Het oog op het verkeerde been: James Hopkins en Bela Borsodi

James Hopkins, uit London, en Bela Borsodi (New York is zijn thuisbasis) spelen graag met ons oog. Ze proberen met hun foto’s, collages ons oog op het verkeerde been te zetten. Ze spelen met ons perspectief; onze kijk op de dingen.

Bij James Hopkins zijn het de alledaagse dingen, nauwkeurig gerangschikt zodat iets nieuws ontstaat. In het geval van zijn serie Trompe l’oeil rangschikt hij de dingen in de vorm van een doodshoofd. Daarmee de vergankelijkheid van de dingen weergevend?

Bela Borsodi gaat uit van wat hij aangereikt krijgt in de mode. Want dat is zijn ding: mode fotografisch onder de aandacht brengen. Ook hij speelt met ons perspectief en zet onze kijk, in dit geval onze verwachtingen als het om mode, mode-accessoires gaat, op het verkeerde been.

Luis de Góngora y Argote: aan een roos

gongora y argote

Luis de Góngora y Argote (1561 – 1627) Spaans dichter en toneelschrijver uit de tijd van de Barok.

Góngora was de zoon van een rechter en vooraanstaand humanist. Zelf studeerde hij ook rechten. In 1606 liet hij zich tot priester wijden. Filips III van Spanje benoemde hem tot ‘erekapelaan’ aan het hof. Verwoed kaartspelen bracht hem regelmatig in de problemen. Pas aan het einde van zijn leven verscheen zijn werk in druk.

Góngora wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de (Spaanse) barokke dichtkunst.

Aan een roos

Gisteren geboren, morgen niet meer hier. / Wie heeft je het leven voor zo kort gegeven? / Waarom voor schamele tijd zo stralend leven / en om als niets te eindigen zo fier?

Je schoonheid is uitsluitend goede sier / en duurt zoals je weldra ziet maar even, / want in je schoonheid zit de kans verweven / dat er een vroeg eind komt aan het aards vertier.

Wanneer een straffe hand je breken kan, / zoals bij akkerbouw is toegestaan, / dan wordt je lot door een ademstoot geveld.

Ontluik niet, want er wacht je een tiran; / stel uit het opengaan voor dit bestaan, / bij leven zijn je dagen al geteld.

Uit: De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald en samengesteld door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer, Atnenaeum, Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

Componist Alkan: een beetje vreemd

Charles Valentin Morhange, gewoonlijk Alkan genoemd, werd in het Parijse ‘Quartier du marais’ geboren op 30 november 1813. Als zesjarige werd Alkan toegelaten tot het Conservatorium in de pianoklas van Zimmermann. Op elfjarige leeftijd kreeg hij er de eerste prijs piano. Een heus wonderkind.
De jonge Alkan oogstte succes op concerten in het Conservatorium, in de ‘salons’, en in Londen. Al in 1828 werden zijn eerste composities uitgegeven. De aanwezigheid van tal van (piano)virtuozen in Parijs zette hem er toe aan zich op het onderwijs en de compositie toe te spitsen. Net als Chopin vreesde hij het publiek. Hij was mensenschuw en deze karaktertrek nam alleen maar toe bij deze vrijgezel. De geboorte van een onwettige zoon (Eraïm Miriam, Delaborde geheten) en zijn mislukte poging om Zimmermann op te volgen aan het Conservatorium, legden een zware last op hem.

Alkan bleef tot 1873 als componist werkzaam. In omvang kan zijn oeuvre vergeleken worden met dat van Chopin: 76 opusnummers, een twintigtal afzonderlijke werken, transcripties, een trio, een sonate voor cello en piano, een ‘Grand Duo’ voor viool en piano en een aantal vocale werken, waaronder de merkwaardige ‘Treurmars voor de dood van een papegaai’. Alkan was sterk geboeid door de piano met pedaal, waarvoor hij belangrijke en originele werken schrijft zoals ‘Bombardon Carillon’.

Alkan was een zonderling, zowel in zijn oeuvre als in zijn levenswandel. Hij nam steeds precies om tien uur afscheid van zijn vrienden en woonde in een flat van twee verdiepingen om niet gestoord te worden door buren, en om ongewenste bezoekers te kunnen ontlopen.

Ondanks dat Alkan steeds meer leefde in zelfgekozen afzondering, trad hij opnieuw op tussen 1873 en 1880 in een jaarlijkse cyclus ‘Six petits concerts‘ in de Salle Erard. In werkelijkheid waren het concerten waarop J.S.Bach, Scarlatti, Händel en Rameau evenals Beethoven, Mendelssohn, Chopin, Schumann werden vertolkt. Als intermezzo speelde Alkan eigen werken.

Alkan, die in de vergetelheid raakte, is op een eenzame en raadselachtige manier om het leven gekomen. Men heeft beweerd dat hij verpletterd werd onder zijn bibliotheek terwijl hij de Talmud aan het zoeken was. In feite had hij al een zwakke gezondheid en zou men hem gevonden hebben “in de keuken, het gezicht tegen de grond, met een zware paraplubak boven op hem”. Regelmatig onderhevig aan duizeligheid zal hij geprobeerd hebben zich aan dit zware meubel vast te klampen. Hij stierf op 30 maart 1888 en werd op 1 april begraven in aanwezigheid van een viertal vrienden.

Bron: componisten.net

J.M. Coetzee: in ongenade vallen

De schrijver schrijft, de lezer leest. De schrijver bepaalt. Bijvoorbeeld: het thema, het verhaal dat hij vertellen wil. Het wereldbeeld dat hij/zij onder de aandacht wil brengen. De schrijver maakt keuzes, net als de lezer. Ik koos: In Ongenade van de Zuid-Afrikaan J.M. Coetzee (1940).

coetzee

Schrijver J.M. Coetzee

Geen vrolijk boek, heftig zelfs. De term realistisch kwam al snel in me op. Maar het is een keuze uit die realiteit. Een boek als een krantenbericht: Overvallers mishandelen bewoners boerderij, zoiets. Dit boek laat zien wat achter zo’n bericht schuil kan gaan. Hoe mensen verkeerde keuzes maken; hun leven vergooien; het van kwaad tot erger komt. En als lezer is er geen ontsnappen mogelijk. Je gaat mee in dat verhaal omdat het plausibel lijkt. Of je legt het boek weg. Keuzes.

Kort: de hoofdpersoon is een docent aan de Universiteit. Gescheiden met kinderen. Een man die makkelijk omgaat met vrouwen en daar nadrukkelijk op jaagt. Totdat hij een studente treft die hem aanklaagt vanwege ongewenst intiem gedrag. Hij wil niet door het stof. Verlaat de universiteit en trekt bij zijn dochter Lucy in. Zij wil wel weten hoe het zit.

Als kind was Lucy stil en bedeesd, had ze hem geobserveerd, maar nooit beoordeeld zover hij wist. Nu, midden twintig, is ze begonnen zich los te maken. De honden, het tuinieren, de astrologieboeken, de seksloze kleren: in dat alles herkent hij weloverwogen, doelbewuste uitingen van onafhankelijkheid. Ook haar stap weg van mannen. Ze bouwt haar eigen leven op. Komt uit zijn schaduw. Goed! Daar staat hij achter!

‘Vind je dat ik dat heb gedaan?’, zegt hij. ‘Wegvluchten van de plek van de misdaad?’

‘Nou, je hebt je teruggetrokken. Uit praktische overwegingen, wat is het verschil?’

‘Daar gaat het niet om, liefje. De verdediging die jij me wilt laten voeren, is een verdediging die niet meer gevoerd kan worden, basta. Niet in onze tijd. Als ik het probeerde, zou ik niet gehoord worden.’

‘Dat is niet waar. Zelfs als je bent wie je zegt, een morele dinosaurus, blijft er de nieuwsgierigheid om de dinosaurus te horen spreken. Ik ben in elk geval nieuwsgierig. Wat is je verdediging? Laat ons die horen.’

Hij aarzelt. Wil ze werkelijk dat hij met nog meer intimiteiten over de brug komt?

‘Mijn verdediging berust op de rechten van begeerte,’ zegt hij. ‘Op de god die zelfs kleine vogels aan het trillen maakt.’

Uit: In ongenade, J.M. Coetzee, vertaald door Joop van Helmond en Frans van der Wiel, Ambo, Amsterdam, 1999

De laatste Brás Cubas: niet erg genoeg om je over op te winden

Het modernisme (stilistische experimenten, twijfel aan traditionele waarden en het geloof in de verheffende functie van de literatuur) is zowel in de fictie als in de dichtkunst een scherpe scheidslijn. Daarvoor en daarna zou het nooit meer hetzelfde zijn.

Machado-de-Assis

De Posthume herinneringen van Brás Cubas van Machado de Assis is voor de tijd waarin het boek is geschreven (laatste deel 19-de eeuw) een boek met veel modernistische trekken. Om te beginnen: een roman met 160 hoofdstukken; een hoofdpersoon die niet veel moeite doet om zijn slechte kanten te verbergen; een vrouwelijke hoofdpersoon die actief op zoek gaat naar het avontuurtje; hoofdstukken waarin niets wordt gezegd of verteld; een schrijver die verwijst naar andere hoofdstukken om niet in herhaling te vallen; een hoofdpersoon die minder bezig is met zijn maatschappelijke loopbaan maar meer met zijn geluk. Een boek ook met een uitzonderlijke strekking. Vertaler August Willemsen geef ik het laatste woord. Willemsen was een begenadigd vertaler van Portugese en Braziliaanse meesterwerken. Ook iemand die precies werkte en daar verantwoording over af legde. Kortom, een kenner en connaisseur.

De rede ontoereikend, het geloof waanzinnig, het lijden zinloos, het kwaad ongestraft, de natuur egoïstisch, de mensen óf slecht óf slachtoffer maar in beide middelmatig – ik kan niet zien wat hierin picaresk of amusant is, behalve dat het door en door amoreel is en onchristelijk. Het sombere, en, in strijd met de stijl, het pathetische van het boek is niet dat het boek geen hoop biedt, geen uitzicht op enige soort van verlossing, of dat het kwaad in de mens zelf zit (dat is allemaal allang bedacht), maar dat dit alles niet erg genoeg is om ons over op te winden.

Willen we Machado’s levenshouding benoemen, dan zou die misschien het best stoïcijns kunnen heten: stoïcisme is de berusting van de pessimist. En zo de keuvelende stijl van deze Griekse mulat velen heeft verleid tot verkeerd lezen, dan moeten we erkennen dat dit één onschatbaar goed heeft opgeleverd: hij mag verketterd zijn door positivisten, katholieken en marxisten, geen enkele censor heeft hem ooit goed genoeg gelezen om hem te kunnen censureren.

Uit: nawoord door August Willemsen bij Posthume herinneringen van Brás Cubas, Machado de Assis, L.J. Veen, Amsterdam, 2009

De geestelijke liederen van Gerard Reve

Het blijft wennen, die homo-erotische verhalen van Gerard Reve (1923 – 2006) met matrozen-SM-inslag. Wat het allemaal nog ingewikkelder maakt zijn de lofliederen op de Heer. Bij het lezen van zijn werk, in dit geval Nader tot U (1966), kan ik veel en vaak een glimlach niet onderdrukken. Reve is toch vooral bedoeld om me te amuseren als lezer, is mijn stellige indruk.

reve gerard

Gerard Reve toost op het Leven. foto: Vincent Mentzel

Ik wil een aantal van zijn Geestelijke Liederen met U delen. Ter Lering ende Vermaak. Ik hoop dat U ze amusant vind.

Droom

Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder, / eindelijk eens goed gekleed: / Boven het woud waarin ze met de Dood wandelde / verhief zich een sprakeloze stilte. / Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was en uitgerust. / Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.

Paradijs

Ik was een heel erg grote beer die toch heel lief was. / God was een Ezel en hield veel van mij. / En iedereen was erg gelukkig.

Drinklied aangaande het leven op aarde

Alles is op, zelfs drank waar ik niet eens van houd. / Maar alles heeft zijn voor en tegen. / Zodoende zit ik wel vol moed: / Al hebt Gij mij verworpen en verstoken van Uw Licht, / Ik ga gewoon door, of er niks aan de hand is.

Allerzielen

Nadat we bij die en die gezeten hadden, / gingen we bij je weet wel nog wat drinken. / Dinges was er ook, en zong een lied / Over een naamloos Graf van eeuwigheid.

Herkenning

Nu weet ik, wie gij zijt, / de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna, / nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg. / Ik hoor mijn Moeders stem. / O Dood, die waarheid zijt: nader tot U.

Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets, / en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. / Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, / dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam, / en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt / zoals ik U.

Uit: Nader tot U, Gerard Reve, Van Oorschot, Amsterdam, 1966

Peter Greenaway schildert met filmbeeld

Mijn eerste kennismaking met het werk van de Brit Peter Greenaway (1942) was zijn film The Draughtman’s Contract (1982). Een film die direct indruk maakte. Een Engelse kostuumfilm die over kijken, kaders en schilderen gaat, maar ook een detective was. Een film waarin het verhaal of de plot er niet toe deed, maar waarin filmisch des te meer te genieten viel. En dan die muziek! Componist Michael Nyman onderstreepte met zijn minimalistische muziek de essentie van de beelden. Dat zou hij vaker doen bij de films van Greenaway.

Het verhaal: Mevrouw Herbert vraagt de kunstenaar Neville om twaalf schetsen te maken van haar landgoed. Zij betaalt hem met geld en seks. Al gauw raakt Neville verstrikt in een web van intriges. Maar eigenlijk analyseert Greenaway wat schilderen, het schilderen van het landschap in wezen is. Dat levert prachtige beelden op.

Prachtige beelden, strak gekadreerd met daaronder een soort wiskundige, wetenschappelijke bodem. Kenmerken van Greenaway’s films. De Britse filmmaker besteed veel tijd en aandacht aan de aankleding van zijn films. Acteurs lijken meer decorstukken. Het is schilderen met filmbeelden. Zijn belangstelling voor de schilderkunst is bekend. Zijn film Nichtwatching (2007) had Rembrandt als onderwerp.

Greenaway maakte zeer verschillende films als: A Zed and Two Noughts (1985); Drowning by Numbers (1988); The Cook, the Thief, His Wife & Her Lover (1989); The Pillow Book (1996). Films die zich kenmerken door een niet-alledaags thema en een vertelstijl die ongebruikelijk is. Het zijn persoonlijke fantasieën, sprookjesachtig drama, soms met een macaber tintje. Ze doen raadselachtig aan, maar zijn een feest voor het oog (en de oren). Ik zou bijna zeggen: dank meneer Greenaway voor deze cadeautjes!

Benoit Paillé verandert op reis

Benoit Paillé komt van origine uit het Canadese Montreal. Een aantal jaren geleden trok hij de stoute schoenen aan. Hij stapte in een camper en ging op pad. ‘Een ingrijpende beslissing. Als mijn leven verandert, verandert mijn kunst dan ook?’, was de vraag die hij zichzelf stelde bij deze stap. Nieuwe omstandigheden en situaties zouden een uitdaging voor zijn creativiteit moeten zijn.

Paillé heeft een voorliefde voor plekken waar stad en platteland elkaar raken: parkeerplaatsen, industriegebieden. Hij wordt bezig gehouden door de verhouding tussen mens en milieu, massatoerisme, de zin en onzin van privé-terreinen en landschappen waarin de hand van de mens duidelijk zichtbaar is. Daarnaast liet hij zich verrassen door de talloze ontmoetingen met anderen tijdens zijn reis.

Gaandeweg kwam de Canadees er achter dat zijn foto’s steeds biografischer werden. Geleidt door zijn nieuwsgierigheid, fotografeerde hij plekken en mensen, waarin de combinatie van beiden vooral bepaald werd door de schoonheid van de plek. Niets wordt in scene gezet. Zijn beelden worden surrealistischer, ook door het gebruik van kleurenfilters.

Paillé wil nog verder op reis. Hij leeft van de opbrengst van zijn foto’s. Zie: http://www.benoitp.com

benoit paille roadtrip-6

benoit paille roadtrip-5

benoit paille roadtrip-4

benoit paille roadtrip-3

Mineral laying on the ground

benoit paille roadtrip-1

Remco Campert: brieven

Remco-Campert-pieter boer

foto: Peter Boer

Brieven 

Die moet ik nog schrijven, en die / dat ik gezond ben / dat ik gisteren dronken was in een grieks café / daarna in een turks café, in een noors

dat ik me instel op een hoge / zeer hoge gasrekening

en andere dingen aan anderen – / grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld

Dat iemand zei: / gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde / terwijl ik toch had betaald / en een franse bril op had / en een duitse gedichtenbundel op zak / en thuis op mijn tafel / Anne Sexton’s onovertrefbare gedicht / ‘wanting to die’

en luister hoe ik de stoppen vernieuwde / en het licht opeens weer brandde / en zij op de bank lag te slapen / onder de blauwe deken

Aan deze en gene moet ik schrijven / dat ik het niet doe / dat ik weiger / dat ik ga procederen / dat de dagen hier in regen verslijten

en de wereld nooit groter is dan een stad / dan ik in die stad / mijn voeten op die stenen / en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen / en ik moet vragen hoe het gaat / of het huis al gebouwd is / het stuk goed vertaald / of de kinderen voorspoedig groeien / en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn

Uit: Alle bundels gedichten, Remco Campert, Bezige Bij, Amsterdam, 1976