A.L.Snijders en oud-tante Carola

snijders al; trouw.nlbron beeld: trouw.nl

Carola

De trein naar Dieren is niet dezelfde als de trein naar Amsterdam. In de trein naar Amsterdam zitten mijn voorouders slordig met harde stemmen te praten in een dialect dat ze algemeen beschaafd noemen. Ze spreken zelfs van Algemeen Beschaafd. Mijn oud-tante Carola woonde in Oost, een wijk waar ik niet graag kwam omdat ik daar niet welkom was. Ruwe jongens met dichtgeknepen ogen lachten me uit in de straten van Oost als ze hoorden dat ik uit Zuid kwam. En het bleef niet bij lachen, ze gooiden me op de grond en vernederden me door een voet op mijn borst te zetten en naar de schilder te kijken die bezig was met De Nederlaag, zijn laatste schilderij. Carola noemde zich gezelschapsdame, maar ontving alleen heren. Ik begreep het nog niet echt, maar mijn drie jonge zusjes werden zorgvuldig buiten het terrein van de zonde gehouden. ’s Zomers huurden mijn ouders een villa in de duinen bij Noordwijk. De zee ruiste ons leven binnen, het geluid van klapperende wimpels, de paarden in galop, de ruiters als ijzige beelden. Wie kon vermoeden dat mijn zusjes ooit zouden begrijpen dat tante Carola haar sportauto verdiend had met alleen mannen.

uit: tat tvam asi, afdh Doetinchem, 2021

De aarden pot van A.L. Snijders

snijders; jameshournemment.bron beeld: blogspot.com

Aarden pot

De buurvrouw van links had een alleraardigst dochtertje, maar haar leven was moeilijk. Het had lang geduurd voordat ze geboren was en kort daarna was haar man, de vader van het kind, weggelopen met de dienstbode, die hij binnen een week bevruchtte. Ik wilde haar wapenen tegen de wereld en citeerde Epictetus, een van oorsprong Griekse filosoof. Hij zei:

Als u gesteld bent op een aarden pot, bedenk dan: Ik ben gesteld op een aarden pot. Want als de pot breekt zult u niet in verwarring worden gebracht. Als u uw kind of vrouw omhelst, bedenk dan dat u een mens omhelst. Dan zal ook zijn sterven u niet in verwarring brengen.

De buurvrouw schrok van deze hardheid. Daarom voegde ik eraan toe: ‘Ik heb een Opel Omega, stationcar, 2600 cc, zescilinder.’ Aan die auto ben ik gehecht, vooral vanwege die zes cilinders. Na de aarden-pot-uitspraak van Epictetus heb ik onthecht naar de auto gekeken en gemompeld: ‘Ik ben gesteld op een zescilinder.’ In de hoop dat het autokerkhof me niet in verwarring zou brengen. Ik probeer de poëzie, de filosofie en de literatuur te gebruiken als een aarden pot. Toch geloof ik dat ik de dood van vrouw en kind niet op een stoïcijnse manier zou kunnen verwerken. Maar ik zou het proberen, want op de politieschool waar ik les gaf hoorde ik vaak de gevleugelde woorden: ‘Niet geschoten is altijd mis.’

Dit alles is dertig jaar geleden. De buurvrouw van links zie ik nog wel eens, ze is gelukkig geworden en haar dochter heeft ook een goed leven. De aarden pot is niet gebroken.

uit: tat tvam asi, afdh Doetinchem, 2021

Snijders is baanbrekend

Bijgaand een voorbeeld, typisch voor de wereld van ZKV-er A.L. Snijders (1937-2021). Er is een voorval, een observatie. Er volgt een gedachte, een analyse, een nevengedachte en er worden kwesties aan elkaar gesmeed. Meestal op verrassende en oorspronkelijke wijze. Dat stemt tot nadenken.

Baanbrekend

De kikkers langs de Berkel kwaken de stilte aan stukken. Een vrouw schildert het landschap. De Berkel ontspringt in Duistland en mondt uit in de IJssel. Ik ben de wandelaar in dit tafereel, ik loop aan de overkant. Ik groet de vrouw en neem me voor haar schilderij op de terugweg te bekijken. Twee uur later ben ik terug, de vrouw is verdwenen. Ik zal het schilderij nooit zien. Dat is jammer want over honderd jaar zal dit schilderij baanbrekend blijken te zijn, terwijl ik het niet gezien heb. Ik ken een man die in een andere wereld leeft, hij geeft hiernamaals-cursussen, waarmee hij veel succes boekt. Zijn cursisten noemen hem een goeroe. Vroeger was hij fietsenmaker, maar hij heeft zijn winkel verkocht, hij kan nu leven van het hiernamaals. Ik kan hem niet volgen, mijn vader heeft mij opgevoed als een hardnekkige atheïst. Zoiets kan niet meer veranderd worden, er zijn grenzen aan de buigzaamheid van de mens. Het baanbrekende schilderij is mij voor altijd ontnomen.

uit: tat tvam asi, AFDH Doetinchem, 2021

snijders; destentor.nlbron beeld: destentor.nl

A.L. Snijders: ‘als je teveel ziet’

al snijders; heereveensecourant6In het dagblad (dit klinkt historisch) las ik een verhaal over het huis waarin A.L. Snijders woonde. Het staat te koop. De nalaters willen ervan af. De makelaar pronkt met de laatste gebruiker. De woning is een opknappertje, iets voor de liefhebber.

Over de natuur, de mens en vergankelijkheid schreef A.L. dit zeer korte verhaal:

Methusalem

Het bos in ondoordringbaar, het is wat men verwacht van een bos. iemand die ervoor gestudeerd heeft ontdekt een onbekend bloempje. In de boeken staat dat het uitgestorven is. Het bos wordt neergehaald, de tijd vreet zich met grote happen door het landschap en door ons leven. Er ontstaat een moeras, een prehistorisch nattegrondparadijs. Het bloempje houdt zich goed, het vestigt zich, het is terug. In de heuvels rondom verschijnen uitkijkplaatsen, het gebied zelf mag niet betreden worden, op de bordjes staat: Niet betreden, kwetsbaar gebied. Jaren later treedt de droogte in, voorspeld, onomkeerbaar. Ik ga er bijna nooit meer kijken, de kenners vertellen me dat het plantje is uitgestorven. Ik loop moeilijk, ik ben nu zo oud als Methusalem. Ik klaag daar niet over, maar het nadeel is dat je teveel ziet.

uit: tat tvam asi, afdh Doetinchem, 2021

bron beeld: heereveensecourant.nl

A.L. Snijders: bewegingsloos als een steen

A.L. Snijders schreef onopzettelijk eenvoudig en simpel over de dingen die hij meemaakte, hem aan het denken zette en de kronkel die dat opleverde. Onder kronkel mag je ook inzicht verstaan. Zijn Zeer Korte Verhalen verraden moeiteloos meesterschap. Wederom een voorbeeld:

Steen

De dokter zegt dat wandelen een vijand van de aftakeling is. Omdat ik vanuit m’n bed ongehinderd door straatstenen of asfalt het bos in kan lopen, noem ik me een bosloper. M’n korste rondje loop ik in drie kwartier, ik zie bijna nooit iets nieuws. Als ik iets nieuws zie, heeft het altijd met gevaar of dood te maken. Tot nu toe niet mijn eigen gevaar of dood, het speelt zich gewoonlijk af in het dierenrijk, wat weer eens duidelijk maakt dat je beter geen dier kunt zijn.

Trouwens, nu ik erover nadenk is het bij storm ook voor de mens beter het bos te mijden. Vooral als de bomen zwaar zijn van nieuw blad, zijn ze kwetsbaar, en ik dus ook. De weerberichten zijn dan ook mijn meest bekeken tv-programma’s. Trouwens, op het moment dat ik dit schrijf, wordt er op advies van het KNMI een code oranje afgegeven voor Zeeland. Opluchting en leedvermaak hebben geen zin, de storm trekt door naar het noordoosten, waar mijn broze huis als doelwit wacht. Het blijkt mee te vallen, er zijn wat buien met klassieke bliksemflitsen, maar de enige schade is het uitvallen van de televisie, die haar nieuws via een schotelantenne uit het heelal haalt.

Het gebeurt allemaal tegelijk, de flits, de klap, het stilvallen van de pratende man die uitlegt waarom de vakbonden akkoord moeten gaan. Ikzelf zwijg ook, evenals de papegaai, die zelden zijn bek houdt. De stilte na een natuurramp maakt mij altijd somber – waar was dit nou voor nodig? Als ik had kunnen kiezen, had ik waarschijnlijk voor een bewegingsloos leven gestemd. Zoals een steen op de bodem van een beek.

uit: tat tvam asi, AFdH Doetnchem, 2021

al snijders; heereveensecourant.nl

bron beeld: heerenveensecourant.nl

A.L Snijders liep even mee

Wandelpad

Omdat mijn huis aan een wandelpad ligt, spreek ik veel wandelaars. Deze ochtend een jongeman die de moderne klimaatkritiek onzin vindt. Ik lees hem een citaat voor uit een klimaatkritiek van honderden jaren geleden.

De natuur is uit onze beschaving gebannen, de seizoen verliezen hun ritme, de vruchten van de aarde verliezen hun smaak, de dieren, erfgenamen van deze planeet, worden bruut en moedwillig uitgeroeid.

Het is een citaat uit de achttiende eeuw. De wandelaar kijkt sip. ‘Waarom heeft u dat niet eerder gezegd?’ ‘Omdat ik je voor het eerst zie, je bent een meeloper die niet zelf op zoek gaat, maar veilig onderdak zoekt bij de beroepkankeraars.’ ‘U heett waarschijnlijk ook geen water voor me.’ Ik neem hem mee naar de keuken waar hij twee glazen water drinkt. Ik wil nog iets vaderlijks tegen hem zeggen, maar ik weet niets.

uit: tat tvam asi, AFDH Doetinchem, 2021

A.L. Snijders (1937-2021)

al snijders; heereveensecourant crop

bron gecropt beeld: heerenveensecourant.nl

A.L. Snijders: beste vriend

Beste vriend

In de jaren vijftig kon je niet trouwen zonder toestemming van je ouders. Dit is vage herinneringskennis. Het kan ook zijn dat dit alleen gold voor meisjes. Hoe dan ook, Mirjam was zeventien, Robert vierentwintig. Haar ouders waren tegen. In Schotland kon je zonder toestemming trouwen. Dat deden ze. Ze zagen haar ouders nooit meer, hoewel Mirjam enig kind was. Ze kregen twee zonen, het huweljk werd ontbonden toen die het huis hadden verlaten en studeerden, natuurkunde en medicijnen. Einde verhaal. Tientallen jaren later hoorde ik op een reünie een saillant detail over dit huwelijk. Mirjam hield niet van Robert, ze had hem gebruikt om aan haar bekrompen ouders te ontsnappen. Haar grote liefde was de beste vriend van Robert. Op hem was zij al sinds de lagere school kansloos verliefd. Na de huwelijksvoltrekking vertelde ze het aan haar tweede keus echtgenoot. Die stelde voor samen de beste vriend op de hoogte te stellen. Die was zeer verrast, hij had nooit iets gemerkt, maar bleef de beste vriend.

uit: tat tvam asi, AFDH Doetinchem, 2021

al snijders; heereveensecourant_Fotor(1)

bron beeld: heereveensecourant.nl

Blijmoedige sereniteit en een subtiel gevoel voor humor zijn kenmerken van de Taoïstische persoonlijkheid. daar moest ik aan denken bij deze ZKV van A.L. Snijders (1936-2021).

A.L. Snijders leest een gedicht van Adam Zagajewski

Gisteren kreeg ik een brief van mijn vriend Schellens uit Etten-Leur. Hij kent alle dichters ter wereld, en bovendien al hun gedichten. Hij stuurt mij soms een geadresseerde enveloppe met postzegel en enkele gedichten. In dit geval was het er een van de mij onbekende Poolse dichter Adam Zagajewski, een smal, langwerpig gedicht, vertaald door Gerard Rasch. De titel verraste me al: ‘Het vliegveld van Amsterdam (ter nagedachtenis van mijn moeder)’. Terwijl ik de negen coupletten zat te lezen, klopten er twee wandelaars aan om de weg te vragen naar Almen. Ze hadden een kaart bij zich die ze niet helemaal vertrouwden, maar dat was onterecht, Almen verschool zich niet. Zagajewski kenden ze trouwens wel, ze wisten dat hij in Oekraïne geboren was (in Lviv, het toenmalige Lwow, daarvoor Lemberg), inmiddels wereldberoemd, grote prijzen had gekregen en les gaf op verschillende universiteiten in Amerika. Ik stelde ze voor de negen coupletten voor te lezen, maar daar hadden ze geen tijd voor, Almen was vijf kilometer lopen en de zon zakte al achter de horizon.

Nu is er ook geen tijd voor, ik lees de eerste en de twee laatste:

Een decemberroos, een smal verlangen / in een tuin die zwart en leeg is, / op de bomen roest, en dikke rook / alsof iemands eenzaamheid er brandt.

(…)

De oude pastoor zal je naam verdraaien. / De trein zal stoppen in een bos. / Met de dageraad zal het sneeuwen / op het vliegveld van Amsterdam.

Waar ben je? / Daar waar de herinnering is begraven. / Daar waar de herinnering groeit. / Daar waar de roos, de sinaasappel en de sneeuw zijn begraven. / Daar waar de as groeit.

uit: tat tvam asi, afdh Doetinchem, 2021

adam zagajewski; gettyAdam Zagajewski; bron beeld: Getty Images

Adam Zagajewski (1945-2021, Pool)

A.L. Snijders vangt op zonder hond

al snijders; heereveensecourant_Fotorbron beeld: heereveensecourant.nl

Bij onderstaande column van de te vroeg overleden A.L.Snijders moest ik denken aan vluchtelingen/gelukzoekers.

Zonder hond

De onbekende man aan de deur is nog jong en de dag is nog maar net begonnen. Zijn gezicht is verwrongen, hij vraagt of hij zijn handen kan wassen. Ik wil hem niet binnen laten, maar ik wil me ook niet door angst laten leiden. Dit het moment dat ik een hond ontbeer, een grote hond uit Afrika of Brazilië, die ervoor zorgt dat niemand aanbelt. Er zit trouwens ook een kraan buiten aan het huis, voor het besproeien van planten.

Ik laat hem binnen, ik zie wel wat ervan komt. Nadat hij zijn handen heeft gewassen drinkt hij een kop koffie en vertelt over zijn miserabele leven. Hij vertelt dat hij een onbruikbare man is. Ik zoek het op, ik kom bij een uitspraak van Goethe: ‘Een onbruikbare man kan niet bevelen en ook niet gehoorzamen.’ Ik stel voor dat we Goethe er maar buiten laten, we kunnen ons beter richten op Martialis: ‘Een echte man blijft altijd een beginneling.’ Daar is mijn gast het mee eens. Ik maak nog een lunch voor hem en als hij om vier uur weer verder gaat, maakt hij een ontspannen indruk. Ik ben ook tevreden, omdat het zonder hond dus ook gaat.

uit: tat tvam asi, AFdH Doetinchem, 2021

Postuum: Ga door

al snijders; heereveensecourant.nlbron beeld: heerenveensecourant.nl

Ik moet even iets kwijt over A.L. Snijders achter wiens pseudoniem Peter Cornelis Müller zich verstopte. Deze man wist in zijn zeer korte verhalen de wereld op z’n kop te zetten en me te stemmen tot nadenken. Het zijn geen grote kwesties maar juist de kleine dingen waar hij zijn lampje en licht op liet schijnen. Dat maakte het zo boeiend. Ik mis hem. Een voorbeeld:

Ga door

Theo Thijssen (Kees de Jongen, de zwembadpas) woonde in de Jordaan, een volkswijk in Amsterdam. Als kind was hij al een dromer, en als het hem met een droom niet lukt, probeerde hij de werkelijkheid op een andere manier naar zijn hand te zetten. De straat waar hij woonde keek uit op de Westertoren. Als hij op de stoep van hun huis zat en naar de toren keek, hinderde het hem altijd dat hij zo dicht bij de ene huizenkant stond. Hij ging liever midden op straat staan, dan kwam de toren mooi in het midden tussen de huizen. Maar als zijn moeder dat zag, rende ze naar buiten en trok hem het huis in, zij was bang dat hij door een kar overreden zou worden. Hij protesteerde dat hij de toren mooi in het midden wilde zien staan, maar zijn moeder had geen oren naar deze uitleg. Veel later, hij was volwassen geworden, ontdekte hij een ets van een doorkijk door de Eerste Leliedwarsstraat op de Westertoren, die de kunstenaar mooi in het midden had gezet. Hij kocht de ets meteen met een diep gevoel van verrukking. Het kind dat hij was geweest had ten slotte toch gelijk gekregen. Ik heb op mijn beurt dit verhaal ook weer verder verteld. Aan een neefje dat ook veel fantaseert. Zijn moeder maakt zich ongerust en corrigeert hem. Maar als ze even uit de kamer is, fluister ik: ‘Ga door, denk aan Theo Thijssen.’

uit: tat tvam asi, AFDH Enschede/Doetinchem, 2021

A.L. Snijders aka Peter Müller (1937-2021, Amsterdam)