Dendermonde: herfst

Herfst

Terwijl ik rustte tussen paddestoelen, / zag ik een spin met zilveren gebaar / een herfstweb bouwen over mijn gitaar, / misschien opdat mijn hand geen klank zou voelen / van zomerliedjes, roestend in de snaar.

Dan, in de schemer, kwam een vrome regen / het bos van kleine zomerzonden kuisen / en in de snaren zongen droppen ruisend / een stil adieu over mijn wilde wegen: / weer moest ik naar behang en steen verhuizen.

Mijn moeder zei: Wat staan je ogen diep, / heb je de zomer tot het laatst gedronken? / Ik zweeg, en zag hoe ik eenmaal verzonken / met Carla tussen de korenvelden liep / en hoe papavers om haar voeten vonkten.

dendermonde, wikipedia.orgMax Dendermonde (rechts op de foto); bron foto: wikipedia.org

Max Dendermonde (1919 – 2004)

Uit: Tot zover voorlopig, Querido Amsterdam, 1954

William Henry Davies: vrije tijd

Vrije tijd

Wat is dit leven als wij, vol met bezwaren, / geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

Geen tijd om te staan onder de bomen / en als schapen of koeien starend te dromen.

Geen tijd om te zien, als we gaan langs het bos, / waar de eekhoorns hun noten verbergen in het mos.

Geen tijd om te zien, op klaarlichte dag, / stroompjes vol sterren als de hemel bij nacht.

Geen tijd om Schoonheid een blik te gunnen, / haar voeten te zien, hoe die dansen kunnen.

Geen tijd om te wachten tot haar mond / die glimlach verrijkt die met kijken begon.

Armzalig dit leven als wij vol bezwaren /geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

w-h-daviesbron foto: theprojectspacenewport.wordpress.com

William Henry Davies (1871 – 1940, Brits)

Uit: Collected poems, Cape Londen, 1972; vertaling Jan Eijkelboom