Godfried Bomans heeft ongemak op Rottumerplaat

Tijden veranderen. Interesses ook. En waarderingen. In mijn pubertijd vond ik schrijver Godfried Bomans (1913-1971, Den Haag) leesbaar en komisch. Het werk van Bomans voelt gedateerd. Zal wellicht te maken hebben met het feit dat Bomans ook een gevierd katholiek schrijver was. Anno nu zullen er weinig nieuwe lezers van zijn oeuvre zijn.

Enfin, samen met Jan Wolkers mocht Bomans in 1971 een weeklang op het onbewoonde Waddeneiland Rottumerplaat vertoeven. Dat was op uitnodiging van omroep Vara. Contact met de buitenwereld was mogelijk via de mobilofoon en via Willem Ruis. Bomans keek uit naar deze week. Die optimistische houding sloeg echter snel om.

De stoelgang heeft me veel pijn gedaan. Vermoedelijk zagen de meeuwen in dit hurkende wezen een minder weerbaar iemand. Ze snorden in duikvlucht vlak langs mijn hoofd en ik ben blij dat het voorbij is. Het ondergaan van de zon is telkens het mooiste moment van de dag. Ook vlak daarna is alles nog innig, maar dan wordt het donker en weet ik niet goed wat ik moet doen. Voor meteen slapen is het te vroeg. De lamp aansteken met de tent open, dat trekt vliegen aan (muggen zijn hier niet) en om de tent te sluiten, daar heb ik iets tegen. Ik voel me dan in ’n cocon met licht midden in de duisternis en dat maakt me kwetsbaar. Ik blijf nog maar wat buiten zitten met veel kleren aan. Op zulke momenten, meer dan overdag, besef ik werkelijk dat ik alleen ben. Er is daarbij geen moment van ongerustheid. Wel dit: het is natuurlijk allemaal heel indrukwekkend wat je ziet, maar het zou meer zijn als je dit met een ander delen kon. Door zijn antwoord voeg je weer wat bij en kom je op nieuwe gedachten. Hoe lang zou je dit kunnen volhouden zonder in geestelijke inteelt te verzanden? Ik denk, dat voor een sterk iemand, die met veel inhoud hieraan begint, een halfjaar het uiterste is. Daarna is de batterij uitgeput. Misschien brengt een heilige het verder. Hij heeft nog andere toevoerkanalen. dat herinnert me aan wat ik hier het eerste deed. Toen de boot niet meer te zien was ging ik naar binnen en knielde, net als heel vroeger. Ik weet niet, of God bestaat. Maar ik deed het toch.

Uit: Werken 1, De Boekerij Amsterdam, 1996

Godfried Bomans (1913-1971, Den Haag)