Grunberg vindt São Paulo mooi, want: ‘dit is onze waarheid’

sao-paulo

Vanuit mijn appartement op de eenentwintigste verdieping keek ik uit op een zee van beton, oneindiger dan het beton van New York. Dat kwam goed uit, ik houd van beton.

(..) Dit was de rijke buurt, de flatgebouwen bevonden zich achter tralies, soms ook achter prikkeldraad. Voor iedere winkel stond een bewaker, ’s nachts zag je in bepaalde winkels een bewaker, keurig in pak, in een tuinstoel zitten om plunderaars af te schrikken.

Het was tweeëndertig graden, ik was hierheen gevlogen om M. te ontmoeten. Zij had een verloofde, ik had een verloofde, maar we verdwenen niet uit elkaars leven, we hadden elkaar geadopteerd. En zo ontmoetten we elkaar op de vreemdste plekken: New York, Bad Ragaz, São Paulo.

Maar ze was vertraagd, ze mocht het land niet in, want ze was niet ingeënt tegen gele koorts. Ook ik was daar niet tegen ingeënt, ik ben tegen niets ingeënt, maar als je vanaf New York vertrekt heb je dat soort injecties niet nodig. Zij kwam uit de rimboe.

Ik wachtte in São Paulo. Soms viel er een tropische regenbui, dan veranderden de straten in rivieren. Ik zag vuilniszakken voorbij stromen, op het hoogtepunt van de bui zelfs een matras.

Je kon hier kinderen huren om ze uit bedelen te sturen, want een kind bracht meer op dan een volwassene, dat behoefde verder geen betoog. Zo lag het economisch risico niet meer bij het kind en zijn ouders, maar bij degene die het huurde. Misschien zouden ook in Nederland kinderen te huur moeten zijn als bedelaar, om de integratie te bevorderen.

(..) Binnenkort red je het niet meer met hoge hekken, schrikdraad, en nachtwakers in winkels, dan zal er op de armen geschoten moeten worden, om het plunderen preventief te voorkomen. Zoals jagers altijd zeggen dat ze niet jagen voor hun plezier, maar om het bestand op peil te houden.

Bovendien is mensenvlees rijk aan proteïnen, dat mag niet onderschat worden. Tekorten op elk gebied zijn onvermijdelijk.

(..) Vanwege de devaluatie van de Braziliaanse munt was niet alleen arbeid spotgoedkoop, maar ook goederen. En alle dure merken waren ruimschoots vertegenwoordigd.

Nadat ik een paar schoenen had aangeschaft, voor nog geen tiende van wat ze in New York of Amsterdam zouden kosten, kocht ik voor een alleraardigst straatkind een ijsje. Haar broertje was schoenpoetser, ook een mooi beroep. En laten we de valkuilen van de schuld niet vergeten.

Eindelijk arriveerde M. Het certificaat dat inenting tegen gele koorts moest bewijzen, was gekocht. Elk certificaat is te koop. Alleen de stakkers kopen hun certificaten niet, daarom zullen zij, vrees ik, als eersten verdwijnen.

We omhelsden elkaar. Ze zag er goed uit. We hadden heel wat te bespreken, tot nu toe hadden we gedaan alsof de pijnlijkste episodes uit ons gemeenschappelijk leven nooit hadden plaatsgevonden. Ze gebruikte geen voorbehoedsmiddelen meer, haar verloofde snakte naar een kind, het werd tijd oude wonden te analyseren voor er te veel nieuwe waren bijgekomen.

Haar verloofde vond het niet makkelijk te weten dat ze nu bij mij in São Paulo was. Van Aap kon hetzelfde worden gezegd.

Ik begon verscheurd te zijn, en zo verscheuren steeds meer mensen, tot mijn omgeving alleen nog uit verscheurden zal bestaan.

Op de tweeëntwintigste verdieping keken we uit over de stad. Eigenlijk was São Paulo mooi.

Zolang de stad bestaat zal het leven oorlog zijn.

Nog sta ik aan de goede kant, maar beneden maken de ratten, die het ook niet kunnen helpen, zich klaar om aan mijn vlees te vreten. Hier zou ik kunnen leven, want dit is onze waarheid.

Arnon Grunberg (1971)

Uit: Grunberg rond de wereld, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 2004