Erik Solvanger: bezoedeld is men

Bezoedeld is men

al bij de geboorte / zeggen mensen / dat je mooi bent

en dat terwijl / je alles onderpoept / en met je bloederige slijm / gevouwen huid / al rimpelt

zo ben je / meer een attractie / dan een mooie verschijning

daar is niets mis mee

maar het is de eerste leugen die je leert / dat schoonheid / zou bestaan, zomaar

in je schoot geworpen

Uit: Eenvoudig schedellichten, 521 Amsterdam, 2004

medischcontact, solvanger erikbron foto: medischcontact.nl

Erik Solvanger (1972, Zeeland)

Warren: de zwaan en de zeug

De zwaan en de zeug

Waarom niet ronduit toegegeven / dat gedichten vaak gedichten baren. / Vanavond de fragmenten / van Alkman van Sardes weer eens herlezen. / ‘Maar zij zingt zoals een zwaan / op de stromen van de Xanthos.’ / Woorden, bevracht met zevenentwintig eeuwen / hoge, stervende sirenenzang, / blank over het blonde water. / Daarna, als tegenpool, in ’t zelfde boek / een brok oudgriekse folklore: / ‘Een zeug, die een eikel vindt, / verlangt al naar de tweede; / Ik, met een mooi meisje op schoot, / verlang al naar een ander.’ / Die zeug, kostelijk dier, brengt me / lachend naar een spaanse herberg, maar bij de plotse klaroen van de zwaan / over de wateren van de Xanthos / huiver ik, begint het opnieuw.

Uit: Maatstaf 4,5 1970, Zeeland, Arbeiderspers Amsterdam, 1970

hanswarren.nl, hans warren en Albertina

Hans Warren en dochter Albertina, bron foto: hanswarren.nl

Hans Warren (1921-2001, Borssele)

Hans Warren’s Aubade met lijsters als voorbeeld van klankgebruik

Er zijn drie types van klankgebruik in poëzie: klanknabootsing; betekenisloze klankwoorden en klankexpressiviteit.

Een voorbeeld van evenwicht tussen klanknabootsing en betekenisvolle tekst:

Aubade met lijsters

De rijm stijgt dampend uit de weiden / tot sluiers om de zon / die tussen de lentetwijgen / een japanse allure krijgt.

pirix pirix tjuwie tjuwie tjijuwuwu / tlie tluu tlie tiriktiping tjulilililili

Melkauto’s in de verte / de postbode nadert / litu tjoeoek tjoek tjoeoek / de postbode loopt voorbij / tèk tok tèk tek trrk trrr tr rr

titiwu pikwie? pikwie?

Uit: Verzamelde gedichten 1941-1981, Bert Bakker Amsterdam, 1981

warren, hanswarren.nlbron foto: hanswarren.nl

Hans Warren (1921-2001, Borssele)

De klank is in dit gedicht geïntegreerd in het ochtendlijke sfeerbeeld en ontleent aan het contrast tussen lijsters en postbode, dat los van de klanknabootsing, wordt opgeroepen, zijn expressieve waarde.

bron: De dichter is een koe – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

De visarend die niet viste

https://youtu.be/VdDqIWDCTqI

Waar hij verscheen, sloegen kieviten en tureluurs angstig op de vlucht. Met ver vooruitgestoken poten streek hij midden in een ondiepe plas neer. Hij stond tot de borst in het water en begon te baden. Dompelde zich ettelijke malen onder, sloeg met de heel lange wieken soppend in het nat en schudde de flonkerende druppels uit zijn kuif. Hij werd erg nat, vloog ten slotte met zwaar zoevende slagen omhoog. Weer schudde hij zich tijdens de vlucht van kop tot staart uit, spetters vlogen overal. Hij streek neer op een knotwilg en bleef geruime tijd met vleugels en staart gespreid staan. Die staart is wat grijzer van kleur dan de bronzen vleugels. Daarna vouwde hij de wieken dicht, maar liet ze in de vleugelboeg neerhangen, een heel heraldieke stand. De veren werden gepoetst, krop en rug kregen een flinke beurt en de vleugels werden nog eens met kracht uitgeklapt.

(..)

Opeens boog hij het bovenlijf omlaag, het achterlijf werd omhooggedrukt zodat we de blanke onderzijde te zien kregen, en met een krachtige, witte straal werden de feces uitgespoten. Meestal keek hij ons met beide ogen strak aan, een vreemd geziht, vooral wanneer de wind door de kuif streek. Op den duur werd hij toch onrustig en sprong omhoog. Daar zweefde hij op die buitengewoon lange vleugels over de Zwake. Hoewel er af en toe een grote karper met klikklakkend geluid uit het water sprong, zagen we hem helaas niet vissen. Hij streek veel verder neer in een boomtop.

Uit: Hans Warren – Ik ging naar de Noordnol, Bert Bakker Amsterdam, 1996