Duo vindt afdoende details

Met duo bedoel ik Martin Bril en Dirk van Weelden. In 1987 publiceerde het tweetal het boek Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril & Van Weelden. Een debuut, waarin teksten een plaats kregen die veel en niets met elkaar van doen hadden. Op alfabetische volgorde gerangschikt komen overpeinzingen, verhalen, anekdotes en essays voorbij, overgoten met  een saus van ernst en humor. Het is fragmentarisch als het leven zelf, springerig en vol van ideeën.

In het onderstaande stuk gaat het over de plek van het detail in onze cultuur:

Afdoende

Het volmaakte detail bestaat niet. Ik heb het over de oer-Russische, maar stijlbewuste en zelfs zwierige hoed die de nieuwe Sovjet-leider (Gorbatsjov) draagt. Een minder courant voorbeeld is de knik in het biljart in een van George Braque’s schilderijen. Een anonieme vorm van het volmaakte detail zijn de delicate oortjes van de passerende vrouw, die vervolgens voorgoed onvindbaar blijft.

Waarom is het volmaakte detail volmaakt? Omdat het de plaats is waar de aandacht zich verdicht zonder dat er van een symbool sprake is. Het volmaakte detail verschilt in twee opzichten van het symbool, namelijk dat het alleen ter plekke geldig is (itt het symbool dat als een colporteur overal zijn tronie opdringt om gevraagd en ongevraagd zijn veelbetekende waar aan de man te brengen), en in de tweede plaats doordat niet duidelijk is wat het detail precies betekent, wat onze aandacht iets van suspense geeft. Door deze twee eigenschappen kunnen details grotere volmaaktheid bereiken dan om het even welk symbool.

(..)

Ter afsluiting enkele voorbeelden: de hoed van Gorbatsjov, de handgranaten van Hemingway, de pijp van Mulisch, het spleeetje van Rob de Nijs, de motoriek van Scholte, het flanellen ruitjeshemd van John Fogerty, de snor van Toklas, en de beenstand van Claus tijdens het uitspreken van de Troonrede.

fragmenten uit: afdoende; uit: Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril & Van Weelden, Bezige Bij Amsterdam, 1987

Van Weelden en Bril; pinterestVan Weelden en Bril; bron beeld: pinterest.com

Martin Bril (1959-2009, Utrecht)

Dirk van Weelden (1957, Zeist)

Nicole Eisenman schildert het hedendaagse leven met humor

nicole eisenman; portret2nicole eisenman; portret4nicole eisenman; portret6Weerbarstige, maatschappijkritische verhalen verbeeld met humor en herkenbare elementen uit de kunstgeschiedenis en de populaire cultuur, in een keur aan kleur: dat is het werk van Nicole Eisenman. Zij schildert uitbundig en haar tekeningen doen stripachtig aan. Terugkerende thema’s in haar werk: mens, identiteit, queerness en maatschappij.

Nicole Eisenman (1965, Verdun, Frankrijk) maakt schilderijen, tekeningen en installaties met thema’s zoals gender, racisme en economische ongelijkheid, en over vraagstukken als de eeuwige angst voor de toekomst, het digitale tijdperk en onze afhankelijkheid van technologie. Tegelijkertijd becommentarieert Eisenman in hun kunst op humoristische wijze de maatschappij waarin henzelf en wij leven en de uitdagingen die daar bij komen kijken. Daarbij gebruikt hen kleurrijke en herkenbare elementen uit de populaire cultuur, media en televisie. Ook de moderne kunstgeschiedenis speelt een grote rol in hun werk: naast dat Eisenman alle technieken van de schilderkunst beheerst, zijn er ook veel motieven uit het werk van hun voorgangers te vinden in hun inventieve en uitbundige schilderijen en tekeningen. Het werk van Eisenman vertegenwoordigt als geen ander de hedendaagse schilderkunst.

bron: kunstmuseum.nl

nicole eisenman; portretnicole eisenman; portret3nicole eisenman; portret5

Pirandello beschrijft het leven van een bultenaartje

pirandello; libreriamo.itbron beeld: libreriamo.it

De Italiaanse schrijver Luigi Prandello (1867-1936) nam zich voor elke dag een verhaal te schrijven in navolging van de Decamerone. Doel was tussen 1922 en 1937 vijftien bundels uit te brengen met novellen onder de titel: Novellen voor een jaar. Zijn dood in 1936 voorkwam de uiteindelijke voltooiing van dit plan. Toch is een groot deel van die novellen gebundeld. In De bokkesprong zijn een aantal van die novellen samengebracht. Daaronder: De drie gedachten van een bultenaartje. Een verhaal over een vrouw die niet meer groeit en klein blijft.

Maar groeien sommige boompjes eigenlijk niet net zo, vol knoesten en uitsteeksels en met kromme gewrichten? Precies. Maar met dit verschil: allereerst dat het boompje geen ogen heeft om zichzelf te zien, geen hart om te voelen, geen verstand om te denken, en een arm bultenaartje wel; dat het kromgegroeide boompje voor zover men weet niet wordt uitgelachen door de rechte bomen, gewantrouwd uit angst voor het boze oog, gemeden door de vogeltjes, en een arm bultenaartje wel, niet alleen door de grote mensen maar ook door de kinderen; en tenslotte dat het boompje niet de liefde hoeftE te bedrijven want het bloeit in mei uit zichzelf, van nature, zo krom als het is, en in het najaar geeft het zijn vruchten, terwijl een arm bultenaartje…

Ze was gewoon niet goed gelukt, en daar was niets aan te doen. Als iemand een brief schrijft die hem niet bevalt dan verscheurt hij hem en begint opnieuw. Maar een leven? Het leven kun je niet zomaar verscheuren en overdoen.

En trouwens, het mag niet van God.

Je zou bijna niet meer in God willen geloven als je dit soort dingen ziet. Maar Clementina geloofde wel. En ze geloofde juist in God omdat ze wist hoe ze was. Bestond er een betere verklaring voor het grote ongeluk dat zij, volkomen schuldeloos, haar hele leven lang met zich mee moest dragen, haar enige leven, dat ze geheel zo door moest brengen, alsof het een grap was, een grol, eigenlijk niet langer dan één minuut vol te houden? En dan: recht, omhoog, vlug, soepel, lang, en weg met die drukkende hand. Dat had je gedacht. Ze zou altijd zo blijven.

uit: de drie gedachten van het bultenaartje; uit: De bokkesprong, Coppens & Frenks Amsterdam, 1992; vertalingen door Marije de Jager en Anthonie Kee

‘Honden schrokken, geen gezicht’

Wil je een ander smakelijk zien eten, voer dan een dier… Evenmin als hun billen hoeven dieren ooit hun mond af te vegen, hun fysiologie is goed afgewerkt. Met één uitzondering: de hond, aldus schrijver en bioloog Midas Dekker over eten en hoe dat eruit ziet.

Hij vervolgt:

Anti-schrokbak; hondenpagina.comEr bestaan speciale voerbakken die schrokken bij honden moet voorkomen; bron beeld: hondenpagina.com

Honden schrokken. Ze kieperen hun voer hun maag in als kolen in een kolenhok: wat slobberige geluiden, een flits van een tong en weg is het. Beteuterd kijkt de hond naar zijn bord en dan vragend achterom naar zijn baas, verbaasd waar het nu toch allemaal is gebleven. Waarom kan een hond nooit eens rustig van zijn voer genieten? Omdat hij een slecht verbouwde wolf is. Wolven vechten met de andere wolven om de buit en zijn er daarom op geprogrammeerd zo snel mogelijk zo veel mogelijk naar binnen te werken. Dat programma zijn ze bij de hond vergeten te wissen. ‘Ach gut,’ denkt het baasje, ‘hij heeft honger‘, en geeft nog wat. Zo kan een labrador in één maaltijd tien procent binnenkrijgen van zijn eigen lichaamsgewicht, dat daarvan navenant toeneemt. Geen gezicht.

uit: poot & poes – Midas Dekkers, Olympus Amsterdam, 2015

Midas Dekkers (1946, Haarlem)

 

Midas Dekkers ontdekt een kattenluikje (in de hemel)

dekkers, midas' nrc.nlbron beeld: nrc.nl

Voor humor kunt u best terecht bij schrijver, bioloog Midas Dekkers (1946). In Poot & Poes gaat het over het gebrek aan poes in de bijbel.

De gekste beesten kom je in de bijbel tegen, van pratende slangen tot mensenetende walvissen, maar poezen ho maar. Geen wonder dat ons land ontkerkelijkt.

Wie leest er nu een boek waar geen poes in voorkomt? Of is er een vertaalfout gemaakt, als bij zoveel bijbelse dieren? Is de poes die wel op aarde maar niet in de hemel voorkomt verward met een wezen dat wel in de hemel leeft maar niet op aarde? Nergens staat geschreven dat engelen in witte soepjurken rondvliegen op bordkartonnen vleugels. Misschien hebben engelen wel een zachte vacht met een lange staart, spelen ze geen harp maar spinnen ze en heb je behalve zwart en rode ook lapsjesengelen. Zouden er dan toch poezen in de hemel zijn? Mijn hele leven ben ik hier benieuwd naar geweest.

Ik kon dan ook nauwelijks wachten met doodgaan.

Mijn laatste adem blies ik uit met een zucht van verlichtng.

Eindelijk zou ik het best bewaarde geheim van de hemel ontraadselen. De tocht duurde langer dan ik dacht, maar na een tijdje meende ik de hemel al te kunnen ruiken, zoals vroeger met je moeder in de duinen vanuit de verte al de zee. Een laatste wolk, een laatste nevelflard en daar was ze dan, de hemelpoort! Groot en met veel gouden krullen, zoals ik me altijd had voorgesteld. Gespannen liet ik mijn blik van boven naar beneden glijden. En ja hoor, het zat er, rechts onder in de hemelpoort: een prachtig poezenluikje.

uit: poot & poes – Midas Dekkers, Atlas Amsterdam, 2015

Midas Dekkers (1946, Haarlem)

Tijd uitgelegd door slak en schildpad

tellegen, dnevnik.slbron beeld: dnevnik.sl

Het verlangen van de egel van schrijver Toon tellegen (1941) leest als een kinderboek en biedt een filosofische kijk op wat wij mensen eenzaamheid noemen. Als een kinderboek omdat de stijl helder, duidelijk een eenvoudig is. Een filosofische kijk omdat er voortdurend vragen gesteld worden over wie we zijn ten opzichte van de ander. Wat het verlangen om erbij te horen (het gezin, de familie, de gemeenschap) is, hoe het werkt (of juist niet), wanneer we eenzaamheid ervaren en wat je er aan zou kunnen doen. Klinkt allemaal serieus, maar blijft ‘gezellig’ omdat Tellegen de humor niet mijdt.

Een zijsprongetje is dat Tellegen de slak en de schildpad aangrijpt om iets te zeggen over het begrip tijd. Zo gaat dat in de wereld van de dieren:

Als ik iedereen had uitgenodigd, dacht de egel toen, en iedereen was gekomen en weer naar huis gegaan, of had me laten weten dat hij nooit op bezoek ging of verhinderd was, dan waren de slak en de schildpad nog altijd onderweg.

Hij zag ze weer voor zich. De schildpad keek om, de slak stond stil.

De schildpad zuchtte en vroeg: ‘Wil je soms op mijn schild zitten?’

‘Op je schild?’ riep de slak. Hij zette grote ogen op.

‘Dan gaan we harder,’ zei de schildpad.

‘En dan? Dan vliegen we zeker uit de bocht, val ik van je schild af en schiet ik in volle vaart tegen een boom, zodat mijn huis breekt, en betuig jij natuurlijk spijt dat je weer eens te hard ging en dat je het niet zo had bedoeld. Maar je bedoelt het wel zo, schildpad, je bedoelt het altijd zo!’

‘Niet dat we uit de bocht vliegen.’

‘Wat maakt dat uit als mijn huis in stukken ligt en jij met dat snelle stemmetje van je aanbiedt om het weer in elkaar te zetten?’

‘Wil je dat dan niet?’

‘Nog erger! Alsof ik in een ruïne wil leven… Met een bord ervoor: Haatsige Spoed. Zo heet die ruïne dan. En met een bordje ernaast waarop staat dat dat jouw schuld is.’

De schildpad zweeg.

‘Ik houd mijn eigen tempo aan,’ zei de slak.

‘Je bedoelt dat je stilstaat.’

‘Dat is onderdeel van mijn tempo.’

Ze stonden een tijdlang stil.

‘Zo komen we er nooit,’ zei de schildpad.

‘Als ik mijn ogen dichtknijp ben ik er al.’ zei de slak.

uit: het verlangen van de egel, Querido Amsterdam, 2016

Toon Tellegen (1941, Brielle)

Wouter Berns verwijst naar bekende voorgangers

wouter berns; surreeelwouter berns; surreeel3wouter berns; surreeel5wouter berns; surreeel7

Kunstenaar en (sur)realistisch schilder Wouter Berns (1970, Zevenaar) maakt realistisch uitziende schilderijen die een verhaal vertellen. De afbeeldingen van mensen in vreemde situaties vragen om enig nadenken. De situaties zien er onwaarschijnlijk en soms zelfs onmogelijk uit. En toch… Berns zelf zegt dat hij de (on)zin van het leven wil verbeelden. Dat doet hij met humor en met een knipoog. Zijn composities zien er gebalanceerd uit. Zijn kleurgebruik is stemmig. Vaak wordt verwezen naar het werk van bekende voorgangers uit de cultuurhistorie. Belangrijk zijn de titels van de werken die meestal een tip van sluier oplichten.

wouter berns; surreeel2wouter berns; surreeel4wouter berns; surreeel6wouter berns; surreeel8

Opgroeien met: Job, Joris en Marieke

Ben opgegroeid met de tekenfilms (zo heette dat in mijn jeugd) van Disney. Daarna kwamen de cartoons: Betty Boop, Popeye, Looney Tunes. Sindsdien is de teken- of animatiefilm niet meer weggeweest. Desteleuker dat we sinds enkele jaren een NL-trio hebben dat de animatie op geheel eigen wijze en in eigen stijl internationaal succesvol aan de mens brengt. In bijgaande clip stellen ze zich voor en twee voorbeelden van hun oorspronkelijke werk.

Monterosso, mon amour: literair Memories

pfeiffer; trouw.nlbron beeld: trouw.nl

De novelle Monterosso, mon amour van schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeiffer (1968) deed me denken aan het tv-programma Memories. Mensen op zoek naar de meest indrukwekkende liefdesmomenten uit hun verleden en wat daarvan nu resteert. Ik  moest er een beetje inkomen in dit boek dat niet schroomt om met wat hinderlijke clichés te beginnen.

Hoofdpersoon Carmen heeft last van opspelende herinneringen aan haar eerste vakantie aan de Middellandse Zee, te weten Monterosso, Italië. Ze kreeg er haar eerste zoen en nog wel onder water. Antonio was de dader. Bestaat Antonio nog? Carmen besluit terug te keren naar Monterosso. Gepland is een weekje maar door de uitbraak van de Corona-pandemie duurt haar verblijf langer.

Wat het boekje charmant maakt is dat Pfeiffer wel een literair verhaal kan vertellen, inclusief humor, zelfspot, een verrassend einde en geloofwaardige personages. Uiteindelijk was het geen straf het boekje tot me te nemen. ‘Een heerlijk tussendoortje,’ zou ik willen zeggen.

Over Carmen en haar beweegredenen voor haar ‘trip down memory lane‘:

Carmen begint er vrede mee te krijgen dat ze aan haar ridicule bevlieging heeft gehoorzaamd en op grond van een nogal theatrale overweging is teruggekeerd naar dit strand. Ze is er bijna klaar voor om zelfs een zekere trots te ervaren vanwege het feit dat ze zich aan haar belofte heeft gehouden zonder het nodig geacht te hebben dat iemand daar getuige van zou zijn en dat iemand de betrouwbaarheid van haar karakter hardop of in stilte zou prijzen. Het is nutteloos om hier te zijn, dat klopt, maar is niet alles nutteloos wat van waarde is? Betekenis is te vinden waar praktisch nut en persoonlijk gewin meewarig het hoofd afwenden. Juist het feit dat ze er zelf helemaal niets van verwacht, maakt haar gebaar stijlvol. Het zou ijdel en verwaand zijn om te spreken van een offer, want welbeschouwd hebben we het over een weekje vakantie, maar deze kleine, nodeloze pelgrimage naar het decor van een dierbare herinnering brengt haar dichter in de buurt van zichzelf en van de sensatie iets zinvols te doen dan al haar vroegere wereldreizen.

uit: monterosso, mon amour; Boekenweekgeschenk 2022, CPNB Amsterdam

Bijna iedere dag muziek: Nick Hornby

Nick Hornby Credit Parisa Taghizadeh ;theartdesk.comfoto: Parisa Taghizadeh; bron beeld: theartdesk.com

Wie? Nick Hornby? Nick Hornby (1957, Redhill, UK) is een fameus Brits schrijver en jaargenoot. Hij schreef een aantal moderne klassiekers als: High Fidelty, Een Jongen en Funny Girl. In die boeken ruim aandacht voor de gefrustreerde, obessieve alleenstaande man. Mannen met interesses voor muziek en sport. Dat beschrijven van zijn personages doet hij met humor. De meeste boeken lenen zich uitstekend voor verfilmingen en dat zijn ze dan ook.

Muziek en sport zijn toevalligerwijs ook de intesses van Hornby zelf. Hij heeft veel en vaak geschreven over de popmuziek en dat maakte hem een soort literaire deskundige op dit gebied. In zijn romans vindt je vaak muziek terug. Niet vreemd dat er van Hornby’s voorkeuren ook een Spotify playlist bestaat. De bijgaande link verwijst daarna. Speciale aandacht vraag ik voor de vrouwen op deze lijst.

https://spoti.fi/377Z0X0

(knip en plak in uw browser als de link niet direct werkt)