Paddenstoelen preutsheid

In mijn beleving horen paddenstoelen bij vochtig en koud weer. Geen omstandigheden die door mij direct gekoppeld worden aan seks. Maar toch…

honingzwam; loegiesen.nlHoningzwam; bron beeld: loegiesen.nl

Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels die een netwerk vormen, een zogeheten mycelium, dat bestaat uit zeer ranke, vertakte draden. Sommige zijn parasitair, andere voeden zich met rottend materiaal en vele zijn mycorrhizaal, wat betekent dat ze tussen en rondom plantenwortels groeien en voedingsstoffen uitwisselen met hun gastheer. Als je een paddenstoel plukt dood je de schimmel niet; in zeker opzicht pluk je alleen een bloem van een verborgen kluwen draden dat enorm uitgstrekt en bijzonder oud kan zijn; een bepaalde honingzwam in Oregon strekt zich uit over zo’n tien vierkante kilometer en zou bijna tweeëneenhalf duizend jaar oud zijn.

Tot zover de definitie van wat een paddenstoel is. Nu wat meer licht op wat paddenstoelen voor ons betekenen; als voedsel en als bron van verbeelding.

Phallus impudicus; zwammen-floraeuropa.euGrote stinkzwam; bron beeld: zwammen-floraeuropa.eu

Al duizenden jaren verzamelen en eten we paddenstoelen, en ze weten ons nog steeds in verwarring te brengen, doordat ze de diepste menselijke mysteries over seks en dood aan de oppervlakte brengen. Gevoelige negentiende-eeuwse zielen reageerden met name vol afgrijzen op de grote stinkzwam, een kwalijk riekende, vliegen aantrekkende soort die omhoogschiet uit een vruchtlichaam, een soort ei, en daarbij een vorm aanneemt die goed wordt beschreven door zijn wetenschappelijke naam: Phallus impudicus. Henrietta, dochter van Charles Darwin, ging op latere leeftijd de bossen in om stinkzwammen te verzamelen, met als enig doel ze bij thuiskomst ‘te verbranden in de diepste krochten van het salonvuur, met de deur op slot; vanwege de zeden der dienstmeiden,’ aldus een eogo-document van haar nicht. Dat we preutse trekken blijven vertonen blijkt wel uit het feit dat sommige moderne veldgidsen de opmerkelijke geur van paddenstoelen zoals Inocybe aanduiden als ‘onbeschrijfelijk’ of ‘walgelijk’, terwijl ‘sperma-achtig’ veel treffender is.

Inocybe rimosa;Jan van der Straaten; freenatureimages.euIncybe rimosa; foto: Jan van Straaten; bron beeld: freenatureimages.eu

Fragmenten uit: seks, dood, paddenstoelen; uit: Schemervluchten – Helen Macdonald, Bezige Bij Amsterdam; 2021

De Wispelaere herinnert zich: ‘alles is zijnde en nooit geweest’

Paul de Wispelaerebron beeld: vn.nl

Vlammende verrijzenissen / van het verkoolde alfabet; / – er is geen school daarbinnen, / altijd is het er dezelfde dag, dezelfde nacht altijd, / ze hebben er de tijd nog niet verzonnen, / de zon is er niet verouderd, / deze sneeuw is identiek met gras, / altijd en nooit is hetzelfde, / het heeft nooit geregend en het regent altijd, / alles is zijnde en nooit geweest.

aldus Octavio Paz in een vertaling van Guy Posson. Het is 1 van de motto’s waarmee Vlaming Paul de Wispelaere (1928-2016) zijn dagboek Het verkoolde alfabet begon. Een dagboek waarin het gaat om herinneren, gebeurtenissen, vertellen en hoe woorden onze werkelijkheid scheppen.

Een bijzonder dagboek waarin alles en niets aan de orde komt. Bijvoorbeeld over het schrijven van een dagboek en het schrijven in het algemeen:

Het schrijven van een dagboek is zelf een manier van leven, de dagboek-schrijver leeft in het licht van zijn dagboek en met de ogen gericht op zijn dagboek, de inhoud van het dagboek bestaat uit het schrijven ervan. Zoals de rups al de vlinder is, is de meegemaakte werkelijkheid zelf al dagboek-literatuur. Het risico bestaat dat een spontaan lijkend gebaar al naar de woorden zoekt waarin het straks op papier zal staan. Iedere kus kan een judaskus zijn. Toen ik vanmorgen het raam van de slaapkamer opentrok, vloog een zwerm opgeschrikte spreeuwen met groot gedruis recht deze regels van mijn dagboek in. Het dagboek brengt de gebeurtenissen van de dag (van het jaar, van het herinnerde leven) voort.

‘Onder het werken moet je alles vergeten en moet het zijn alsof je voor jezelf schrijft of voor de persoon die je op aarde het meest liefhebt’ (citaat Paustovski). Die persoon ben jij: vergeet dat niet.

uit: het verkoolde alfabet, dagboek 1990-1991 – Paul de Wispelaere, Atlas Amsterdam, 2002 

Paul de Wispelaere (1928-2016, Assebroek, Be)

Judith Joy Ross portretteert gelijkwaardigheid

jj ross; straat2jj ross; straat4jj ross; straat6jj ross; straat8Sinds de jaren 80 fotografeert de Amerikaanse fotograaf Judith Joy Ross (1946) mensen uit alle lagen van de samenleving: van spelende kinderen in het park tot leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

Grote thema’s als burgerrechten, armoede, racisme en immigratie komen daarbij impliciet aan bod. Met haar camera laat Judith Joy Ross het verschil in maatschappelijke status verdwijnen en ontstaat er een vorm van gelijkwaardigheid tussen alle geportretteerden zoals alleen Ross dat lijkt te kunnen.

Met haar aanpak van de fotografie als democratiserend medium plaatst zij zich in de traditie van grote fotografen als Lewis Hine, August Sander en Diane Arbus.

bron: focusmagazine.nl

jj ross; straatjj ross; straat3jj ross; straat5jj ross; straat7

Lieve Joris: het vermogen om te vergeten

nightlife zanzibar; travelstart.co.za

Het nachtleven op Zanzibar; bron beeld: travelstart.co.za

De Vlaamse Lieve Joris werd vooral bekend door haar reisverhalen. Verhalen die gaan over andere landen, andere volken, de ontmoetingen met mensen van elders. Van binnenuit beschrijft ze met een helder oog en een scherpe pen wat zij meemaakt en wat dat zegt over de mensen die ze ontmoette. Zoals in Zangeres op Zanzibar. Zanzibar is een semi-autonoom onderdeel van Tanzania. Twee eilanden met een eigen bestuur en cultuur waarbij Arabische en Afrikaanse invloeden elkaar afwisselen. Een deel van die wrijvende culturen komen we tegen in het verhaal Zangeres op Zanzibar. We volgen zangeres Aziza, haar vriendin Nagla en hun strijd om het bestaan; het dealen met mannen.

Die avond eten we op het dakterras van het Kilimanjaro-hotel, een van de betere restaurants in Dar-es-salaam. Het is er geanimeerd. Een enorme Tanzaniaan met een Mexicaanse hoed en een gitaar zingt een serenade voor een groepje Joegoslavische diplomaten. We bestellen kreeft en lachen om Noura en haar rivale.

‘Waarom ben je eigenlijk nooit hertrouwd?’

Aziza glimlacht. ‘Eén keer was genoeg.’ Ze had van Latif gehouden, vertelt ze, en treurde nog om hem toen de geruchten begonnen te circuleren: Hij had haar bedrogen. ‘Alle mannen bedriegen hun vrouwen hier,’ zegt ze berustend, ‘maar hoe hij…’

De vrouwen die het haar kwamen vertellen, presenteerden zich als bezorgde vriendinnen: ze moest niet langer aan hem denken, hij was haar niet waard geweest. Herinnerde ze zich de nacht waarop een vrouw aan de deur klopte, zogenaamd met een dringende boodschap van de legerleiding? Die vrouw was een van zijn minaressen geweest.

Daarna herinnerde ze zich zoveel incidenten. Avonden waarop hij haar in slaap had gesust en vervolgens zelf was vertrokken. Ochtenden waarop hij thuiskwam en beweerde dat hij in de kazerne had overnacht. Zelfs aan de meest tedere momenten begon ze te twijfelen.

‘In het begin was ik alleen maar kwaad omdat ik hem niet kon terughalen, door elkaar schudden en rekenschap vragen voor wat hij gedaan had. Maar later… Later dacht ik: dit nooit meer.’

Even heeft haar gezicht de droevige uitdrukking die ik zag toen ze voor het eerst over Latif praatte. Maar dan lachte ze alweer. Ze heeft de taaiheid die mensen in dit deel van de wereld zo vaak hebben, dat grootse vermogen om te vergeten.

uit: zangeres op Zanzibar, Meulenhoff Amsterdam, 1992

Lieve Joris (1953, Neerpelt, Be)

Uitsluiting en onveiligheid bij Hugo Claus

Hugo_claus; cityofliterature.nlbron beeld: cityofliterature.nl

Het is een boek uit de Vlaamse Bibliotheek-reeks: De zwarte keizer van Hugo Claus (1929-2008). Het zijn zijn eerste schrijfselen. Korte verhalen die een voorbode zijn van wat later komt (Het verdriet van België). In Het huis in de struiken vertelt de ik-figuur, Lena, over haar beklagenswaardige jeugd-ervaringen. Uitsluiting door vriendinnen en onveiligheid in de eigen familie.

De hele bende met Frieda en Mia Schapers en Monique kwam rond mij staan tijdens de speeltijd. Zij zongen over een meisje en haar moeder in het bos. En ik stond tegen de ijskoude stenen van de schoolmuur en ik voelde hoe het in mijn hoofd en in de korrelige stenen klopte. ‘Je moeder gaat niet naar de Mis. Je kent je lessen niet,’ zong Frieda Coppens en Monique zong: ‘Ze hebben geen wc. Zij pissen in de struiken.’ De hele lange weg heb ik toen gelopen naar huis. Langs de stallen van het kasteel, door het dreefje en langs het voetbalveld heb ik geschreeuwd, zo hard dat mijn stem oversloeg en mijn keel pijn deed, dat wij wel een wc hadden.

Het is waar ook. Moeder had aan Monique gezegd dat zij maar in de struiken moest gaan want de wc was verstopt. Het zijn allemaal leugenaars, zondaars, met verrotte zielen.

(..)

Nooit heb ik zo dicht bij grootvader gezeten. Ik kan in zijn harige oren blazen, aan zijn neus trekken, aan zijn wenkbrauwen likken, alles met hem doen als met een pop. Toen moeder hem kamde en hij, mors-hartstikke-dood, liet begaan, haperde de kam in zijn grauw krulhaar. Toen kon zij er met trage, lange streken door. Ik ben vaak bang geweest voor grootvader, toen hij leefde. En kwaad op hem. Zoals toen hij mijn hond heeft doodgeslagen met een baksteen. En ik Bobbie terug uit de put haalde, waar hij hem gauw begraven had. Ik heb de hond op de keukentafel gelegd ’s avonds, de uitgerafeld, verhakkelde Bobbie met zijn gebroken linkeroog. En op de binnenkaft van mijn klasdagboek heb ik alle straffen opgeschreven die ik voor grootvader heb bedacht en die ik, als ik groter word, zou…

uit: het huis in de struiken; uit: De zwarte keizer – Hugo Claus, De Prom Baarn, 2001

Hugo Claus (1929-2008, Brugge, Be)

Frank Gehry laat gebouwen dansen

frank gehry; danst2frank gehry; danst4frank gehry; danst6frank gehry; danst8Ga je naar een stad speciaal vanwege de gebouwen die er te vinden zijn? Hoe belangrijk zijn die gebouwen eigenlijk voor ons gevoel? Zijn er gebouwen die ons verbazen, verwonderen, ons nieuwsgierig maken of een goed gevoel geven? Vragen die bij me opkwamen toen ik de architectuur van Frank Gehry onder de aandacht wilde brengen.

Vanaf zijn vroegste werken heeft architect Frank Gehry (1929, Canada) conventies doorbroken door gebouwen te ontwerpen die volgens sommige critici meer sculptuur dan architectuur zijn. Met behulp van onorthodoxe materialen en methodes uit het ruimtetijdperk creëert Gehry onverwachte, verwrongen vormen. Zijn werk wordt radicaal, speels, organisch, sensueel genoemd – een modernisme dat deconstructivisme wordt genoemd.

De architect, die gebouwen laat dansen door de gebruikte materialen en de verwrongen vormen, gebruikt nogal eens geborsteld roestvrij staal, zodat de sculpturale gebouwen licht en kleur weerkaatsen van het omringende landschap. Golvende roestvrijstalen luifels draperen losjes over de zijkanten, waardoor door de lucht verlichte verzamelruimtes ontstaan. De luifels creëren ook sculpturale, kraagachtige vormen. Zoals de meeste architectuur van Gehry, oogsten de gebouwen lof en kritiek.

bron: thoughtco.com; bron beeld: thoughtco.com

frank gehry; danstfrank gehry; danst3frank gehry; danst5frank gehry; danst7

Fabels? Aesopus!

Ik kende de fabels van La Fontaine (1621-1695, Fr). Zo leerde ik dat toen, lang geleden. Nu kwam ik een boekje tegen: Fabels van Aesopus, bijeengebracht door Phaedrus en in een Nederlandse bewerking door Johan van Nieuwenhuizen. Wat bleek? De fabels worden toegeschreven aan Aesopus, een tot slaaf gemaakte dichter, die rond 550 v. Chr. geleefd zou hebben in Phrygië, Klein Azië. De man, die gebocheld was, leefde op het Griekse Samos, werd vrijgemaakt en ging reizen, onder andere naar het Verre Oosten. Het verhaal gaat dat hij in Delphi gewelddadig om het leven kwam.

Deze Aesopische fabels werden voor het eerst bijeengebracht door de Syriër Babrius of Babrios. 40 na Chr. is het Phaedrus die ze in het latijn bewerkt en er een aantal aan toevoegt. In de Middeleeuwen komen de fabels in de uithoeken van Europa terecht. In Nederland volgde in 1699 een bewerking door David van Hoogstraten. De versie van Van Hoogstraten is de basis voor de bewerking door Johan van Nieuwenhuizen. Uit deze bundel Fabels van Aesopus de volgende fabel die uiteraard de wolf als thema heeft.

De wolf en het lam

aesopus fabel, wolf lam

Dorst bracht de wolf en ’t lam eens saam bij een rivier. Stroomopwaarts dronk de wolf; veel lager ’t andere dier. Het lam deed dit bewust om niet de wolf te hindren, maar deze, dwars van aard, voelde zich nu de mindre. Twistziek, op ruzie uit, roept weldra dus de wolf: ‘Houd op! Je maakt dat hier het water vreselijk golft. Ik ging, als ik je was, mijn dorst maar elders lessen!’ Het lam, geschrokken wel, vraagt fier: “Wil je mij pressen van hier te gaan? Maar wolf, je klacht is heus misplaatst. Bedenk: het is de stroom, die jou bij het drinken plaagt.’ De wolf, verbrouwereerd, weet eerst niets terug te zeggen. Het spijt hem, dat het lam zijn klagen kon weerleggen. Onredelijker nog voegt hij er dan aan toe: ‘Een halfjaar terug alreeds was jij onheus, en hoe!’ ‘Maar wolf, dat kan toch niet! ‘k Was toen nog niet geboren.’ ‘Wat maakt dat voor verschil? Dan was ’t je vaders horen die mij gekwetst heeft, knaap. Hij heeft het nooit geboet…’ En met dat hij dit zegt, drinkt hij het lam zijn bloed.

uit: fabels van Aesopus – Johan van Nieuwenhuizen; Het Spectrum Utrecht, 2000

illustratie: J. van Vianen

Fotograaf Bassiouni kijkt uit het raam van de moskee

bassiouni-western views2bassiouni-western views4bassiouni-western views6

Fotograaf Marwan Bassiouni (Zwitserland, 1985) bezocht tussen januari 2018 en februari 2019 meer dan zeventig moskeeën in Nederland. In zijn serie New Dutch Views toont hij de diversiteit van de islam via het contrast met het Hollandse landschap dat door het raam is te zien. De serie, die dertig foto’s telt, is zo ook een symbolisch portret van een opkomende westerse islamitische identiteit. Inmiddels heeft de fotograaf zijn blik verruimd en maakte hij foto’s van westerse stedelijke landschappen vanuit moskee-ramen in andere Europese landen. Die serie kreeg de titel: New Western Views. In alle gevallen gaat het om de kijk op een veranderende wereld. Vanuit de geborgenheid van de moskee uitkijken op een nieuwe wereld, die Westers en anders is. Wie ben je dan?

bronnen: de Volkskrant en De Groene Amsterdammer

bassiouni-western viewsbassiouni-western views3bassiouni-western views5

Bijna iedere dag muziek: Finn Brothers

In 1991 waren de gebroeders Tim en Neil Finn van Crowded House op bezoek in Amsterdam, ter promotie van hun succesalbum Woodface. Samen hadden ze een hele reeks Beatle-eske liedjes voor het album geschreven. Ik kon ze spreken in een hotel, en koos broederstrijd als thema. Tim (1952) had als eerste een band gehad, Split Enz, een band waar Neil (1958) zich later bijvoegde. Enfin, die spatte uiteen en Neil begon op zijn beurt Crowded House. Hij scoorde enkele wereldhits (Don’t Dream It’s Over) en toen kwam Tim weer terug bij Neil. Waarna ze tijdens ons gesprek in samenzang analyseerden:

‘Iedereen die een oudere broer heeft, wil niets liever dan hem ovetreffen. Het is een competitie. Thuis keek ik enorm tegen hem op, want Tim ging al naar de universiteit toen ik nog op de middelbare school zat. Hij had van die glamourvrienden van de kunstacademie, ze rookten hasj en vierden wilde feesten, bovendien speelden z`e in een professionele band: Split Enz.

Voor Woodface hadden we nooit eerder samen geschreven. Uit angst, eigenlijk. We waren bang om onszelf in de ogen van de ander belachelijk te maken. Liedjes schrijven is een delicaat proces. Dus die muur moest eerst neergehaald worden. Dat we beiden niet meer het gevoel hadden door de ander betrapt te worden met je broek op je knieën.

Zeiden ze toen nog, heel monter. Een fractie te veel frictie maakte dat Tim reeds tijdens de Amerikaanse tournee voor Woodface weer uit de band stapte. Dat ging van: whose band is it anyway? En dan wist de ander wel hoe laat het was. Eens in de zoveel tijd kwamen ze toch weer bij elkaar, als de Finn Brothers, en dan ging het weer mis. Tegenwoordig laat Neil zijn zoon Liam Finn (1983) weleens meespelen, zoals op het album Intriguer (2010). Dat schijnt een tikkeltje beter te gaan, vader en zoon.

uit: drie akkoorden en de waarheid – Rob van Scheers, De Kring Utrecht, 2014

Ever Meulen tekent oldtimers als lieve lust

ever meulen; auto's2ever meulen; auto's4ever meulen; auto's6ever meulen; auto's8

Achter de naam Ever Meulen gaat de Belgische tekenaar en graficus Eddy Vermeulen (1946, Kuurne) schuil. Ever Meulen is striptekenaar in de Klare Lijn, de stijl waartoe ook grootheden als Joost Swarte en Hergé behoren. Strakke lijnen, geen rafelrandjes en aandacht voor compositie en detail.

Wie zijn werk kent (en dat kan goed want zijn werk verschijnt in tal van bladen: Humo en Oor bijv.) weet dat een Ever Meulen vaak een auto herbergt. Geen gewone, maar bij voorkeur oldtimers. Vermeulen hield jarenlang kantoor boven een garage in de Brusselse wijk Anderlecht. Daar wisselden tekenen en sleutelen aan een Oldsmobile zich af.

En ook Elvis speelt een rol in zijn fascinatie voor oldtimers: de Pink Cadillac van Elvis paste perfect in het plaatje van rock and roll, kuif, glimmende gitaren en jukebox. Een wereld die door de Belg veel en vaak herschapen wordt.

Om de auto’s goed te kunnen tekenen, verdiept Vermeulen zich uitgebreid in beschikbare documentatie. Zijn voorkeur gaat uit naar: Amerikaanse sleeën, Italiaanse modellen en Japanse auto’s. Maar altijd tekent Vermeulen auto’s met plezier.

Zijn grote voorbeeld op het gebied van auto’s is de andere Belg Jean Graton, schepper en geestelijk vader van Michel Vaillant.

bron: ‘Het is allemaal de schuld van Elvis’  Rob van Scheers, VK 19 nov. 2022

ever meulen

ever meulen; auto'sever meulen; auto's3ever meulen; auto's5ever meulen; auto's7