat Barney ook beweert te bereiken met haar fotografie: ‘Ik ben geiïïnteresseerd in de herhaling van gewoontes, rituelen en tradities. Mijn idee is dat het niet uitmaakt waar families vandaan komen, ze houden zich altijd bezig met dezelfde dingen’.

Haar foto’s doen denken aan de schilderijen die in vroegere eeuwen gemaakt werden van welgestelde personen en families. Het zijn een soort tableaus die het goede leven tonen en de rijken en welgestelden laten zien in hun door luxe omgeven habitat.

tina barney-2tina barney-4tina barney-6

Robert Creeley: ik ken een man

Ik ken een man

Zoals ik al zei tegen mijn / vriend, omdat ik nooit / mijn mond hou – John, zei

ik, al heette hij niet / zo, we worden omringd / door het duister, wat kunnen we

er anders aan doen dan, & / waarom ook niet, een / te gek grote auto kopen,

en rijden, zei hij: gods / kolere, kijk toch / uit je doppen.

Robert-Creeley-parisreview.org

bron foto: theparisreview.org

Robert Creeley (1926-2005, Amerikaans)

Uit: For love, poems 1950-1960, Charles Scribner’s Sons New York, 1960; vertaling Peter Nijmeijer

Thomas W. Schaller schildert architectuur met waterverf

Artist Thomas W Schallerthomas-w-schaller-3Artist Thomas W Schaller

De Amerikaan Thomas W. Schaller is eigenlijk architect, maar ontdekte de geneugten van het schilderen met waterverf. Daarin werd hij zo succesvol dat hij er nu van kan leven.

Over zijn werk zegt Schaller: “Alle kunst vertelt een verhaal. Daarin speelt licht een belangrijke rol. Ik ben geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de natuur en de gebouwde omgeving. Mij fascineert de wijze waarop gebouwen hun rol opeisen in de lucht en het landschap. Dat levert verrassende en mooie resultaten op in positieve en negatieve vormen, rijke donkerten en sprankelende lichten.

Bij het gebruik van waterverf is het mijn doel snel te werken, snel een emotie of een herinnering neer te zetten.”

Dat leidt tot wonderlijke en prachtige taferelen. Schaller slaagt erin het losse van het werken met waterverf te combineren met het precieze van de architectonische afbeelding. Daarin is de Amerikaan een meester zonder weerga.

thomas-w-schaller-2thomas-w-schaller-4thomas-w-schaller-6

Een klein uurtje het beste van Chet Baker

Jazz-trompetist Chet Baker (1929-1988, USA) was een grootheid. Zong zoals hij speelde of andersom. Zijn klanken zijn zoetgevooisd, melancholisch.

Begin jaren vijftig was Baker een van de sterren van het Gerry Mulligan Quartet. Met het Chet Baker Quartet maakte hij West Coast Jazz. Hij is een exponent van de cooljazz-school van de Amerikaanse Westkust in de jaren vijftig. Vooral de platen waarop hij zowel trompet speelt als zingt maakten hem tot een idool.

Zijn muzikale loopbaan was getekend door een heroïneverslaving. Hij werd een aantal keren opgepakt voor overtredingen van de narcoticawet. Nadat hij in elkaar was geslagen en zijn voortanden had verloren, stopte hij langere tijd met spelen.

Door zijn overmatig drugsgebruik, vroege dood en charismatische uitstraling staat Baker ook bekend als “de mooie jongen met wie het verkeerd afliep”. Niettemin bleef hij musiceren, vaak op een zeer hoog niveau.

In de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 mei 1988 viel hij, waarschijnlijk onder invloed van drugs, uit een raam van het Hotel Prins Hendrik op de Prins Hendrikkade 55, vlakbij de hoek van de Warmoesstraat met de Zeedijk, te Amsterdam. Baker werd 58 jaar oud. Amsterdam vernoemde in 1990 een straat naar hem.

Bette Pesetsky beschrijft de komische kanten van het falen

Bette-Pesetsky, llanotreview

bron foto: ilanotreview.com

Bette Pesetsky (1932, USA) was voor mij een onbekende. Ik las haar verhalenbundel Verhalen tot op zekere hoogte en was onder de indruk. De Amerikaanse studeerde scheikunde en Engels voordat ze ging schrijven. In 1982 verscheen deze bundel als haar eersteling.

De verhalen zijn kort, krachtig en een soort flitsen van levensgeschiedenissen. In alle verhalen is een vrouw de hoofdpersoon. Vaak afkomstig uit een gebroken gezin met dominante ouders. Echtscheidingen, problemen op het werk, weglopende kinderen, verbroken contacten zijn vaak terugkerende thema’s. Verlies, verraad en desintegratie. De hoofdpersonen verzuipen in emoties. Hun leven is een beklemmende hel waar de gevoeligheid beschermd wordt door harde, ironische humor. Oftewel de komische kanten van het falen. Het is ook nadrukkelijk de achterkant van het Angelsaksische model waarin men dromen najaagt en scheiding en werkeloosheid op de loer liggen. Presteren (3 maal).

Wat mij aansprak is de toon en haar stijl. De verhalen hebben een enorme vaart. Ze lezen als een soort telegrafische boodschappen. Haar toon deed me erg denken aan Charlotte Mutsaers. Een unieke kijk op de wereld en verbeelding van haar perspectief waarvan ze mij snel deelgenoot maakte. Ik heb veel en vaak moeten glimlachen want haar humor is subtiel en venijnig. Haar hoofdpersonages zijn slachtoffers maar maken er het beste van. Humor en een innemende kwetsbaarheid zijn hun wapens.

Na het werk ga ik naar een bar met drie mensen van mijn kantoor. Eén glaasje, zeg ik. Ze wonen allemaal op de Upper West Side. Er is niemand op ons kantoor die niet op de Upper West Side woont. Behalve ik dan, natuurlijk. Treinen, treinen, zegt iemand. Hoe lang doe je er nu over om naar de stad te komen? Veertig minuten, zeg ik. Een man fluit. Zo lang doe ik er over om een stijve te krijgen, zegt hij.

(..)

Als de dag op kantoor ten einde is, haast ik me naar het station. Er zijn twee treinen. Als ik ren, haal ik de eerste. Als ik niet ren, moet ik vijfentwintig minuten wachten. Mijn auto staat op de parkeerplaats aan de andere kant. Van station tot huis duurt vier minuten. Arnold kon vier keer een stijve krijgen in de helft van de tijd.

De meeste mensen bij mij op kantoor zijn minstens één keer gescheiden. Iedere nieuwe scheiding wordt gevierd. We zijn de norm, zeggen we. ’t Is niet onmogelijk dat ik degene ben die het vaakst gescheiden is. Ik geloof dat in gesprekken buiten mijn aanwezigheid is uitgemaakt dat de schuld altijd bij mij lag. Niemand zegt me dat in mijn gezicht. Ik leid het af uit de stiltes.

Uit: De parade trekt voorbij; uit: Verhalen tot op zekere hoogte, Meulenhoff Amsterdam, 1983; vertaling Mea Flothuis

Dawoud Bey kijkt onder het oppervlak van de gewone zwarte Amerikaan

Dawoud Bey (1953, USA) is een Amerikaans fotograaf en onderwijzer, bekend vanwege zijn portretten van jongeren en marginale inwoners van de VS. Die portretten toont hij meestal op grote schaal in musea en andere tentoonstellingsruimten. Momenteel is hij docent aan het Columbia College in Chicago. 

In The New York Times van december 2018 besteedt de krant uitgebreid aandacht aan het werk van Bey. Aanleiding is een fotoboek getiteld Seeing Deeply, waarin een overzicht geboden wordt van 40 jaar fotografie van de New Yorker. In het interview met Bey brengt de fotograaf onder woorden wat hij met zijn foto’s wilde bewerkstelligen.

Dawoud Bey 2Dawoud Bey 4Dawoud Bey 6

“I make the work that I do in order to visualize the things that are important to me, and to make them matter to someone else, whether that is the black subject, young people, history, the ways in which black physical and social space is being reshaped in places like Harlem, or how to bring African-American history  into the contemporary moment and conversation,” Mr. Bey said.

“I do that in a way that is mindful of the history that I am operating inside of and in a way that resonates with the person standing in front of my work or looking at it on the printed page. If I can make someone stop and alter their thinking or knowledge through my work, then I believe the work is doing what I hope it will.”

Dawoud Bey 1Dawoud Bey 3Dawoud Bey 5