Eva Gerlach: schoon

Schoon

Twee meter. Almaar magerder. At je, / raakte je alles kwijt dus at je niet. / Die keer dat je? Schoon. Netjes. Pijn geeft niets. / Was naar de wasserette. Goede fiets

Die keer dat je niet. Deur geramd. Hoe kan je / vluchten wanneer je niet meer fietst? gewoon / stilzitten. Kwamen ze binnen, keken, / keek je terug, zei niets. Alles brandschoon.

Van je gedroomd vannacht. Je was weer van je / fiets gevallen, lag spierwit maar kalm / ademend naar de lucht te kijken. Iemand raapte / je spullen van het asfalt, iemand belde / 112, riep ‘nee laat maar’ toen je langzaam / opstond, jezelf afklopte, iemand zei / ‘eet nou eens wat u wordt zo mager,’ hoe je / glimlachte, altijd vriendelijk, omhoog / keek naar de mensen boven, achter ramen / en op balkons. Je boog heel licht je hoofd. / Zo lang. Die keer dat je niet opendeed. / Applaus klonk toen je rustig verder reed.

De eenzame uitvaartbron foto: biancasistermans.com

Eva Gerlach (1948, Amsterdam)

Bij het overlijden van meneer R. voor de Poule des Doods: een dichter schrijft en leest een gedicht voor tijdens een stille uitvaart van iemand zonder familie, vrienden of bekenden. (schrijnend verhaal in De Volkskrant van 9 oktober 2019)

Advertenties

Evgenia Arbugaeva fotografeerde een Russische weerman

Evgenia Arbugaeva, weerman 1Evgenia Arbugaeva, weerman 3De lange arctische nachten kunnen lang en donker zijn. Zo donker dat je er je verstand kunt verliezen. Vooral als je alleen bent, zoals Slava Korotki. Slava woont, werkt en leeft in Khodovarikha, in het noorden van Rusland.

Hij bemant een weerstation. Zijn dagen zijn vredig, behalve als het weer losbarst en dan is het verschrikkelijk eenzaam. Slava werd twee weken gefotografeerd door Evgenia Arbugaeva, die zelf oprgoeide in dit deel van Rusland. Ze wilde graag het leven van Slava documenteren. Zijn werk en het leven in deze arctische buitenpost, op een uur vliegen (met een helicopter) naar de dichtsbijzijnde stad.

Dat leven is vredig, simpel en romantisch. En dat op een plek waar geen ander mens voorhanden is. Slava dealt met zichzelf en de natuur.

Meer: Evgenia Arbugaeva

Evgenia Arbugaeva, weerman 6Evgenia Arbugaeva, weerman 2

Nooteboom: Zurbarán

Zurbarán

Je brief heb ik verloren. / Je sprak er in over zwart, / een gemartelde heilige, / omgekeerd op een kruis, / een Spaans visioen.

Jij bent in mijn land, ik / in het jouwe. Dat verdubbeld / traject / ijkt wat we maken, / een terugtocht.

In dat zwart / heerst zo’n woede om het weten, / het heeft spionnen van blauw / en goud / achter het pantser / van verbeelde stof.

Een zelfde weg naar het wit, / een uiterste strengheid / tot stilte.

En daarna niets.

Uit: Het gezicht van het oog, Arbeiderspers Amsterdam, 1989

io wp com, nooteboombron foto: io.wp.com

Cees Nooteboom (1933, Den Haag)

 

Jan Siebelink over het onvergankelijk schrijven

Ik vind het heel grappig om te zien hoe allerlei details uit mijn leven op de meest wonderlijke wijze in mijn hoofd samenklonteren, en vervormen, en dan in een boek een geheel gaan vormen. Tussen twee gebeurtenissen zit in werkelijkheid soms wel twintig jaar verschil, en toch weet ik die dan samen te brengen tot één verhaal. Een schrijver moet niet naar de toekomst kijken. Een schrijver moet zo diep mogelijk op een bepaalde emotie ingaan, exact beschrijven wat ‘teleurstelling’ precies is, en wat ‘verwachting’. Als je heel goed probeert de toon daarvoor te vinden, dat heel diep probeert te peilen, dan kun je je alleen maar met het verleden bezig houden. Want die emoties heb je al gehad, en die probeer je dan opnieuw te beleven in je boeken.

(..)

jan siebelink, hpdetijd.nl

Schrijver Jan Siebelink (rechts) met acteur Barry Atsma.Bron foto: hpdetijd.nl

Ik kan niet verdragen dat alles voorbij is. Daaruit komt dat schrijven van mij ook voort: ik wil per se vastleggen hoe het er was, en schrijven is voor mij de enige manier om het terug te halen en het te vereeuwigen. Zoals Paulus zegt in de brief aan de Colossenzen: ‘Wat vergankelijk is moet onvergankelijkheid aandoen’. Ik probeer mijn gebied en alles wat daar in mijn jeugd gebeurd is op mijn manier onvergankelijk te maken. Mijn vader en moeder waren maar heel gewone mensen, maar ik zal de wereld laten weten dat ze geleefd hebben, dat ze gewerkt hebben, niet dat dat voor de wereld van belang is om te weten, maar voor mij is dat van belang. Als dat gebied ooit helemaal weg zou zijn, als er torenflats staan, of zo’n vuilverbrandingsinstallatie, dan zou men het toch nog in mijn boeken terug kunnen vinden. Die plek is een materiële voorwaarde voor mij om te kunnen schrijven. Daar heb ik mijn eerste zintuiglijke indrukken opgedaan, en de indrukken die je in je jeugd opdoet zijn zo diep en ingrijpend, dat ze je nooit meer loslaten. Ik heb het gevoel dat ik mijn hele leven nog bezig zal zijn ze te verwerken. Pas na je dertigste, als je eenmaal zelf kinderen hebt, krijg je een veel sterker besef van de plek waar je bent opgegroeid. Met mijn ouder worden vervaagt er niets; ik zie steeds meer beelden opdoemen uit die tijd. Ik zie me nog naast mijn vader zitten, als jongentje van drie, vier jaar oud. Dan voel ik me ontzettend plezierig en veilig, een soort onsterfelijkheidsgevoel bevangt me dan.

Uit: Dit is de plek – Wam de Moor, Gaillarde pers Zutphen, 1992

Jan Siebelink (1938, Velp)

Ter Balkt: het korenveld

Het korenveld

Zenegroen; vogelmelk; als gespreksstof / tussen berken, ontgaat ons veel. Geler / dan het korenveld geen gebouw op aarde / – en dit theater van ’t brood heft veel

geel gelach omhoog, doorkriebeld, diep / bij zijn voetlicht, van muizepootjes en / korenbloem – en vogelvoet. Blauwer trilt / hitte boven ’t korenveld dan boven vijf

steden met hun troittoirs. En eenmaal op / het korenveld binder geweest of maaier, / alle stalen aren leggen zich voor jou

neer, de een of andere dag. O vrees niet / de zeis als je gewandeld hebt, in en bij / het korenveld, de nietigste kathedraal.

Uit: Laaglandse hymnen, Bezige Bij Amsterdam, 1993

dbnl.org, ter balktbron foto: dbnl.org

H.H. ter Balkt (1938-2015, Usselo)

Gerrit Benner schilderde abstract en met veel kleur zijn Friese landschap

Gerrit Benner 2Gerrit Benner 4Gerrit Benner 6Gerrit Benner was een autodidactische kunstschilder die tot 1937 zijn brood moest verdienen met zijn winkel in lederwaren in Leeuwarden, waarnaast hij zoveel mogelijk schilderde. In 1937 werd de winkel failliet verklaard. Benner raakte in een psychische crisis en vernietigde vrijwel al het werk dat hij had gemaakt.

Pas in 1945 koos Benner definitief voor het kunstenaarschap en kreeg hij iets te zien van recente ontwikkelingen in de schilderkunst. Korte tijd was hij beïnvloed door het werk van Hendrik Werkman. Ook vond hij inspiratie bij de kunstenaars van de Ecole de Paris zoals Bazaine, Soulages en Manessier. Zijn werk heeft raakvlakken met Cobra en De Ploeg.

Ondanks invloeden en raakvlakken werkte Benner in relatief isolement. Vanaf 1955, het jaar waarin hij naar Amsterdam verhuisde, richtte hij zich met name op het Friese landschap. Hij werd vooral bekend door zijn abstracte, veelkleurige landschapsschilderingen in Neo-expressionistische en abstract-expressionistische stijl. Hij is nooit volledig abstract geworden in zijn kunst; het landschap bleef er aanwezig.

Gerrit Benner (1897-1981, Leeuwarden)

OLYMPUS DIGITAL CAMERAGerrit Benner 3Gerrit Benner 5

Primo Levi: het lood en de dood

Het was marktdag en ik ben op de markt gaan staan met mijn stuk lood in mijn hand. De een na de ander bleef staan, woog het in zijn hand en stelde me vragen die ik half begreep; maar het was duidelijk dat ze wilden weten waar dat voor diende, wat het kostte, waar het vandaan kwam. Ten slotte is er een gekomen die er snugger uitzag, met een pet van gevlochten wol, en met die kon ik redelijk goed uit de voeten. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat je het spul met een hamer kunt bewerken; of juister, ik heb hem ter plekke met een hamer op een stootpaal gedemonstreerd hoe makkelijk je het tot dikke en dunne vellen kunt slaan; vervolgens heb ik hem uitgelegd dat als je de vellen oprolt en op de naad met een gloeiend ijzer dichtsmelt je er buizen van kunt maken; houten buizen, heb ik hem gezegd, zoals de dakgoten in dat dorp Sales, lekken en rotten, bronzen buizen zijn moeilijk te maken en als je ze voor drinkwater gebruikt krijg je er buikpijn van, loden buizen daarentegen hebben het eeuwige leven en kunnen gemakkelijk aan elkaar gelast worden. Dat heb ik hem allemaal gezegd en ik heb het er ook op gewaagd (op goed geluk en met een plechtig gezicht) hem uit te leggen dat je met een vel lood een doodskist kunt bekleden, waardoor de lijken geen wormen krijgen, maar verschrompelen en uitdrogen, zodat ook de ziel op haar plaats blijft, wat geen gering voordeel is; en dat je verder van lood dodenbeeldjes kunt maken, niet glimmend zoals beeldjes van brons, maar een beetje somber, een beetje mat, wat voor zulke dingen ook juist goed is. Omdat ik zag dat die kwestie hem bijzonder interesseerde heb ik hem ook nog uitgelegd dat als je wat dieper op de zaak ingaat, lood werkelijk het metaal van de dood is: omdat het doodt, omdat zijn gewicht een verlangen is om te vallen en vallen is sterven, omdat zijn kleur doods-doods is, omdat het metaal is van de planeet Tuisto, de langzaamste van alle planeten, de planeet van de doden. Ik heb hem ook gezegd dat lood volgens mij een stof is die anders is dan alle andere stoffen, een metaal waarvan je voelt dat het moe is, het veranderen moe misschien, niet bereid om nog eens te veranderen: de as van wie weet welke andere elementen vol leven die duizenden jaren her aan hun eigen vuur zijn opgebrand.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009; vertaling Frida de Matteis-Vogels

levi primo, biografieonline.itbron foto: biografieonline.it

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

J.C. van Schagen: mussen

Mussen

de theologen / op het dak van het kippekot / zijn er nog steeds niet achter / hoe de kruimels er komen / die soms daar zijn / maar nog veel vaker niet / soms lijkt het wel, of filosoferen helpt / dat doen ze dan ook wel / scheefkops / nadenkelijk / ze zijn het er niet niet over eens / alleen één ding is zeker:

als de Ondoorgrondelijke Goedheid / dichterbij komt / moet je wég wezen

Uit: Maatstaf, september 1970

Van Schagen , 3bp.blogspot.comIn de Zeeuwse plaats Domburg is een boulevard naar Van Schagen genoemd. bron foto: 3.bp.blogspot.com

J.C. van Schagen (1891-1985, Vlissingen)