J. Bernlef: stilte

Over Steve Lacy

Stilte

De melodie op de mouwen versleten / van de akkoorden alleen nog / wat wapperende flarden

In lege schoenen stapt hij voort / langs jerrycans en flats op weg / naar braakliggend terrein.

Kaalslag maakt hem sterker / hij dunt zijn kapsel uit tot op / de laatste haar waaraan hij zweeft

Zo zwaar is nog nooit / zo iets lichts geweest; toon die verliefd / zwicht onder eigen soortelijk gewicht

Zo verdwijnt de danser in de dans / de engel in zijn noodzakelijkheid.

Eindelijk valt de stilte te snijden.

bernlef, anp, rd.nlfoto: ANP; bron foto: rd.nl

J.Bernlef (1937 – 2012)

Advertenties

E.L. Doctorow: die reiger, dat ben ik

Een vreemde waarneming op de pier: een grote blauwe reiger die de ene kant op keek, bijna rug aan rug met een sneeuwwitte zilverreiger die in de tegengestelde richting tuurde. Omwille van dit soort dingen hoort iedereen nu en dan de stad uit te gaan.

Omdat ze op hetzelfde voedsel aangewezen zijn, zou ik gedacht hebben dat ze elkaar niet verdroegen, maar daar staan ze, elkaar wederzijds negerend. Ik kijk niet, maar ik weet heus dat je er bent. De zilverreiger verheft zich als eerste, met zijn nek gestrekt, de gele snavel als een bajonet vooruit, een prachtige vogel in de vlucht, gestroomlijnd als een prerafaëlitisch watervliegtuig, maar met een genadeloos oog… en de blauwe reiger, die er wat frommelig uitziet met zijn ronde zwarte schoudervlek, een verenpak dat eerder grijs dan blauw is, het zwart van zijn lange poten, voeten, snavel. Het is een minder sierlijke vogel, een minder strakke vogel, dan de zilverreiger, hoewel hij met de enorme spanwijdte waarmee hij laag over het water opstijgt wel de statigheid  aanneemt van een jumbo. Maar er ligt een zekere droefheid in zijn blik, en het is duidelijk een eenling, een vrijgezelle vogel die wel wat vrouwelijke aandacht zou kunnen gebruiken, wat fatsoenering, net als ik.

el-doctorow, vanityfair.comfoto: Getty Imgages; bron foto: vanityfair.com

E.L. Doctorow (1931 – 2015, USA)

Uit: De stad Gods, Bezige Bij Amsterdam, 2002

Johan Joos: opinie

Opinie

alles kunnen ze staven / maar ik rijd op een vleeshaak / kauw klaver en mompel / ‘Bewonder de lucide boreling / die zich met diatonische zang / ijlings aan de navelstreng verhangt’

vergeef mij, Spinoza en Heidegger / maar ik hoor liever proza / van een wauwelende kasseilegger

johanjoos, geertvandamme.blogspot.combron foto: geertvandamme.blogspot.com

Johan Joos (1957)

Uit: Stil de graine jaune, Bert Bakker Amsterdam, 1989

Jufs lieveling: Les Écoliers van Robert Doisneau

robert-doisneau-1956-les écoliers

Les écoliers van Doisneau is genomen vanuit het enige juiste standpunt: dat van de onderwijzer of de onderwijzeres. Hoewel onzichtbaar is die (vooruit, laat ik het erop houden dat het een juffrouw is, het kan haast niet anders) de spil waar het hele leerproces om draait, het vanzelfsprekende centrum van de aandacht van deze jongens, al heeft ze op dit moment, nu ze hen aan het werk heeft gezet, even een beetje rust. Nu zijn de rollen omgekeerd en mag zij kijken.

Daarom is de foto niet op haar gericht, maar op dat ene jongetje dicht bij haar lessenaar, het jongetje met dat blonde, wat verwarde haar en die hemelse blik. En dat is logisch: hij is de beste van de klas. En de geheime lieveling van de juf. Het kost haar moeite haar ogen van hem af te houden.

Weet die jongen dat? Doet hij misschien speciaal voor haar zo zijn best? Zeker is dat hij nu in beslag wordt genomen door iets anders. Als het waar is dat hij ook wil laten zien hoeveel hij van de juffrouw houdt, dan in elk geval op de enige niet banale manier, de indirecte, namelijk door het antwoord te vinden op het vraagstuk dat zij zojuist – als een queeste naar het hart van een felbegeerde ervaring – heeft opgegeven.

Hij kijkt omhoog, nergens naar, althans naar niets in het bijzonder. Hij wil niet worden afgeleid, hij wil denken. Maar met de ogen open, anders gaat hij dromen en kan hij het goede antwoord plus de mogelijke rest wel vergeten. Die blik naar het plafond bevrijdt hem een ogenblik uit het hier en nu waar alle andere leerlingen, licht pathetisch geformuleerd, de gevangene van zijn: de een kijkt om, de ander af, een derde zit gespannen over zijn lei en een vierde verwacht het antwoord van de juf. Het is wel duidelijk waarom uitgerekend hij jufs lieveling is.

Uit: Een zoen van de juffrouw; uit: De ontdekking van de wereld – Cyrille Offermans; Bezige Bij Amsterdam, 2000

Robert Doisneau (1912 – 1994, Frans)

Cyrille Offermans (1945)

Annie MG Schmidt: aan een klein meisje

Aan een klein meisje

Dit is het land, waar grote mensen wonen. / Je hoeft er nog niet in: het is er boos. / Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen, / en altijd is er weer wat loos.

En in dit land zijn alle avonturen / hetzelfde, van een man en van een vrouw. / En achter elke muur zijn and’re muren / en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten / en alle teddyberen zijn hier dood. / En boze stukken staan in boze kranten / en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen / en de soldaten zijn er niet meer van tin. / Dit is het land waar grote mensen wonen… / Wees maar niet band. Je hoeft er nog niet in.

annie schmidt, ad.nlfoto: ANP Kippa; bron foto: ad.nl

Annie MG Schmidt (1911 – 1995)

Uit: Schrijfsters in de jaren vijftig – Margriet Prinsen en Lucie Th. Vermij; Van Gennep Amsterdam; 1991

Dave Eggers toont waar het mis ging

Geachte producenten,

Binnen in mij straalt iets wat aan anderen overgedragen moet worden, want anders klap ik uit elkaar en zal de mensheid zonder het te weten een groot verlies lijden. Mijn ziel is er een van heroïsche proporties, maar wie maalt er om mij wanneer ik niet de kans krijg die te tonen? Daarom moet ik een van de bewoners van The Real World (een MTV-reality-serie) worden. Alleen daar met een heldere uitstraling naar miljoenen verbijsterde kijkers, zal mijn vooralsnog niet uitgebotte zelf de fraaie vormen aannemen die het niet alleen aan zichzelf maar aan een heel gat in de markt verplicht is.

Ik ben iemand van het slag Kirk Cameron – Kurt Cobain, een grillige schurk, een dandy met beide benen op de grond, verknipt maar begrijpelijk, thuishorend in het uitdijende schemergebied tussen alternatieve en hoofdcultuur, benauwde profeet van de al voorbije apocalyps, maar toch vrolijk, stijlvol en sexy!

Oscar Wilde heeft eens geschreven: ‘Goede kunstenaars bestaan in hun werk, en daarom volmaakt oninteressant in hun bestaanswijze. Een groot dichter, een werkelijk groot dichter, is de meest dichterlijke van alle schepselen. Slechte dichters zijn daarentegen zeer fascinerend… (zij) leven de poëzie die (ze) niet in staat zijn op te schrijven.’ Zoals bij Dorian Gray het geval was, is het leven mijn kunst! O, MTV, neem mij, maak mij, wek mij uit mijn vormeloze sluimertoestand en zet mij in de dromerige Echte Wereld van de doelgerichte marketing.

Hoogachtend,

David Milton

dave eggers, wsj.comfoto: Mona Kuhn; bron foto: wsj.com

Dave Eggers (1970, USA)

Uit: Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit; Vassalucci Amsterdam, 2000

Michael Zeeman: afscheid

Afscheid

Afscheid gaat abrupter dan je dacht / op een zondag tegen het einde van de morgen / als achteloos een boot vertrekt / zonder hoorn of omhaal van vlaggen.

Niet dat ik wuivend op een kade stond / zelfs dat niet, men verneemt het telefonisch / ‘nu ga ik weg’ en gaat dan ook / de toon rekt zich te veel aan ruimte.

De volgende dagen is er een spoor / dat ik eerst nog nauwkeurig volgen kan / maar vager wordt. Mijn zolderbed is klam: / als kind heb ik dat nooit geweten.

Afscheid is een misverstand dat fomkelt / bij gebrek aan tijd en uren nog nadien / de stilte onherbergzaam, het uitzicht groezelig / de deuren van mijn kamers zwaarder maakt.

michael zeeman, cuttingedge.nlbron foto: cuttingedge.nl

Michael Zeeman (1958 – 2009)

Uit: Beeldenstorm, Bezige Bij Amsterdam, 1991

Jeugd: Arnon Grunberg

grunberg IMG_4148_FotorIn werkelijkheid hebben de voorbereidingen op mijn bar mitswa maar anderhalf jaar geduurd, maar in mijn herinneringen lijkt mijn jeugd tot mijn dertiende een grote voorbereidingsoefening op de bewuste dag.

Op deze foto lees ik voor uit de thora in de Gerard Doustraat-synagoge in Amsterdam. Links van mij staat mijn leraar, meneer L., en rechts van mij meneer H., die model heeft gestaan voor de apotheker Hausmann in Blauwe maandagen. De moeder van meneer L. leerde mij Hebreeuws en haar zoon moest mij voorlezen uit de thora. Ze woonden in de Michelangelostraat en twee keer per week werd ik daar door mijn moeder afgeleverd. De laatste maanden voor mijn bar mitswa zelfs vier keer per week.

Sommige mensen doen hun hele leven hun best een affaire te worden, anderen worden geboren als affaire. Als ik de woorden van mevrouw L. mag geloven behoorde ik tot de laatste groep. De relatie tussen mij en de familie L. was inderdaad een soort affaire. En uiteindelijk is zelfs de eigenlijke bar mitswa-viering niet zonder affaires gebleven. Op het menu van het diner stond rundertong. Mijn moeder was ervan overtuigd dat de dame die de catering verzorgde tien rundertongen van haar had gestolen. Het is bijna tot een rechtszaak gekomen. Nog jaren later werd er bij ons aan tafel over de gestolen rundertongen gesproken, alsof het om een zaak ging die net zo belangrijk was als de uittocht uit Egypte.

Uit: De gevoelige plaat – Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich; Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

Dirk van Bastelaere: mijn andere tijger

Mijn andere tijger

Bij tijden raakt men in die mate verondersteld / dat vlam vat / wie zich in het echt begeeft.

Sommigen halen even diep adem. / Velouria gaat vast liggen / en zweet. / Op het linoleum / gaat de jongen die ons in zich aankijkt / tekeer als een leguanenstaart.

Vroeger dronk men maanzaadstroop / bij het ingaan / van een lastige nacht. Aan een tijger verhangen / reist nu Velouria naar haar andere tijger.

Al stond vooraf / haar bedenkelijk nylonbeen / tegen mij aan te wrijven / als tegen haar vlam.

Van-Bastelaerefoto: Wouter Van Vooren; bron foto: schrijversgewijs.be

Dirk van Bastelare (1960, Belgisch-Vlaams)

Uit: Dietsche Warande & Belfort, jaargang nr. 3 Leuven, 1992

John Ruskin concludeert over schoonheid…

ruskin 2ruskin 4In zijn fascinatie voor schoonheid en de toe-eigening daarvan, kwam Ruskin tot vijf bepalende conclusies: ten eerste is schoonheid het gevolg van een complex samenspel van factoren die een psychologische en visuele invloed uitoefenen op de geest. Ten tweede hebben mensen de aangeboren neiging op schoonheid  te reageren en naar het bezit ervan te verlangen. Ten derde bestaan er vele banale uitingsvormen van deze bezitsdrift, waaronder het verlangen souvenirs en tapijten te kopen, je naam in zuilen te kerven en foto’s te nemen. Ten vierde is er slechts één manier om je schoonheid werkelijk eigen te maken, en dat is door het wezen ervan te doorgronden, door je bewust te worden van (psychologische en visuele) factoren die ervoor verantwoordelijk zijn. En tot slot kun je, om op doeltreffende wijze tot dit bewuste begrip te komen, nog het best proberen mooie plaatsen door middel van kunst te beschrijven, zonder je erom te bekommeren of je daar wel of geen talent voor hebt.

ruskin 1ruskin 3

Uit: De kunst van het reizen – Alain de Botton, Atlas Amsterdam, 2002; vertaling  Jelle Noorman

Alain de Botton (1969, Brits)

John Ruskin (1819 – 1900, Engels)