De zee als tong van het dikke niets

Epave de l'Hai Siang

De zee trekt aan me als een magneet. Evolutionair is dat te verklaren (eens als eencellige zwom ik in het vruchtwater). Voor mij geen bergen (althans als ze geen uitzicht bieden op water); bos en woud zijn leuk als er poel en sloot te vinden zijn. Maar open klap ik als ik een voet op het strand zet; het zeegeruis begeleid wordt door het gekras der zeemeeuw en wind alle gedachten een fikse opknapbeurt geeft.

Met belangstelling volg ik soortgelijken: zij die openlijk hun liefde verklaren aan het zilte sop. En met de liefde voor de zee, de liefde voor het mysterie. Het uitgestrekte zodat je je als drenkeling nietiger dan nietig voelt. Het onpeilbare want dieper dan diep, en donkerder dan donker. En hoe de zee als levend organisme neemt en geeft. Ik kom, via Charlotte Mutsaers, bij James Hamilton-Paterson (1941, Brit) die The great deep (the sea and its tresholds) schreef.

In dat boek doet hij pogingen om zijn fascinatie met de zee handen en voeten te geven. Want: ‘bij de zee gaat alles zo snel en overweldigend om leven en dood’. Hij beschrijft hoe je als drenkeling probeert houvast te krijgen bijvoorbeeld door eerst maar eens je plaats te bepalen. Hoe je probeert je omgeving vertwijfeld in kaart te brengen. Hoe de wetenschap dat doet.

Ook het wrak komt aan bod. ‘Wrakken zijn vooral zo fascinerend omdat ze dienen als centrum  voor allerlei preoccupaties: dood, verlies, dingen die verborgen worden en verdwijnen, dingen die ontdekt worden en weer verschijnen, opgepotte rijkdom’, laat Hamilton-Paterson weten.

Je zou denken dat het een naargeestig boek is, zwaar van toon en inhoud, maar er is ook licht en lucht, zoals aan de rand van de zee op een blauwhemelse dag. ‘De zee lijkt onder zekere omstandigheden en bij bepaalde belichting, niet de woonplaats van monsters of boosaardige geesten die mensen naar beneden trekken, maar de woonplaats van het dikke niets dat onder alle geluk zit weggedoken en even zijn tong laat zien’. Lekker puh, dus eigenlijk.

Bron: Paardejam, Charlotte Mutsaers, Meulenhoff Amsterdam, 1996

wrak-1