
Jan Mankes (1889-1920) schilderde in 1911 dit zelfportret met uil. Olieverf op doek, 20 cm bij 17 cm groot. Het doek is (in bruikleen) te zien in More Twickel in Delden, waar nog meer werk van deze bijzondere en unieke schilder te zien is. Over dit portret nog het volgende:
Jan Mankes was erg verguld met de kerkuil die hij in 1910 toegestuurd kreeg van zijn mecenas Aloysius Pauwels. De sigarenfabrikant en kunstverzamelaar uit Den Haag voorzag hem van werkmaterialen, inclusief vogels, die de reis per post niet altijd overleefden. Deze uil zou meerdere malen in zijn werk figureren, waaronder dit zelfportret. Uitgangspunt voor Mankes’ intieme, verstilde schilderijen was zijn leefomgeving. Landschappen, flora en fauna – vooral vogels – vormden geliefde onderwerpen. Vanaf 1909 woonde hij in het Friese De Knijpe bij Heerenveen, waar weidse polderlandschappen ontstonden met kale bomen in nevelig avondlicht. Daarnaast schilderde hij (zelf)portretten en stillevens.
Mankes’ manier van schilderen is naturalistisch. De gedempte kleuren geven zijn voorstellingen een dromerig, melancholiek karakter. In dat opzicht lijkt zijn werk terug te gaan op het Symbolisme. Mankes, die een opleiding tot glasschilder volgde, zou dit vak nooit uitoefenen Hij deed een avondcursus aan de kunstacademie en verdiepte zich in de schildertechnieken van de Vlaamse Primitieven. Behalve schilderijen maakte hij ook tekeningen en grafisch werk: etsen, litho’s en houtsneden. Een belangrijke inspiratiebron waren de Japanse houtsneden van kunstenaars als Hokusai. Omdat hij aan tuberculose leed, verhuisde Mankes in 1917 naar het bosrijke Eerbeek op de Veluwe. Drie jaar later overleed hij op dertigjarige leeftijd. Hij liet een bescheiden maar karakteristiek oeuvre na.
uit: het Nederlandse kunstboek, WBooks Zwolle, 2016, samenstelling Din Pieters
Jan Mankes (1889-1920, Meppel)













