Trolsky: kunst

Jasper-mikkers; jaspermikkers.nlbron illustratie: jaspermikkers.nl

Kunst

Er zijn momenten dat je vliegen kunt. / Het is nooit zeker of het nòg eens lukt. / Je spreidt je armen en je rent gebukt / een wei af, diep en krachtig ademend.

Daar stijg je dan; het is je weer vergund. / Beneden staan de mensen zielsverrukt / te turen en een kreet van onderdrukt / geluk stijgt op: je bent nog maar een punt.

Je hebt het vliegen iedere afgeraden. / Je merkt zo hoog niet dat het donker wordt. / Je raakt verstrikt in hooggespannen draden / of breekt je pennen op een uithangbord. / En zie, terwijl je suizend dieper stort: / verdwenen zijn ze die je eerst aanbaden.

Ongepubliceerd maar wel in: Ons poëtisch dichtersland, redactie Ernst van Altena en Jan Veldhuizen, V&D, 1988

Tymen Trolsky (1948, Oerle)

Kapuscinski en de mistige gangen van Jakoetsk

visityakutsk, winter

bron foto: vistiyakutia.com

‘Strenge vorst’, legt ze me uit, ‘herken je daaraan dat er een heldere, schijnende mist in de lucht hangt. Als je loopt, ontstaat er een gang in de mist. De gang heeft de vorm van de gedaante van degene die er loopt. Die persoon gaat verder, maar de gang blijft, hij staat onbeweeglijk in de mist.’ Een grote kerel maakr een grote gang, een klein kind een kleintje. Tanja maakt een smal gangetje, omdat ze tenger is, maar voor haar leeftijd is het een hoge gang, natuurlijk, want ze is de langste van de klas. Als ze ’s morgens vroeg van huis gaat, kan Tanja uit de gangen opmaken of haar klasgenootjes al naar school zijn: iedereen weet hoe de gangen van zijn naaste buren en vriendinnetjes eruit zien.

‘En als je een brede, lage gang met een duidelijke, vaste lijn ziet, betekent het dat Klavdia Matvejevna, de directrice, al naar school is.’

Als er ’s morgens geen gangen zijn die in hoogte aan de lengte van de leerlingen van de basisschool beantwoorden, betekent dit dat het zo hard vriest dat er geen lessen zijn en dat de kinderen thuisblijven.

‘Soms zie je een gang die heel onregelmatig is en dan opeens ophoudt. Dat betekent, ‘Tanja praat nu zachter, ‘dat er een of andere dronkelap heeft gelopen, hij is gestruikeld en gevallen. Als het hard vriest, vriezen veel dronkaards dood. Dan ziet zo’n gang eruit als een doodlopend straatje.’

Uit: Imperium, ondergang van een wereldrijk, Arbeiderspers Amsterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

dariovivo., Ryszard-Kapuscinskbron foto: dariovivo.com

Ryszard Kapuscinski (1932-2007, Pinsk, Wit-Rusland)

Hans Vlek: na een dag hard werken

Na een dag hard werken

Van 8 tot 5 ben ik in ruim twee / in touw met het lossen van zwavel / het schip moet voor donker nog weg

zachte pijn nestelt zich tussen de / schouderbladen – in de ooghoeken / een wat scherpere maar dat is / even wennen

hijs na hijs – onderuit / jonges! roept steeds de meester – / verdwijnt aan een kabel de hemel in / de lucht klinkt beter

zuurkool vult mijn neusgat / als ik tegen zessen thuiskom / de krant laat ik toegevouwen liggen / mijn interesse voor Heinrich Heine / blijkt nihil mijn eetlust

gelukkig uitmuntend

Uit: Zwart op wit, Querido Amsterdam, 1970

tzuminfo.nl, hans vlekbron foto: tzuminfo.nl

Hans Vlek (1947-2016, Amsterdam)

Slauerhoff: dit eiland

Dit eiland

Voor de zachtmoedigen, verdrukten, / Tot gereglde arbeid onwilligen, / Voor de met moedwil mislukten / En de grootsch onverschillegen,

De reine roekeloozen, / Door het kalm leven verworpen, / Die boven steden en dorpen / De woestijnen verkozen,

Die zonder een zegekrans / Streden verloren slagen / En ’t liefst met hun fiere lans / De wankelste tronen schragen;

Voor allen, omgekomen / Door hun dédain voor profijt, / Slechts beheerscht door hun droomen, / De spot der bezitters ten spijt,

Neem ik bezit van dit eiland, / Plant ik de zwarte vlag, / Neem iedere natie tot vijand, / Erken slechts ’t azuur als gezag.

Wie nadert met goede bedoeling: / Handel, lust of bekeering, / Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering / Of in ’t atol door onderspoeling.

Oovral op aarde heerscht orde, / Men late mijn eiland met rust; / ’t Blijft woest, zal niet anders worden / Zoolang ik kampeer op zijn kust.

Uit: Verzamelde gedichten, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Slauerhoff, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

J. Slauerhoff (1898-1936, Leeuwarden)

Barnard: het meer in mij

Het meer in mij

Het meer in mij vloeit uit een ander meer, / beneden, voort. Het is niet vergelijkbaar groot. / Het is een woord, waarvan de diepte anders is. / Je kunt erin verdrinken, maar je gaat niet dood.

Zijn oorsprongen verwisselbaar? Alles stroomt / ook naar boven, want wateren zijn van hun bron / al evenzeer de bron. Begin dat nooit begon. / Eeuwig is er een rivier, niets blijvends, tussenin.

Mijn meer is niet beneden. Beneden reflecteert / de zon, de schittering van het verleden. Je naam, / in water opgeschreven, vervalt nog niet daarom.

Uit: Het meer in mij, Arbeiderspers Amsterdam, 1986

knack.be, barnardbron foto: knack.be

Benno Barnard (1954, Amsterdam)

Omdat water onophoudelijk stroomt en terugkeert naar zijn bron, omdat water de ongrijpbare stroom én de vlakke spiegel van het meer is, omdat mijn meer, dat een woord is, anders is en hetzelfde als het meer daar beneden, omdat taal meer is dan water. Daarom verdwijnt en blijft je naam, opgeschreven in het water van tijd en taal.

Uit: De dichter is een koe – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Uwe Ommer fotografeerde 1000 families

uwe ommer families 2uwe ommer families 4uwe ommer families 6

De Duitse fotograaf Uwe Ommer (1943, Bergisch Gladbach, Dld) nam vier jaar de tijd om de wereld rond te reizen met een basis fotografie-uitrusting. Wat het meest opviel bij het eindresultaat: de talloze combinatiemogelijkheden die de basis-uitrusting bood.

Ommer trok de wereld rond om mensen te ontmoeten in hun familieverband. Die ontmoetingen mondden altijd uit in een portret van de bezochte familie. Op het moment dat we van eeuw wisselde (2000) besloot Ommer het resultaat in een fotoboek te publiceren. Daaruit een selectie. En verder:

“Look at these faces, and you will rediscover a grandmother, a friend, or an uncle in people you imagine a thousand leagues from you. You’ll see how close we all are – alike and yet so different. This experience will teach us to look at other people through different eyes, and not get stuck on the accessory that stops us seeing by making things far too simple. Look at all these details which create a diversity other than that of prejudices and barriers.”

uwe ommer families 1uwe ommer families 3uwe ommer families 5

Nikolaj Goemiljov: don Juan

Don Juan

Mijn droom is trots en simpel tegelijk: / Het dralen van de tijd te overwinnen, / Op reis gaan, schoonheden te beminnen, / Tot ik een hoge ouderdom bereik.

Dan wijd ik me aan Christus’ koninkrijk. / Met as bestrooid treed ik het klooster binnen, / Waar ik me op het leven ga bezinnen / En afstand doe van alle aardse slijk!

Maar op het hoogtepunt van het festijn / Ontwaak ik uit de wirwar van mijn wegen, / Ik zie opeens hoe ijdel dromen zijn:

Dat ik tot nutteloosheid ben gedoemd, / En bij geen vrouw ooit kindren heb gekregen, / Noch ooit een man mijn broeder heb genoemd.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

goemiljov, wikipedia

bron foto: wikipedia.org

Nikolaj Goemiljov (1886-1921, Rusland)

Slauerhoff: de voortekenen

De voortekenen

vogels op zee, ad van duren

foto: Ad van Duren, natuurfotograaf

Witte ijsvogels wiegen / Zich op zee en twijgen dichtbij. / Zij wijst ze en roept met helle / Bekoringsstem: “Zij voorspellen / Geluk!” / Maar ik zie verder: van het bergenjuk / Komt een donkere stip neersnellen, / Een zwarte vogel voegt zich er bij.

Uit: Verzamelde gedichten, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

J. Slauerhoff (1898-1936, Leeuwarden)

Willem van Toorn: de Waal en schepen

schepen de waal, nrc.nl

Schepen op de Waal bij Nijmegen. bron foto: nrc.nl

De Waal

Altijd weer de rivier. Elke seconde / anders dan die ervoor. En altijd van / zijn oevers hier gezien, zodat het land / één groot bewegen in zijn oog is onder

het stromend licht. Altijd van links / naar rechts over het tergend wit / dat wacht op het bewegen van zijn hand.

Schepen

Voorbijgaand leven krijgt intimiteit / doordat het in het landschap samenvalt / met wie het waarneemt binnen de maten van / lucht, bomen, water. Gezien van de dijk

toont het even als blijk daarvan een naam: / Gelria, Neeltje, Ora et Labora. / Gedachten breken uit de lijnen vrij / en reizen het tot over grenzen na.

Willem van Toorn (1935)

Uit: Gedichten 1960-1997, Querido Amsterdam, 2001