Jan Arends: ik schrijf gedichten…

jan arends, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Ik schrijf gedichten…

Ik / schrijf gedichten / als dunne bomen.

Wie / kan zo mager / praten / met de taal / als ik?

Misschien / is mijn vader / gierig geweest / met het zaad.

Ik heb / hem nooit / gekend / die man.

Ik heb / nooit / een echt woord gehoord / of het deed pijn.

Om pijn / te schrijven / heb je / weinig woorden / nodig.

Uit: Vrijgezel op kamers. Verzameld werk, samenstelling en bezorging Thijs Wierema, Nico Keuning, Bezige Bij Amsterdam, 2013

Jan Arends (1925-1974, Den Haag)

Ernst Ludwig Kirchner manipuleerde de tijd

(Bij de eerste afbeelding)

Venijnige kleuren in grove penseelstreken botsen heftig en wekken een troosteloze sfeer. Het schilderij is bijna te klein voor het tafereel en de verf lijkt de randen zelfs naar buiten te drukken. Dit schilderij (Zelfportret met model, ca. 1910) is kenmerkend voor de sensuele, heldere kleuren, dramatische intensiteit en de hoekige contouren van het expressionisme. Kirchner (1880-1938, Aschaffenburg, Dld) was lid van de expressionistische groep Die Brücke, die een brug wilde slaan tussen de kunst van het verleden en die van de toekomst. Er bestond rivaliteit tussen hem en een ander lid, Erich Heckel. Kirchner rommelde met de datum waarop hij een schilderij schilderde om te bewijzen dat hij vernieuwender was dan de anderen van de groep.

Vanaf 1917 woonde hij in Zwitserland omdat hij tuberculose had. In 1937 werd veel van zijn ‘ontaarde’ kunst door de Nazi’s in beslag genomen; een jaar later pleegde Kirchner zelfmoord.

kirchner 1

kirchner 3kirchner 5

kirchner 4

John Berryman: 4

4

Haar stevige & lekker lichaam vullend / met de kip-paprika, keek ze me aan / twee maal./ Wee van de belangstelling hongerde ik terug / en slechts het feit van echtgenoot & nog vier lui / weerhield me om haar te bespringen

me voor haar voetjes neer te werpen, roepend / ‘Jij bent het geilste stuk in jaren duister / dat Henry’s blinde ogen / ooit zagen, Schittering!’ Ik lepelde / (wanhopig) mijn spumoni; – Heer Bones: zit vol / de weveld, met voedvame meifjes.

– Zwart haar, Latijns gelaat, karbonkels neer… / Die pummel naast haar smult… wat voor mirakelen / broedt ze eigenlijk op, daarzo? / Het restaurant gonst of ze op Mars zit. / Waar ging het mis? Er moest een wet zijn tegen Henry. – Die is er, meneer Bones.

john berryman, newsweek.comJohn Berryman (met bril en baard) in zijn meest geliefde omgeving: de kroeg. bron foto: newsweek.com

John Berryman (1914 – 1972, USA)

Uit: The Dream Songs, Farrar, Straus and Giroux Inc New York, 1969; vertaling Rob Schouten

Rogi Wieg: onvoorstelbaar

Onvoorstelbaar

Ik droom nog wel eens dat / ik schrijf over mijn vader / die blootshoofds en een uitgebrand / maisveld staat. Zijn hoed heeft hij / vergeten bij kennissen, hij is oud en grijs / en heft zijn vuist op naar God.

Wie verder komt in de poëzie / schrijft niet meer over zijn vader. / Zijn hoofd wordt verruild voor de vrucht, / zijn hoed voor de tijd, zijn vuist voor een graftombe. / Alleen God is er nog, vluchtig en even onvoorstelbaar / symbolisch als altijd.

rogi-wieg-maartenslagboom.nlRogi Wieg (1962 – 2015)

bron foto: maartenslagboom.nl

Uit: De zee heeft geen manieren, Van Oorschot Amsterdam, 1987

Jotie ’t Hooft: aan mijn ouders

Aan mijn ouders

Nu ik uit uw huis ben, en weg en wekelijks geworden / woon ik dieper in u nu, buiten bereik / van uw vangende armen, maar in de warmte / van uw weldoend hart.

Is het hard geweest, was het bitter en verbitterend, / het is voorbij. / Ik weet wel, het woont nog in ons, zal nooit / geheel verleden zijn, kleeft aan onze wanden / waar het wonden maakte, / ons zelf verwonderde.

Maar met het harde, het kappende en zachte / zijn wij, zoals de leer ons zegt, gestorven / en in en voor elkaar, en vrij, / uiteindelijk geboren.

jotie 't hooft, demorgen.be

bron foto: demorgen.be

Jotie ‘ t Hooft (1956 – 1977)

Uit: Verzamelde gedichten, 1987

Georg Trakl: Kaspar Hauser-Lied

kaspar_hauserKaspar Hauser-Lied

Für Bessie Loos

Er wahrlich liebte die Sonne, die purpurn den Hügel hinabstieg, / Die Wege des Walds, den singenden Schwarzvogel / Und die Freude des Grüns.

Ernsthaft war sein Wohnen im Schatten des Baums / Und rein sein Antlitz. / Gott sprach eine sanfte Flamme zu seinem Herzen: / O Mensch!

Stille fand sein Schritt die Stadt am Abend; / Die dunkle Klage seines Munds: / Ich will ein Reiter werden.

Ihm aber folgte Busch und Tier, / Haus und Dämmergarten weisser Menschen / Und sein Mörder suchte nach ihm.

Frühling und Sommer und schön der Herbst / Des Gerechten, sein leiser Schritt / An den dunklen Zimmern Träumender hin. / Nachts blieb er mit seiem Stern allein;

Sah, dass Schnee fiel in kahles Gezweig / Und im dämmernden Hausflur den Schatten des Mörders.

Silbern sank des Ungebornen Haupt ein.

Kaspar Hauser-lied

Voor Bessie Loos

Hij hield waarlijk van de zon, die purperkleurig de heuvel afklom, / van de paden in het woud, de zingende zwarte vogel / en de vreugde van het groen.

Ernstig was zijn wonen in de schaduw van de boom / en zuiver zijn gelaat. / God sprak een zachte vlam tot zijn hart: / O, mens!

Stil vonden zijn passen ’s avonds de stad; / de donkere klacht van zijn mond: / Ik wil een ruiter worden.

Maar struiken en dieren achtervolgden hem, / huizen en schemertuinen van witte mensen / en zijn moordenaar zocht naar hem.

Lente en zomer en mooi de herfst / van de rechtvaardige, zijn stille stap / langs de donkere kamers van dromers. / ’s Nachts bleef hij met zijn ster alleen; / hij zag sneeuw op kale takken viel / en in het schemerige dal de schaduw van de moordenaar.

Van zilver zeeg het hoofd van de ongeborene neer.

georg traklGeorg Trakl (1887 – 1914)

Uit: Dichtungen und Briefe, Müller Salzburg, 1969

Kurt Tucholsky: Park Monceau

Park Monceau

Hier ist es hübsch. Hier kan ich ruhig träumen. / Hier bin ich Mensch – und nicht nur Zivilist. / Hier darf ich links gehn. Unter grünen Bäumen / sagt keine Tafel, was verboten ist.

Ein dicker Kullerball liegt auf dem Rasen. / Ein Vogel zupft an einem hellen Blatt. / Ein kleiner Junge gräbt sich in der Nasen / und freut sich, wenn er was gefunden hat.

Es prüfen vier Amerikanerinnen, / Ob Cook auch recht hat und hier Bäume stehn. / Paris von aussen und Paris von innen: / sie sehen nichts und müssen alles sehn.

Die Kinder lärmen auf den bunten Steinen. / Die Sonne scheint und glitzert auf ein Haus. / Ich sitze still und lasse mich bescheinen / und ruh von meinem Vaterlande aus.

Park Monceau

Hier is het mooi. Hier kan ik rustig dromen. / Hier ben ik mens – en niet alleen maar burger. / Hier mag ik links lopen. Onder groene bomen / zegt geen bord wat verboden is.

Een dikke stuiterbal ligt op het gras. / Een vogel pikt aan een licht blad. / Een kleine jongen peutert in zijn neus / en is blij als hij iets gevonden heeft.

Vier Amerikaanse dames onderzoeken / of Cook gelijk heeft en hier bomen staan. / Parijs van buiten en Parijs van binnen: / ze zien niets en moeten alles zien.

De kinderen stoeien op bonte stenen. / De zon schijnt en glinstert op een huis. / Ik zit stil en laat me beschijnen / en rust van mijn vaderland uit.

kurt tucholsky, die welt

bron foto: die Welt

Kurt Tucholsky (1890 – 1935)

Uit: Gesammelte Werke, Rowohlt Reinbek, 1960

(on)Zin: lied van de verkalkte priester

Lied van de verkalkte priester

Ik leg die dingen daar – Zie ze verbranden, / Smaragd, azuur en goud, / Het sist en kraakt, het blauw & groen der wereld / Alsof ik moe ben. Iemand hindert me / Steeds weer, de wolken, wolken hebben rare randen / En ik begrijp ze niet en houd niet van ze.

Altocumulus-Fluctus, bommetje.nl

…wolken hebben rare randen… (bron foto: bommeltje.nl)

Mijn lange lippen likkend keek ik naar God, / Hij vlamde en was vriendelijker / Dan jullie, hij was klein. Hij liet / Me slangen, dunne bloemen zien: die waren koud. / Gezag wuifde & lichtte als de fakkel / Van ijs onder een zonnetje. Ik sta verbaasd.

Daar had je de schrille en stijve dansers, / Hun krachteloze koppen schuddebollend. / Ik zou ze leren maar dat kan nu niet / Wegens de regels. Ze verheffen zich en schuiven. / Dans maar, knik ik, ze dansen in de regen / In mijn rode tuniek, ik heers over de dood.

John Berryman (1914 – 1972), Noord-Amerikaans

Uit: Iets dat te groot is om te zien, Meulenhoff Amsterdam, 1991; vertaling Rob Schouten

Paul Celan: Sprachgitter

Sprachgitter

Augenrund zwischen den Stäben.

Flimmertier Lid / rudert nach oben, / gibt einen Blick frei.

Iris, Schwimmerin, traumlos und trüb: / der Himmel, herzgrau, muss nah sein.

Schräg, in der eisernen Tülle, / der blakende Span. / Am Lichtsinn /errätst du die Seele.

(War ich wie du. Wärst du wie ich. / Standen wir nicht / unter einem Passat? / Wir sind Fremde.)

Die Fliesen. Darauf, / dicht beiander, die beiden / herzgrauen Lachen: / zwei / Mundvoll Schweigen.

Spreektralies

Ogenbol tussen de spijlen.

Trillend ooglid / roeit naar boven, / geeft een blik vrij.

Iris, zwemster, droomloos en troebel: / de hemel, hartgrauw, moet nabij zijn.

Schuin, in de ijzeren kandelaar, / de walmende gloeispaan. / Aan het lichtgevoel / herken je de ziel.

(Was ik maar zoals jij. Was jij maar zoals ik. / Stonden we niet / onder één passaat? / We zijn vreemden.)

De plavuizen. Daarop, dicht bij elkaar, de beide / hartgrauwe poelen: / twee / monden vol zwijgen.

Paul Celan (1920 – 1970)Paul-Celan

Uit: Sprachgitter, S.Fischer Frankfurt am Main, 1959

Gunnel Wåhlstrand zoekt haar vader

De Zweedse Gunnel Wåhlstrand (1974) verloor haar vader toen ze 1 jaar oud was. Hij pleegde zelfmoord. Wat haar aan haar vader kan herinneren zijn foto’s uit het familie-album. Die gebruikt ze voor haar werk. Metershoge doeken van gewassen inkt tonen die familieplaatjes. Het werk komt met engelengeduld tot stand. Laag voor laag. Alsof de foto zich ontwikkelt in het ontwikkelbad.

De beelden tonen het gezin Wåhlstrand in gelukkiger tijden en in stemmig grijs. Persoonlijk, voorbijgaand, verstild, kwetsbaar en vergankelijk. In het proces om de werken te maken neemt de Zweedse uitgebreid de tijd om op zoek te gaan naar de betekenis van die beelden en vooral wat ze haar vertellen. Het eindresultaat is definitief en sluit die zoektocht af. Voor ons als kijker rest de oproep om in dat verhaal mee te gaan. En dan scheelt het dat de beelden indrukwekkend zijn.

gunnel wahlstrand 1gunnel wahlstrand 2gunnel wahlstrand 3gunnel wahlstrand 4gunnel wahlstrand 5gunnel wahlstrand 6