
De bundel essays De overdaad (1999) van Roel Bentz van den Berg (1949) gaat over een moment. Het moment waarop een persoonlijke ervaring ijkpunt wordt voor al onze ervaringen: wat is echt en wat niet? Bijvoorbeeld: wanneer verkoop je je ziel?
Ik heb me vaak afgevraagd wat je nou precies verkoopt wanneer je je ziel verkoopt. Niet wat, na winstaftrek, de eventuele gevolgen van die verkoop zijn (het annuleren van je stoel in de hemel, de kwellingen van de hel, of, meer hier en nu: een zwart gat in het midden van je bestaan, waardoor je nergens meer enige vreugde aan kunt ontlenen), maar wát het nou precies is dat datgene wat wij ziel noemen zó waardevol maakt, dat aan het verlies ervan zulke verstrekkende gevolgen worden toegeschreven.
Duidelijk is, uit alle verhalen, dat het gaat om iets waarvan de houdbaarheid onbeperkt moet zijn – iets dat in ieder geval veel langer mee moet dan de rest van onszelf, inclusief ons ‘zelf’. Een optelsom, denk ik dan, van alle dingen waar je na je dood met een goed gevoel op terug zou moeten kunnen kijken, in het volle besef dat je er zelf niet meer bent om waar dan ook op terug te kunnen kijken. Het valt dus aan te raden om je hier en nu alvast zoveel mogelijk te oefenen in dat niet-omkijken. Een beloning is wel het laatste waar je aan moet denken.
Wanneer ik mijn ogen dichtdoe en me mijn ziel voorstel, maak ik met mijn rechterhand onwillekeurig het gebaar alsof ik net een insect uit de lucht heb geplukt. Maar het is geen vlieg of mug die daarbinnen beklemd zit. Het is veel meer, het is alles, het is niets. Het is de pure binnenkant van alle dingen en gebeurtenissen, de kant waar die ons raken – en hé, kijk, ik ben het, samengebald tot een vuist. Zeg eens dag tegen de vuist.
Als er zoiets is als een moment waarop wij worden afgerekend op hoe wij hebben geleefd – en volgens mij is dat ieder moment – dan gaat het daarbij om de mate waarin en de wijze waarop wij in de tijd die we tot onze beschikking hadden het leven vrije doorgang hebben verleend. Hoe minder we daarbij met onze dikke koppen in de weg gelopen hebben, des te gezonder het er voor de ziel uitziet. Het is een deur die steeds naar twee kanten open- en dichtgaat: de wijze waarop wij het leven beleven is tegelijk de wijze waarop het leven wordt doorgegeven.
uit: de overdaad, Meulenhoff Amsterdam, 1999
Roel Bentz van den Berg (1949, Amsterdam)










