Walton Ford geeft dieren de teugels in handen

walton ford, the undead 2walton ford, the undead 4walton ford, the undead 6walton ford, the undead 8

Walton Ford (1960, New York, USA) schildert flora en fauna op een allegorische manier waarbij het duidelijk gaat over het mensdom en het milieu.

Ford studeerde eerst film maar legde zich toe op schilderen; de laatste twee decennia op grootse verhalende werken in een naturalistische stijl. De Amerikaan verwijst in zijn werk naar de 19-de eeuwse boek-illustratoren die het wetenschappelijk naturalisme verbeeldden.

Zijn schilderijen zijn bestiale tableaux waarin grappen en grollen een sinistere ondertoon hebben, verwijzend naar kolonisatie, industrialisatie en menselijk ingrijpen in de natuur.

Onze beschaving wordt in de wereld van Ford een raar geval, waarin rollen worden omgedraaid. Het beest heeft de teugels in handen.

walton ford, the undead 5Walton Ford

Bouke Jagt: het regende…

Bouke Jagt, wikipedia.orgbron foto: wikipedia.org

Het regende…

Het regende op 22 mei langgeleden, / je at een appel en hand in hand / slenterden we naar de golfjes beneden. / Ik kuste onstuimig lippen en oogleden: / Op ’t verregende strand van Kornwederzand.

Zullen we zwemmen? Ik knikte, wat te snel, / maar zulke ogen, wie is er tegen bestand? / Uit het water gestapt, met kippevel / werd afdrogen een langdurig liefdesspel: / Op ’t verregende strand van Kornwederzand.

Op de Afsluitdijk raasde verkeer overluid, / maar wij zonken door verlangen overmand, / verschikten, omstrengelden, huid aan huid, / drongen ademloos in elkander binnen: / O, nooit, nooit meer? Zo’n roes van zinnen: / Op ’t verregende strand van Kornwederzand?

Uit: Verzamelde gedichten, De Prom Baarn, 1995

Bouke Jagt (1942, Padang, Indonesië)

Bijna iedere dag muziek: Steve Reich

David Bowie, Brian Eno, Aphex Twin, The Orb, Coldcut, Mantronix en DJ Spooky hebben 1 belangstelling gemeen: modern klassieke componist Steve Reich (1936, New York, USA). De man die sampling, minimalisme, repetitieve beats en cut-up-technieken in zijn composities verwerkte. Daarmee een nieuwe weg insloeg die tot veel hoongelach leidde. Overigens zoals bij zijn grote voorbeeld en inspiratiebron: Stravinsky.

De ouders van Steve Reich zijn van grote invloed geweest op zijn werk. “De muzikale erfenis is van mijn moeders kant. Mijn vaders analystische brein was wezenlijk voor wie ik geworden ben,’ zei hij er zelf over. Na kennismaking met het werk van Stravinsky begon hij in 1965 met zijn eigen composities. Er volgden zo’n 40 grotere werken.

Reich’s werk past in de minimalistische traditie. Volgens eigen zeggen, leende Reich de herhaling van noten uit de jazz. Reich bezocht in de jaren 50 veelvuldig The Birdland Club in New York. Daar zag en hoorde hij John Coltrane, Miles Davis en Charlie Parker. ‘Coltrane was ons ver vooruit. Die speelde nummers van 30 minuten in één toonsoort. Dat was voor mij van extreme invloed,’ stelt Reich.

‘Mijn muziek zijn geen songs en het is ook geen echte vocale muziek,’ vat Reich het samen. Invloedrijk en innovatief is het werk van Reich zeker, ook voor huidige muzikanten die zich op het snijvlak van hiphop, dance en electronic bevinden. Zoals bijgaande voorbeelden duidelijk maken.

 

Salman Rushdie en de Pakistaanse censuur: ‘God als gekleurde nicht mocht niet’

rushdie, salman; demorgen.bebron foto: demorgen.be

Salman Rushdie (1947, Mumbai, India), schrijft romans, essays en is voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Na publicatie van De Duivelsverzen (1989) kreeg Rushdie een fatwa aan zijn broek waardoor hij een tijdlang moest onderduiken.

In 1983 schreef hij over zijn ervaring met de Pakistaanse censuur:

Vervolgens haalde ik Karachi-TV over mij de regie van Edward Albee’s The Zoo Story toe te vertrouwen en mij daarin een rol te laten spelen; men vond dat een geschikt stuk, omdat het vijfenveertig minuten duurde, omdat er maar twee personen in optraden en het decor slechts bestond uit een bank in het park. Vervolgens moest ik een reeks verbazingwekkende zittingen van de censuur bijwonen. De man die ik speelde, sprak een lange monoloog uit waarin hij beschreef hoe de hond van zijn hospita hem meermalen had aangevallen. In een poging vriendschap met de hond te sluiten had hij zes hamburgers voor het beest gekocht. De hond weigerde de hamburgers op te eten en viel hem opnieuw aan. ‘Ik was beledigd,’ zou ik dan moeten zeggen, ‘het waren zes prima hamburgers zonder al te veel varkensvlees erin, wat ze oneetbaar zou hebben gemaakt.’ ‘Varkensvlees,’ sprak de tv-manager plechtig, ‘is een onfatsoenlijk woord.’ Hetzelfde had hij gezegd van ‘seks’ en ‘homoseksueel’, maar dit keer sprak ik hem tegen. De tekst, zo pleitte ik, zei nu juist de waarheid over varkensvlees. Varkensvlees maakte, zo zei Albee, hamburgers zo smerig dat zelfs honden ze niet lustten. Dat was schitterende anti-varkensvlees-propaganda. Het moest erin blijven. ‘U begrijpt het niet,’ zei de manager met hetzelfde vermoeide gezicht als mijn oom, ‘het woord varkensvlees mag niet worden uitgesproken op de Pakistaanse televisie.’ En dat was dat. Ik moest ook de regels schrappen over God, die een gekleurde nicht in kimono zou zijn, met geplukte wenkbrauwen.

Uit: Schrijvers schieten ze toch ook dood? – George Theiner, Ambo Baarn, 1985

Salman Rushdie (1947, Mumbai, India)

Jan Arends: ik schrijf gedichten…

jan arends, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Ik schrijf gedichten…

Ik / schrijf gedichten / als dunne bomen.

Wie / kan zo mager / praten / met de taal / als ik?

Misschien / is mijn vader / gierig geweest / met het zaad.

Ik heb / hem nooit / gekend / die man.

Ik heb / nooit / een echt woord gehoord / of het deed pijn.

Om pijn / te schrijven / heb je / weinig woorden / nodig.

Uit: Vrijgezel op kamers. Verzameld werk, samenstelling en bezorging Thijs Wierema, Nico Keuning, Bezige Bij Amsterdam, 2013

Jan Arends (1925-1974, Den Haag)

Karel van het Reve over W.F.Hermans: ‘boosaardig en niet zonder elegantie’

van het Reve, Karel, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam) was ‘de broer van’, een groot kenner van de Russische literatuur (als slavist niet heel erg verwonderlijk) en een essayist en polemist die graag de mensen in de gordijnen joeg. Dat deed hij vaak zonder aanziens des persoons.

In de bundel Arnon Grunberg leest Karel van het Reve steekt Grunberg zijn bewondering voor Karel niet onder stoel of bank. Van Karel leerde Grunberg (polemisch) schrijven en nadenken. Nadenken met een dosis nuchterheid en een briljant gevoel voor humor. Dat Maarten Biesheuvel in Karel God zag, vindt Grunberg te ver gaan, maar een halfgod was Van het Reve zeker, drie keer per jaar bij lezing.

Dit gezegd hebbende, Karel van het Reve heeft met zichtbaar genoegen zijn tijdgenoot W.F. Hermans gevolgd. Ook geen gemakkelijke man in de omgang met zijn vakbroeders. Van het Reve schreef er het volgende over:

Zijn stijl is de moeite van het bestuderen waard. Hij weet de indruk te wekken dat hij zijn affecten zonder bijvoeging, gladschuring of achteraf-beredenering te boek stelt. Hij neemt alle dingen die hem in zijn vijand ergeren, (lichaamslengte, manier waarop hij naar meisjes kijkt, te laat komen, gebrekkige kennis van het Frans, redacteurschap van De Nieuwe Stem, spelfouten, gebruik van aan Nietzsche ontleende woorden, gebruik van aan Ter Braak ontleende woorden, kleding, lidmaatschap van commissies) voegt daar alles aan toe waarmee hij die vijand kan ergeren en kwakt het aldus ontstane geheel de lezer voor de voeten. Het resultaat is zeer boosaardig en vaak niet zonder elegantie…

Uit: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve, Rainbow Amsterdam, 2004

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam)

Antjie Krog: namens mijzelf

UGent-ANTJIE-KROG, neerlandistiek.nlbron foto: neerlandistiek.nl

Namens mijzelf

voor niemand hoef ik me nog druk te maken / aan niemand hoef ik nog verantwoording / af te leggen of vergeving te vragen

niemands uitzichtloze positie / hoef ik nog ter discussie te stellen / in niemands leven hoef ik mij te verplaatsen

de eerste voorboden van de dood / maken hun opwachting en het lichaam glijdt als zand / tussen de vingers door, de zintuigen op non-actief

wild en wanhopig klamp je je aan het leven vast / en je isoleert je van anderen zodat je allengs / meer vertrouwd raakt met de introversie van de dood

la voor la word je leeggemaakt / totdat alleen de lege binnenkant je raakt

Uit: Lijfkreet, Podium Amsterdam, 2006; vertaling Robert Dorsman en Jan van der Haar

Antjie Krog (1952, Moqhaka, Zuid-Afrika)

Simon Stijl: boeken

Boeken

‘k Heb mooglijk duizend pond aan boeken / doorgelezen; / Mijn kennis weegt een greintje: och arm! hoe kan dit / wezen? / ’t Valt hard: maar ‘k zag in ’t eind, bij daaglijks / onderzoek, / Dat niets zo zeldzaam is als Wijsheid in een Boek.

Uit: Nagelaten gedichten, Mengelpoëzij, Leeuwarden-Harlingen, 1837

Simon_Stijl, wikipedia.org

bron illustratie: wikipedia.org

Simon Stijl (1731-1804, Harlingen)

Romain Gary en Jean Seberg: turbulente levens eindigden dramatisch

gary & seberg, pinterest

bron foto: pinterest.at

Schrijver Romain Gary (eigenlijke naam Roman Kacew) werd geboren in Vilnius, Litouwen. Als jongen werd hij op jonge leeftijd in de steek gelaten door zijn vader.  Hij voelde dat als afwijzing, als een ontkenning van zijn bestaan. Gary hield er zelfverachting aan over. Zijn moeder Mina, Russisch van geboorte en met een Poolse jood getrouwd, leefde in het joods getto van Vilnius. Mina moest met Roman veel en vaak op de vlucht voor pogroms. Maar altijd weer die enorme overlevingsdrang en de hoop dat het met haar zoon goed zou komen. Zij hoopte dat haar zoon zou slagen als ambassadeur voor Frankrijk. Roman zelf zag dat anders. Hij wilde vliegenier worden (wat hij deed). Daarna was het adagio: schrijver. Ook dat lukte. Hij won met zijn schrijven zelfs tweemaal een Prix Goncourt.

In het leven van bekende schrijvers duiken soms bekende actrices op. In het geval van Gary was dat niet anders. Rond 1960 ontmoetten Gary en de Amerikaans-Franse actrice Jean Seberg elkaar. Dankzij Seberg werd Gary wereldberoemd. Maar actrice en schrijver werden er niet gelukkig van. Beiden pleegde zelfmoord.

Hoe vaak hij het ook probeerde, Romain Gary kwam zijn zelfverachting niet te boven. Uit angst voor de ouderdom en de aftakeling maakte hij op zesenzestigjarige leeftijd een einde aan zijn leven. Op 2 december 1980 legde hij bij hem thuis, in de rue du Bac in het zevende arrondissement van Parijs, een handdoek op het kussen, ging op bed liggen, stak een revolver in zijn mond en haalde de trekker over.

Vijftien maanden eerder was in Parijs in een Renault 5 het stoffelijk overschot van Jean Seberg gevonden. Na zeven zelfmoordpogingen was de achtste haar fataal geworden. De actrice stierf aan een overdosis slaappillen, kalmerende middelen en drank.

De auto van Jean stond op enkele honderden meters van de ru du Bac geparkeerd.

Op het bed waar Romain Gary de trekker overhaalde, werd een brief gevonden.

“D-day

Geen enkel verband met Jean Seberg. De liefhebbers van gebroken harten wordt verzocht zich elders te vervoegen.

Men kan dit natuurlijk toeschrijven aan een depressie. Maar dan moet men toegeven dat deze al duurt vanaf het moment dat ik volwassen werd en dat deze me toegestaan heeft een literair oeuvre tot stand te brengen.

Dus, waarm? Misschien moet het antwoord gezocht worden in de titel van mijn autobiografische boek De nacht zal kalm zijn en in de laatste woorden  van mijn laatste roman: ‘Want beter kan het niet gezegd worden.” Ik heb me eindelijk volledig uitgedrukt.

Romain Gary”

Zo eindigde het leven van een man die aan de hel van Vilnius was ontsnapt, die twee wereldoorlogen had overleefd, de Eerste in het Oosten, de Tweede in het Westen… Met een paar haastig geformuleerde zinnen, lelijke zinnen, die schreeuwen van eenzaamheid.

Uit: Baltische zielen – Jan Brokken, Atlascontact Amsterdam, 2010

Romain Gary (Roman Kacew) 1914-1980, Vilnius, Litouwen

Bijna iedere dag muziek: Stevie Wonder

Als puber een soul-sensatie in de jaren 60; daarna steeds invloedrijker en belangrijker geworden in de R&B; en nooit te beroerd om nieuwe wegen en paden te proberen. Avontuurlijk, sociaal bewogen en geniaal in zijn muzikale keuzes en ideeën. Ik heb het over Stevie Wonder (1950, Saginaw, USA) die onlangs 70 jaar oud werd.

Zijn loopbaan overziend heb ik een voorkeur voor de periode in de jaren 70, vorige eeuw. Die periode begon met het album Talking Book (1972) en eindigde met Songs in the Key of Life (1976). In die periode liet Wonder zien dat hij tot de allergrootste en invloedrijkste behoorde. Tekstueel omdat hij steeds meer van zichzelf liet zien: wat bewoog de man, waar hield hij zich mee bezig en wat waren zijn zorgen? Muzikaal omdat hij zijn palet enorm uitbreidde: van simpele liefdesliedjes tot nieuwe dancegrooves. Van You are the sunshine of my life tot Superstition; van Sir Duke tot Pasttime Paradise. Veel van die nummers waren raak. Stevie was volop bezig zichzelf te ontdekken en begon daarmee een boeiende muzikale reis waarbij ik me met alle plezier mee liet voeren.