Geert Mak: als iedere ziel zwaar telt

geert-mak; welingelichtekringen.nlbron beeld: welingelichtekringen.nl

Schrijver Geert Mak is de maker van het boek Hoe god verdween uit Jorwerd. Ik las Een vreemde tijd in Jorwerd dat gaat over de ingrijpende veranderingen waaraan het platteland in NL onderhevig is. De stad dringt zich op, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Want er is toch een verschil in beleving bij de bewoners van de (grote) stad en de dorpsbewoners. In het volgende fragment duidt Mak dat verschil:

Zo werden alle gebeurtenissen binnen de dorpsgemeenschap beheerst door de wet van het kleine getal, een wet waar men in de stad nauwelijks weet van heeft. In een kleine gemeenschap telt iedere ziel zwaar. Een rijtje nieuwe woningen valt in een stadsbuurt nauwelijks op, maar in een dorp, met misschien honderd huishoudingen, hebben twintig nieuwe gezinnen een enorme invloed. Het succes van veel uitvoeringen, wedstrijden, samenkomsten en andere projecten is dikwijls te danken aan de inzet van een of twee gangmakers, maar het omgekeerde gaat ook op. Zeker als de belangrijkste onderlinge economische banden verbroken zijn en alleen nog emotionele en culturele bindingen tellen is een dorpsgemeenschap vaak zo broos dat een paar enkelingen veel kapot kunnen maken, en voor lange tijd.

Dat gold ook voor Jorwerd. Een handvol mensen had het dorp gemaakt, de feesten en bijeenkomsten georganiseerd, de clubs bijeengehouden, de school gesteund, decennia lang. Maar er hoefde maar één keer een tijdelijk schoolhoofd  aan de drank te raken – zoals in een naburig dorp was gebeurd – of de school zou verdwijnen, voorgoed. En toen er een aggressieve schreeuwlelijk in de nieuwbouw kwam wonen hoefde die maar een paar weken in het café rond te zieken, of er bleven klanten weg. Goddank kraste hij snel weer op, maar anders zou het belangrijkste sociale centrum van het dorp serieus in de problemen zijn gekomen.

fragment uit: Een vreemde tijd in Jorwerd; uit: Het beste van Atlas, Atlas Contact Amsterdam, 2015, samenstelling Emile Brugman

Geert Mak (1946, Vlaardingen)

Oek de Jong observeert en bewondert het werk van Charlotte Dumas

Vijf minuten kijken naar een video van een paard dat de wind trotseert en foto’s van paarden die als taak hebben overleden soldaten naar hun graf te brengen. Beiden werken van fotografe Charlotte Dumas. En nu de context gegeven door essayist en schrijver Oek de Jong:

Charlotte Dumas maakte furore met haar foto’s en video’s van paarden. Ze fotografeerde en filmde wilde mustangs op de prairies van Nevada, waar deze dieren tussen de trailers en bouwpakkethuizen van een rommelige nederzetting rondlopen, werkpaarden die boomstammen uit de Zweedse bossen slepen en inheemse paarden op afgelegen Japanse eilanden. In de VS maakte ze op de begraafplaats Arlington opnames van de witte en klassiek-Grieks aandoende paarden, die daar de wagens trekken waarmee gesneuvelde militairen naar hun graf worden gebracht. Dumas’ foto’s van paarden zijn veelal portretten: je ziet individuen. Uit die foto’s spreekt ook een intense aandacht voor het stille van paarden: het stille dat zij bij zich hebben omdat ze dier zijn én hun vermogen om lange tijd stil te staan, alsof ze dromen, verzonken in het niets, met af en toe een zwiep van hun staart, een rilling van hun huid of een kleine hoofdbeweging. Ik geloof dat dat Dumas het meeste trekt: het roerloze of bijna roerloze paard.

Op het (Japanse) eiland Yonaguni filmde ze een stilstaand veulen in de wind, hoog op de rotskust. Je kunt er minutenlang naar kijken. Alles wat je ziet wordt opeens belangrijk, tot in de kleinste details: de ruwe paardenvacht, de beweging van de manen in de wind, de blaadjes van de struik achter het paard.

In het dagelijks leven sta je zelden of nooit zo lang te kijken naar een dier. Maar de kunst, de esthetische kracht van het beeld en de intensiteit van de kunstenaar brengen je ertoe om het te doen. Minutenlang kijk je naar een veulen in de wind. Er gebeurt bijna niets. Je ziet het paard-zijn van het paard. Prachtig.

Uit: Het stille van paarden, Museumtijdschrift september 2018 

Oek de Jong (1952, Breda); Charlotte Dumas (1977, Vlaardingen)

Geert Mak en de belofte van het lezen

Een plek, een historie, een verhaal, wat heet: verhalen. Dat is de belofte van het lezen. Van het lezen van reisverhalen of verhalen die in de geschiedenis wonen. Geert Mak (1946) is een schrijver die die belofte inlost. Hij wekt verwachtingen, geeft aanzetjes, maakt nieuwsgierig en gaat dan los. Met feiten en fictie, met stijl en kennis van zaken. Geen wonder dat veel mensen zijn werk lezen. En ik ben een van hen.

Een voorbeeld. Het gaat over het eiland in Amsterdam waar ooit KNSM huisde en waar men op de boot stapte naar Amerika of Nederlands Indië (Indonesië).

Een andere bezienswaardigheid was de Kompaszaal. Daar hadden tot het begin van de jaren zestig de eerstklaspassagiers naar Amerika, Nederlands-Indië of Indonesië zitten wachten om aan boord te gaan. Toen krakers jaren later de planken van het dichtgetimmerde gebouw weghaalden, viel het eerste licht op een nog vrijwel gave ruimte. De rubberen vloeren, de rondingen van de bar, de metalen tulplampen, de balkonhekken met de lieren voor de gangway, de douanehal met de krassen van de hutkoffers nog in de vloer, de toiletten, alles zag eruit alsof na het wegvaren van de Oranje over het IJ op, pakweg, 6 september 1958 de deuren op slot waren gegaan en pas op een voorjaarsdag in 1980 door een paar jongeren uit de Transvaalbuurt weer waren opengebroken.

Het Open Haven Museum noemden de nieuwe bewoners dit wonderbaarlijk bewaard gebleven fossiel uit de jaren vijftig. Ze hielden er feesten en tentoonstellingen en ze draaiden er video’s met de verhalen van hun grootouders uit de prehistorie van het eiland; over werkdagen van veertien, vijftien uur – voor negen gulden per week – , over het ‘aanpikken’ van balen van honderd kilo of meer, over schouders die op een vreemde manier rood en verbrand werden als de mannen zware bielzen moesten sjouwen, over de Peru-zalf waarmee ze zich dan moesten insmeren, over het ‘stratenmakertje’ dat ze ’s ochtends meekregen: een heel brood dat in vieren gedeeld was met een lik reuzel erop. ‘God had armen en rijken geschapen. Wij hoorden duidelijk tot het tweede plan. We verrekken van de armoe. Mijn vader had erop gehamerd: zorg dat je werk goed is. Want dan kun je je mond open blijven doen.’

Uit: Het eiland; uit: Het beste van Atlas, samenstelling Emile Brugman, Atlas Amsterdam, 2015

Geert Mak. foto Vincent Mentzel 2019bron foto: atlascontact.nl

Geert Mak (1946, Vlaardingen)