Pfeijffer: de wolkenverzamelaar

De wolkenverzamelaar

dat jij wolken kon maken pappa / die stil bleven hangen in zonlicht / voor mij om veilig onder te spelen / vond ik van al jouw wonderen / misschien het almachtigste

ik was het vergeten / maar vanochtend zag ik / in een streep zonlicht / dat ik boven het bureau een prachtig / wolkendek had gerookt / van bijna olympische allure

Uit: De maan heeft geen liefde nodig, Muntinga Amsterdam, 2010

ilja l pfeiffer, vvzeeland.nlbron foto: vvzeeland.nl

Ilja Leonard Pfeijffer (1968, Rijswijk)

Het contrapunt bij L.P.Boon

Van contrapunt tot liesbreuk. Het contrapunt ken ik uit de muziek van Bach. Bach was de meester van het contrapunt in de muziek (keerpunt, omkering). Auteur Anna Enquinst schreef een roman met die titel en liet Bach’s werk daarin een rol spelen. Maar ook Louis Paul Boon heeft iets met het contrapunt, zo bleek bij lezen in de kleine omnibus. Zelf had ik twee navelbreuken en 1 liesbreuk, vandaar.

Contrapunt

En op een morgen sta ik op en heb ik een klein hobbelken in mijn rechterlies, precies een ei, en ik dacht dat het een breuk was, maar mijn vader zegt dat het een klier is… dat komt van de ondervoeding zegt hij, nu met die oorlog heeft iedereen klieren van ondervoeding. En Gaston, die in Merxplas gevangen heeft gezeten, vertelt mij dat de SS – om zich te amuseren – een grote ruige hond achter de gevangenen joegen en dat hij, Gaston, moeten lopen lopen lopen had, en gevallen was, en een hobbelken in zijn lies had, een breuk. Maar dat zal wel een klier zijn zegt mijn vader, en mijn zuster ook een, en meneer Valderman ook een. En de dokter komt en zegt dat het een breuk is, een kleine, een breuksken. Godomme, zegt mijn vader, en tegen mij heeft die zelfde dokter gezegd dat het een klier is, zou het dan bij mij ook een breuk zijn?

Uit: Louis Paul Boon Kleine omnibus, Arbeiderspers Amsterdam, 1959

nu.nl, LP boonbron foto: nu.nl

Louis Paul Boon (1912-1979, Aalst, België)

Johnny van Doorn, the Selfkicker, als vader

The Selfkicker als vader, een idee dat moeilijk te omvatten is.

‘Ja, pijnlijk, ja, het vaderschap geeft allemaal wanhopige gedachtes. Ik heb mij ermee verzoend, het kon niet anders, maar het heeft jaren geduurd. Het gaf plotseling een dubbele verantwoordelijkheid. In het begin moest ik oppassen dat ik niet zorgelijk werd. Voortdurend  moest de knop worden omgedraaid om even te overdenken wie ik zelf was. Een heleboel mensen kunnen zich niet voorstellen dat ik vader ben en eigenlijk kan ik dat ook zelf nauwelijks begrijpen. Het idee blijft vreemd, eigenaardig. Zijn geboorte herinner ik mij heel goed. Je bent doodsbenauwd dat het een mongool zal zijn. Toen hij eruit kwam, schrok ik vreselijk, want ik keek tegen een achterhoofd aan en zag geen neus, geen mond en geen oren. Dat gaf mij een zeer wezenlijke schok, die een seconde duurde. Toen zag ik dat het een totaal gaaf kind was. Vervolgens keek ik naar buiten en zag aan de overkant van de straat een man in een kamer, die zich voor een spiegel traag en nadrukkelijk stond te scheren. Hij had alles kunnen volgen, maar ik had geen tijd om de symboliek te begrijpen, want ik werd tegelijkertijd overspoeld door de enorme euforie. Ik had het gevoel dat niets mij nog kon gebeuren. Later dacht ik: misschien ben ik nu zelf overbodig geworden. Het vaderschap heeft mij minder egocentrisch gemaakt en dat is voor een exhibitionist een diepe verandering.’

Uit: Max Pam Interviews, Bezige Bij Amsterdam, 1984

van doorn, gelderlander.nlbron foto: gelderlander.nl

Johnny van Doorn (1944-1991, Beekbergen)

Jeugd Gerrit Komrij: ‘het is of je achterwaarts leeft’

komrij jeugd 2019-05-05 at 19_Fotor

‘Ik vind het – om het mild uit te drukken – nogal onprettig om oude foto’s te bekijken. Ik voel ook altijd de aandrang krijsend weg te rennen, met mijn ene hand mijn haren uitrukkend en me met mijn andere pathetisch op de borst trommelend, als mensen weer eens beginnen herinneringen aan vroeger op te halen. Steeds dezelfde herinneringen. Het is of je achterwaarts leeft, met je rug naar morgen staat. Misschien dat sommigen daardoor de dood (die komende is) een poets denken te bakken, maar voor mij is de walm van nostalgie al net zo verstikkend als de dood.

Er zijn ongetwijfeld veel lessen uit het verleden en de geschiedenis te trekken, maar bewaar me voor dat deel waarin ik zelf rondliep, waaraan ik bijdroeg door bij voorbeeld harteklop, bloedneus, zondagmiddagverveling. Het is bevroren, het staat onder een stolp, en er is een moratorium voor afgekondigd tot aan mijn sterfuur. Probeer het te ontdooien, tik ertegen – en de ontbinding treedt in. Om niet ten prooi te vallen aan de Ontzetting kijk ik naar deze foto als naar een schaakbord, een anatomische les, een oude veldkaart. Het is duidelijk een kiekje van een radiodistributietoestel (‘draadomroep’). Een man die mijn vader moet zijn staat zich te scheren (‘Philips-eitje’) in de buurt van het enige stopcontact. Of slaat hij een borrel achterover? Zijn crapaud wacht in elk geval tot hij klaar is. Een vrouw die mijn moeder moet zijn zit bij een box. Een jongen die ik moet zijn leest in een Prisma-woordenboek. Engels-Nederlands? Nederlands-Engels? Hij is een jaar of tien en heeft geen jongere broers of zusjes. De box is voor het dochtertje van een zuster van zijn moeder. Zijn moeder verzorgt het kind tijdelijk, omdat haar zuster – zijn tante – in het gesticht zit (Het Groot Graffel, Warnsveld). So what?

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

John Berryman: 4

4

Haar stevige & lekker lichaam vullend / met de kip-paprika, keek ze me aan / twee maal./ Wee van de belangstelling hongerde ik terug / en slechts het feit van echtgenoot & nog vier lui / weerhield me om haar te bespringen

me voor haar voetjes neer te werpen, roepend / ‘Jij bent het geilste stuk in jaren duister / dat Henry’s blinde ogen / ooit zagen, Schittering!’ Ik lepelde / (wanhopig) mijn spumoni; – Heer Bones: zit vol / de weveld, met voedvame meifjes.

– Zwart haar, Latijns gelaat, karbonkels neer… / Die pummel naast haar smult… wat voor mirakelen / broedt ze eigenlijk op, daarzo? / Het restaurant gonst of ze op Mars zit. / Waar ging het mis? Er moest een wet zijn tegen Henry. – Die is er, meneer Bones.

john berryman, newsweek.comJohn Berryman (met bril en baard) in zijn meest geliefde omgeving: de kroeg. bron foto: newsweek.com

John Berryman (1914 – 1972, USA)

Uit: The Dream Songs, Farrar, Straus and Giroux Inc New York, 1969; vertaling Rob Schouten

De fijnsten van Amy Winehouse

Een dominante vader die alles voor haar regelde; een afwezige moeder; drankprobleem; succes waarmee ze niet kon omgaan; geen geluk in de liefde: een aantal van de ingrediënten uit het kortstondige leven van Amy Winehouse (1983 – 2011). Deze ingrediënten bleken al snel een dodelijke mix op te leveren. Amy werd niet ouder dan 27 jaar. Talent moet je als bezitter ook kunnen handelen, zo bleek. Maar wat een stem had deze vrouw en wat raakte ze me met die alles-of-niets optredens. Daarom: de drie fijnste van Amy Winehouse. Om kippenvel van te krijgen!

Back to Black

Tears dry on their own

Valerie

Chico Buarque de Holanda ziet vlekken en een grote zweer

Het was de laatste nacht dat ik hier heb geslapen en dromend van haar deze lakens heb bevuild. Zoals elke ochtend zal ik het beddengoed afhalen, er een prop van maken en deze door het raam aan de achterkant gooien, zodat de wasvrouw hem beneden kan oppakken. Maar op de matras zal een vochtige plek zichtbaar blijven, die zal ik dus omkeren, zoals ik elke ochtend doe om de kant met de opgedroogde vlekken boven te leggen. Ik zal het gevoel hebben dat de matras elke dag een beetje zwaarder wordt, en dan stel ik me voor hoe het stro binnenin geïmpregneerd wordt met de pasta van mijn dromen en eenmansdaden. Ik zal denken dat als ik het lichaam van mijn vader in de vrijgezellenflat had omgedraaid, hij even zwaar als de matras zou zijn en dezelfde lucht zou uitwasemen. Ik zal nooit vergeten hoe mijn vader onder het bloed op zijn buik op het vloerkleed lag en hoe de rechercheur verhinderde dat ik het lichaam aanraakte. Hij hoefde niet tegen me te schreeuwen of in mijn arm te knijpen. Ik wilde alleen maar mijn vader niet zo laten liggen, met zijn open mond tegen het tapijt aan. Ik wilde zien door welk gat al die kogels naar binnen waren gegaan, want het leek wel dat al het bloed via zijn mond was weggevloeid, via die grote zweer.

Uit: Herinneringen aan Rio – Chico Buarque de Holanda, Meulenoff Amsterdam, 2009, vertaling Ruud Ploegmakers

Chico-BuarqueChico Buarque de Holanda (1944), Braziliaans

Dood: ga in die nacht niet al te licht

Ga in die nacht niet al te licht

Ga in die goede nacht niet al te licht. / De oude dag moet laaien en weerstaan; / Raas, raas tegen het sterven van het licht.

De wijze, die eens voor het duister zwicht, / Omdat zijn woord geen bliksemstraal kon slaan, / Gaat in die goede nacht niet al te licht.

De goede, na de laatste golf, wellicht / Trok hem een groene baai tot dansen aan, / Raast, raast tegen het sterven van het licht.

De woeste, die zong van de zonneschicht, / Tot ook hij leerde treuren om haar baan, / Gaat in die goede nacht niet al te licht.

De sombere, die met een doods verblind gezicht / Ogen als meteoren op ziet gaan, / Raast, raast tegen het sterven van het licht.

En jij, mijn vader, die daar droevig ligt, / Vloek, zegen, mij met een verbeten traan. / Ga in die goede nacht niet al te licht. / Raas, raas tegen het sterven van het licht.

dylan-thomas

Dylan Thomas (1914 – 1953), Brits

Uit: InVers gaat vreemd, Standaard Educatieve Uitgeverij Antwerpen, 1995; vertaling Paul Claes

Manon Uphof beschrijft de leegte van de toekomst

Ik herinner me. Hoe de organen van de vis werden weggeworpen in de vuilnisbak, en werden weggesneden, sh-sh, met de scherpe scheermesbewegingen van mijn moeder. Hoe de toekomst werd gevormd rond een leegte. En de familie die we ooit vormden. Mijn broers rond de tafel als de grote, lobbige mannen waar ze toe zouden uitgroeien, ik aangekleed en opgedoft voor de avond in een rode jurk, onze nieuwe vader recht en verlegen tegenover ons, ons aankijkend, zorgzaam en bezorgd. Stil en zwijgzaam de maaltijd verdelend, er zorg voor dragend dat niemand iets tekortkomt, of zich bedrogen voelt. Hoe mijn tong het wit van een vis tegen mijn gehemelte drukt, en tegen mijn tanden. En ertussen.

XIR3675

De val van Icarus door Pieter Breughel de Oude

Ja, ik ben bijna zo oud als mijn vader toen hij in de diepte van de zee verdween, het universum onveranderd en onbewogen achterlatend, als Icarus op het schilderij van Breughel maar als ik aan zijn onbeschrijfelijke boog denk, zie ik ook onszelf terug, hongerig en gretig de toekomst naderend en verterend, alsof alles al is blootgelegd, alsof er een ontzagwekkende orde is in het universum, zelfs al liggen de stukken nog als scherven over en door elkaar, en nog denkend dat het mogelijk is, voor mij – voor ons allemaal – om die orde te achterhalen.

Uit: Waterwaterwater – Manon Uphof, uit: Langs het water – Marga Kool, Atlas Amsterdam, 2002

Gunnel Wåhlstrand zoekt haar vader

De Zweedse Gunnel Wåhlstrand (1974) verloor haar vader toen ze 1 jaar oud was. Hij pleegde zelfmoord. Wat haar aan haar vader kan herinneren zijn foto’s uit het familie-album. Die gebruikt ze voor haar werk. Metershoge doeken van gewassen inkt tonen die familieplaatjes. Het werk komt met engelengeduld tot stand. Laag voor laag. Alsof de foto zich ontwikkelt in het ontwikkelbad.

De beelden tonen het gezin Wåhlstrand in gelukkiger tijden en in stemmig grijs. Persoonlijk, voorbijgaand, verstild, kwetsbaar en vergankelijk. In het proces om de werken te maken neemt de Zweedse uitgebreid de tijd om op zoek te gaan naar de betekenis van die beelden en vooral wat ze haar vertellen. Het eindresultaat is definitief en sluit die zoektocht af. Voor ons als kijker rest de oproep om in dat verhaal mee te gaan. En dan scheelt het dat de beelden indrukwekkend zijn.

gunnel wahlstrand 1gunnel wahlstrand 2gunnel wahlstrand 3gunnel wahlstrand 4gunnel wahlstrand 5gunnel wahlstrand 6