Karel van het Reve over W.F.Hermans: ‘boosaardig en niet zonder elegantie’

van het Reve, Karel, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam) was ‘de broer van’, een groot kenner van de Russische literatuur (als slavist niet heel erg verwonderlijk) en een essayist en polemist die graag de mensen in de gordijnen joeg. Dat deed hij vaak zonder aanziens des persoons.

In de bundel Arnon Grunberg leest Karel van het Reve steekt Grunberg zijn bewondering voor Karel niet onder stoel of bank. Van Karel leerde Grunberg (polemisch) schrijven en nadenken. Nadenken met een dosis nuchterheid en een briljant gevoel voor humor. Dat Maarten Biesheuvel in Karel God zag, vindt Grunberg te ver gaan, maar een halfgod was Van het Reve zeker, drie keer per jaar bij lezing.

Dit gezegd hebbende, Karel van het Reve heeft met zichtbaar genoegen zijn tijdgenoot W.F. Hermans gevolgd. Ook geen gemakkelijke man in de omgang met zijn vakbroeders. Van het Reve schreef er het volgende over:

Zijn stijl is de moeite van het bestuderen waard. Hij weet de indruk te wekken dat hij zijn affecten zonder bijvoeging, gladschuring of achteraf-beredenering te boek stelt. Hij neemt alle dingen die hem in zijn vijand ergeren, (lichaamslengte, manier waarop hij naar meisjes kijkt, te laat komen, gebrekkige kennis van het Frans, redacteurschap van De Nieuwe Stem, spelfouten, gebruik van aan Nietzsche ontleende woorden, gebruik van aan Ter Braak ontleende woorden, kleding, lidmaatschap van commissies) voegt daar alles aan toe waarmee hij die vijand kan ergeren en kwakt het aldus ontstane geheel de lezer voor de voeten. Het resultaat is zeer boosaardig en vaak niet zonder elegantie…

Uit: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve, Rainbow Amsterdam, 2004

Karel van het Reve (1921-1999, Amsterdam)

Bijna iedere dag muziek: Leo Kottke

Aanleiding: een overzicht van wat genoemd wordt: American Primitive Guitar. Een term die van toepassing is op het werk van gitarist John Fahey (1939-2001, Takoma Park, USA). Fahey zong zich los van het traditionele gitaarspel door vooral te fingerpicken en zijn gitaar op andere wijzen te stemmen dan gebruikelijk. Dat leverde nieuwe gitaarmuziek op. Fahey was geworteld in de blues, maar liet zich beïnvloeden door folk, Indiase raga’s, klassiek en avant-garde. En dat allemaal in de jaren 50, vorige eeuw. Fahey’s opvallende gitaarspel kreeg veel volgers.

Mijn held werd Leo Kottke (1945, Athens, USA), die de 6- en 12-snarige gitaar hanteerde alsof de duivel zelf aan het werk was. Wie Kottke hoort spelen denkt aan meerdere personen of overdubs, maar nee, alles uit een persoon! En met een snelheid die buitenaards klinkt. Zijn eerste elpee werd opgenomen in 3 en een half uur tijd en liet composities horen, die mijn oren niet wilden geloven. Wie Kottke live aan het werk gezien heeft, weet dat de man niet alleen prachtig speelt maar tevens enorm humoristisch is. En oh ja, hij zingt ook wel eens. Dat stemgeluid noemt hij zelf: ‘een gans die scheten laat op een benauwde dag.’ Kottke doet zichzelf tekort; het klinkt apart maar niet slecht. Oordeel zelf:

Alex van Warmerdam: ik heb de wereld geschapen

Ik heb de wereld geschapen

Ik heb de wereld geschapen / maar niet alles / de inktvis, de uien / de hond, de vrouw / allemaal van mij / de woestijn natuurlijk / de duinen was een makkie / vuur en water was een klus / de rest is van een ander

de ander dat ben ik / van mij de wind, de basgitaar / het achterland, de klei / de kapsters in de dorpen / de jaloerse onderwijzer / de steiger met de lekke boot / maar ook, vergis u niet / heimwee en de tractor

ik ben de derde / hij die zelden wordt genoemd / er is nogal wat onafgemaakt gebleven / en het nodige waar ik mij voor schaam / maar met voldoening kijk ik terug / op de driftaanval, het sluwe vosje / en het opgestoken haar

Uit: Ik heb de wereld geschapen, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2014

warmerdam alex, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Alex van Warmerdam (1952, Haarlem)

Hans Faverey: zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop

Zonder begeerte, zonder hoop / op beloning, ook niet uit angst voor straf, / de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren, waarin leegte zich meedeelt, / zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt / mij willen aanhoren, mij laten uitspreken, voor hij mij met stomheid slaat en mij / doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.

Uit: Het ontbrokene, Bezige Bij Amsterdam, 1990

faverey, hans, vpro.nlbron foto: vpro.nl

Hans Faverey (1933-1990, Paramaribo, Suriname)

Eybers: papier is geduldig

Papier is geduldig

Vir elke knelling van nou en hier / vind jy ’n noodluik van papier.

Geen bokkesprong of papier is bereid / tot lankmoedige medepligtigheid.

Wat nouliks bestaan word toevertrou / aan papier wat dit omhels en behou.

Die onverkenbare chaos vertoon / op papier ’n hartvormige patroon.

Uit: Noodluik, Querido Amsterdam, 1989

literatuurmuseum.nl, eybers elisabethbron illustratie: literatuurmuseum.nl

Elisabeth Eybers (1915-2007, Klerksdorp, Transvaal)

Szymborska: beweging

Beweging

Jij huilt hier, daar wordt gedanst. / En ze dansen in jouw traan. / Zij vieren feest, hebben plezier, / zij begrijpen er niets van. / Haast spiegelglinsteringen, / haast kaarsenflakkeringen. / Bijna trappen, galerijen. / Als een manchet, een geste. / Dat leeghoofd, waterstof met zuurstof. / Die rakkers chloor en natrium. / Dat fatje stikstof – in reidans / onder de koepel, vallend, / vliegend, wervelend, steeds weer. / Jij huilt, zij horen niets liever. / Eine kleine Nachtmusik, hun bal. / Wie ben je, mooi maskermeisje?

Uit: Grote pret, Meulenhoff Amsterdam, 1967

szymborska, vk.nlbron foto: vk.nl

Wislawa Szymborska (1923-2012, Kornik, Polen)

Bette Pesetsky beschrijft de komische kanten van het falen

Bette-Pesetsky, llanotreview

bron foto: ilanotreview.com

Bette Pesetsky (1932, USA) was voor mij een onbekende. Ik las haar verhalenbundel Verhalen tot op zekere hoogte en was onder de indruk. De Amerikaanse studeerde scheikunde en Engels voordat ze ging schrijven. In 1982 verscheen deze bundel als haar eersteling.

De verhalen zijn kort, krachtig en een soort flitsen van levensgeschiedenissen. In alle verhalen is een vrouw de hoofdpersoon. Vaak afkomstig uit een gebroken gezin met dominante ouders. Echtscheidingen, problemen op het werk, weglopende kinderen, verbroken contacten zijn vaak terugkerende thema’s. Verlies, verraad en desintegratie. De hoofdpersonen verzuipen in emoties. Hun leven is een beklemmende hel waar de gevoeligheid beschermd wordt door harde, ironische humor. Oftewel de komische kanten van het falen. Het is ook nadrukkelijk de achterkant van het Angelsaksische model waarin men dromen najaagt en scheiding en werkeloosheid op de loer liggen. Presteren (3 maal).

Wat mij aansprak is de toon en haar stijl. De verhalen hebben een enorme vaart. Ze lezen als een soort telegrafische boodschappen. Haar toon deed me erg denken aan Charlotte Mutsaers. Een unieke kijk op de wereld en verbeelding van haar perspectief waarvan ze mij snel deelgenoot maakte. Ik heb veel en vaak moeten glimlachen want haar humor is subtiel en venijnig. Haar hoofdpersonages zijn slachtoffers maar maken er het beste van. Humor en een innemende kwetsbaarheid zijn hun wapens.

Na het werk ga ik naar een bar met drie mensen van mijn kantoor. Eén glaasje, zeg ik. Ze wonen allemaal op de Upper West Side. Er is niemand op ons kantoor die niet op de Upper West Side woont. Behalve ik dan, natuurlijk. Treinen, treinen, zegt iemand. Hoe lang doe je er nu over om naar de stad te komen? Veertig minuten, zeg ik. Een man fluit. Zo lang doe ik er over om een stijve te krijgen, zegt hij.

(..)

Als de dag op kantoor ten einde is, haast ik me naar het station. Er zijn twee treinen. Als ik ren, haal ik de eerste. Als ik niet ren, moet ik vijfentwintig minuten wachten. Mijn auto staat op de parkeerplaats aan de andere kant. Van station tot huis duurt vier minuten. Arnold kon vier keer een stijve krijgen in de helft van de tijd.

De meeste mensen bij mij op kantoor zijn minstens één keer gescheiden. Iedere nieuwe scheiding wordt gevierd. We zijn de norm, zeggen we. ’t Is niet onmogelijk dat ik degene ben die het vaakst gescheiden is. Ik geloof dat in gesprekken buiten mijn aanwezigheid is uitgemaakt dat de schuld altijd bij mij lag. Niemand zegt me dat in mijn gezicht. Ik leid het af uit de stiltes.

Uit: De parade trekt voorbij; uit: Verhalen tot op zekere hoogte, Meulenhoff Amsterdam, 1983; vertaling Mea Flothuis

Ff wat heel anders: Britse vs Amerikaanse humor

Het begon met Monty Python en All in the family. Tv-series die humor als hoofdmoot presenteerden. Ik ben er mee opgegroeid. Humor in tv-series is nooit meer verdwenen, wel veranderd en een toonbeeld van de Zeitgeist. En er zijn verschillen bijvoorbeeld tussen humor uit Groot Brittannië en de Amerikaanse. Een poging tot verklaring van die verschillen in bijgaande video (het is om te lachen).

John Berryman: 4

4

Haar stevige & lekker lichaam vullend / met de kip-paprika, keek ze me aan / twee maal./ Wee van de belangstelling hongerde ik terug / en slechts het feit van echtgenoot & nog vier lui / weerhield me om haar te bespringen

me voor haar voetjes neer te werpen, roepend / ‘Jij bent het geilste stuk in jaren duister / dat Henry’s blinde ogen / ooit zagen, Schittering!’ Ik lepelde / (wanhopig) mijn spumoni; – Heer Bones: zit vol / de weveld, met voedvame meifjes.

– Zwart haar, Latijns gelaat, karbonkels neer… / Die pummel naast haar smult… wat voor mirakelen / broedt ze eigenlijk op, daarzo? / Het restaurant gonst of ze op Mars zit. / Waar ging het mis? Er moest een wet zijn tegen Henry. – Die is er, meneer Bones.

john berryman, newsweek.comJohn Berryman (met bril en baard) in zijn meest geliefde omgeving: de kroeg. bron foto: newsweek.com

John Berryman (1914 – 1972, USA)

Uit: The Dream Songs, Farrar, Straus and Giroux Inc New York, 1969; vertaling Rob Schouten