Pirandello beschrijft het leven van een bultenaartje

pirandello; libreriamo.itbron beeld: libreriamo.it

De Italiaanse schrijver Luigi Prandello (1867-1936) nam zich voor elke dag een verhaal te schrijven in navolging van de Decamerone. Doel was tussen 1922 en 1937 vijftien bundels uit te brengen met novellen onder de titel: Novellen voor een jaar. Zijn dood in 1936 voorkwam de uiteindelijke voltooiing van dit plan. Toch is een groot deel van die novellen gebundeld. In De bokkesprong zijn een aantal van die novellen samengebracht. Daaronder: De drie gedachten van een bultenaartje. Een verhaal over een vrouw die niet meer groeit en klein blijft.

Maar groeien sommige boompjes eigenlijk niet net zo, vol knoesten en uitsteeksels en met kromme gewrichten? Precies. Maar met dit verschil: allereerst dat het boompje geen ogen heeft om zichzelf te zien, geen hart om te voelen, geen verstand om te denken, en een arm bultenaartje wel; dat het kromgegroeide boompje voor zover men weet niet wordt uitgelachen door de rechte bomen, gewantrouwd uit angst voor het boze oog, gemeden door de vogeltjes, en een arm bultenaartje wel, niet alleen door de grote mensen maar ook door de kinderen; en tenslotte dat het boompje niet de liefde hoeftE te bedrijven want het bloeit in mei uit zichzelf, van nature, zo krom als het is, en in het najaar geeft het zijn vruchten, terwijl een arm bultenaartje…

Ze was gewoon niet goed gelukt, en daar was niets aan te doen. Als iemand een brief schrijft die hem niet bevalt dan verscheurt hij hem en begint opnieuw. Maar een leven? Het leven kun je niet zomaar verscheuren en overdoen.

En trouwens, het mag niet van God.

Je zou bijna niet meer in God willen geloven als je dit soort dingen ziet. Maar Clementina geloofde wel. En ze geloofde juist in God omdat ze wist hoe ze was. Bestond er een betere verklaring voor het grote ongeluk dat zij, volkomen schuldeloos, haar hele leven lang met zich mee moest dragen, haar enige leven, dat ze geheel zo door moest brengen, alsof het een grap was, een grol, eigenlijk niet langer dan één minuut vol te houden? En dan: recht, omhoog, vlug, soepel, lang, en weg met die drukkende hand. Dat had je gedacht. Ze zou altijd zo blijven.

uit: de drie gedachten van het bultenaartje; uit: De bokkesprong, Coppens & Frenks Amsterdam, 1992; vertalingen door Marije de Jager en Anthonie Kee

Astrid Engels vindt (vooral) inspiratie in de klassieke oudheid

Astrid-Engels; zoekend2Astrid-Engels; zoekend4Astrid-Engels; zoekend6Astrid-Engels; zoekend8In de loop der jaren heeft Astrid Engels (1941, Coevorden) een indrukwekkend oeuvre bijeengeschilderd.

Keer op keer toont deze kunstenares groei en verandering in haar oeuvre. Ze laat zich niet leiden door diverse stromingen in de hedendaagse kunst maar blijft haar eigen kenmerkende stijl verder ontwikkelen en uitbouwen.

Haar inspiratie vindt ze in de aantrekkingskracht van heilige en gewijde plaatsen in de wereld. Religie, astronomische kennis, techniek en cultuur prikkelen haar verbeeldingskracht en inspireren haar. Goden en godinnen die aan de basis staan van mythen, legendes en rituelen vormen de thema’s in veel van haar schilderijen.

Ze reist regelmatig naar de restanten van oude beschavingen. Ze ontdekte hoe de godenverering het leven van gelovigen kan inkleuren. De cultuur in Indonesië schonk haar -door de diep religieuze beleving– een spiritueel werkkapitaal voor haar penseel en in het mysterieuze oude Egypte verankerde zich de betoverende schoonheid uit het verleden. Azteken en Maya’s en de maanverlichte tempels in Griekenland en Rome gaven haar een schat aan inspiratie. Al die indrukken en ervaringen wereldwijd opgedaan komen in haar schilderijen tot leven .

Astrid studeerde na haar middelbare schoolopleiding Italiaans. Als beeldend kunstenaar is zij autodidact.

In 1965 won Astrid Engels, in 5 televisie uitzendingen, als archeologe op eigen vakgebied een wetenschapsquiz over het Oude Egypte en in het bijzonder Farao Toetanchamon. Dat maakte haar toen een bekende Nederlander.

bron: astridengels.com

Astrid-Engels; zoekendAstrid-Engels; zoekend3Astrid-Engels; zoekend5Astrid-Engels; zoekend7

Francesco Guardi schilderde Venetië losjes

Francesco_Guardi; stadFrancesco_Guardi; stad3https://www.tuttartpitturasculturapoesiamusica.comFrancesco Lazzaro Guardi (1712–1793) was een Italiaans schilder van stadsgezichten, edelman en lid van de Venitiaanse School. Hij wordt gezien als één van de laatste vertegenwoordigers van die klassieke Venitiaanse school.

In het begin van zijn loopbaan werkte hij samen met zijn oudere broer Gian Antonio en maakten ze religieuze schilderijen. Na Gian Antonio’s dood in 1760, concentreerde Francesco zich vooral op het maken van Venitiaanse stadsgezichten. In het begin nog vooral beïnvloedt door het werk van de meester in dit genre, Canaletto. Later meer in zijn eigen stijl gekenmerkt door een lossere toets, vegende penseelstreken en zelfbedachte architectuur.

Francesco_Guardi; stad4Francesco_Guardi; stad8

 

Opgroeien met: Lino Ventura

De bonkige en hoekige acteur Lino Ventura (1919-1987) is een behoorlijk lange periode mijn metgezel geweest in veel Franse films. Ventura (de achternaam verraadt het al) is van Italiaanse komaf. Hij werd geboren in Parma, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn ouders naar de Frans hoofdstad Parijs. Leren ging hem moeilijk af (op 8-jarige leeftijd haakte hij af in het onderwijs), waarna een periode volgde waarin hij van baantje naar baantje ging. In het Grieks-Romeins worstelen vond hij zijn eerste roeping. In 1950 werd hij zelfs Europees kampioen! Na een ernstige blessure moest hij voortijdig stoppen met deze tak van sport.

Op 34-jarige leeftijd debuteerde Lino in zijn eerste Franse film. Regisseur Jacques Becker was op zoek naar een tegenspeler voor Jean Gabin in de crime-thriller De Onderwereld van Mont Matre (1954). Gabin was erg onder de indruk van de acteerkunst van Ventura en stimuleerde hem verder te gaan als acteur. Dat leverde een aantal films op met beide acteurs.

De stoere mannelijke uitstraling van Ventura leverde hem in de jaren 60 rollen op aan beide kanten van het spectrum. De ene keer de bad guy, in een volgende juist de good guy (rollen als Inspecteur Maigret bijvoorbeeld). Van Ventura werd door het grote publiek geaccepteerd dat hij de zware last van de hele wereld op zijn schouders kon nemen, zo leek het. Ook al speelde hij gangster, slaande echtgenoot of blue-collar crimineel. Dat Ventura zich als acteur ontwikkelde zag ik in films als: Garde à Vue; Les Misérables en Un papillon sur l’épaule. Hoewel Ventura bij uitstek een vertegenwoordiger was van de oude Franse cinema, hebben ook de brengers van de Nouvelle Vague hem altijd kunnen gebruiken als karakter met eeuwigheidswaarde.

De vestingstad: te zien in 44 landen

vesting; wereldwijd8vesting; wereldwijd6vesting; wereldwijd3vesting; wereldwijd5

Het is een laat-middeleeuwse Italiaanse vinding bedoeld om de inwoner van de stad te beschermen tegen het vijandige volk van buitenaf: de vestingstad. In de vorm van een ster zodat ie vanuit het heelal te zien is (mijn bijdrage). De allereerste vestingsteden vielen niet als zodanig op. Ze waren gecamoufleerd, meestal bedekt met gras. Later kwamen daar de dikke muren en wallen voor in de plaats. Het bijzondere van deze stadsvorm is dat ie succesvol was in veel landen, niet alleen in Europa. Je vindt vestingsteden ook in Japan, om maar eens een dwarsstraat te noemen. De overgebleven vestingstad is tegenwoordig een toeristisch uitje. Misschien één voor de liefhebber?

vesting; wereldwijd9vesting; wereldwijd7vesting; wereldwijd4vesting; wereldwijd2vesting; wereldwijd

Geboorte, passie en wederopstanding in één beeld

1983.131.1

De beukenboom van de Madonna in La Verna (1607), getekend door Jacopo Ligozzi.

Omdat de heilige sterk geassocieerd werd met verchristelijkte natuurverering lijken de fransiscanen uit de 17-de eeuw een heel uitgesproken traditie van Verlosser-bomen te hebben voortgebracht. Voor zijn reeks tekeningen van de berg-retraite op de Monte Verna in Piemonte, tekende de Florentijnse kunstenaar Jacopo Ligozzi De beuk van de klok, waarop de boomstam duidelijk doet denken aan de verwrongen vorm van de gekruisigde Verlosser.

En op een nog verrassender tekening bergt een andere kruisvormige beuk (zie afbeelding) niet alleen een visioen van de Maagd met kind op zijn takken, maar is een holte in de boom een verwijzing naar het graf van de Wederopstanding, waardoor keurig alle drie de elementen vertegenwoordigd zijn -Geboorte, Passie en Wederopstanding – in één plantaardige vorm.

Uit: Landschap en herinnering, Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Jacopo Ligozzi (1547-1627, Verona, Italië)

Primo Levi: ‘schrijvend voelde ik me groeien als een plant’

Het toeval wilde dat de volgende dag een ander, uniek geschenk voor me in petto had: de ontmoeting met een vrouw, jong, van vlees en bloed, warm tegen mijn zij, door onze jassen heen, vrolijk in de vochtige mist die in de buitenwijken tussen de bomen hing, geduldig, wijs en sterk in de straten van de binnenstad waar het puin nog lag. In een paar uur wisten we dat we bij elkaar hoorden, niet voor een ontmoeting, maar voor het leven, en zo is het ook gegaan. In een paar uur voelde ik me nieuw en vol nieuwe kracht, gereinigd en genezen van het lange kwaad, eindelijk gereed om met lust en moed het leven binnen te gaan; al even plotseling genezen was de wereld om me heen, en de naam en het gezicht van de vrouw die met mij naar de onderwereld was gegaan en niet was teruggekeerd kwamen tot rust.

Ook mijn schrijven werd een ander avontuur, niet langer de pijnlijke gang van een herstellende, geen bedelen meer om medeleven en vriendelijke gezichten, maar een doelbewust bouwen, dat nu niet meer eenzaam was: het werk van een chemicus die weegt en scheidt, meet en oordeelt op grond van onbetwijfelbare gegevens en zijn best doet om antwoord te geven op de vragen. Naast het gevoel van opluchting en bevrijding dat iedere teruggekeerde die vertellen kan kent, gaf het schrijven me nu een nieuwe, intense en uit vele bronnen gevoede bevrediging, verwant aan de emotie waarmee ik als student was doorgedrongen in de strenge orde van de differentiaalrekening. Het gaf me een geluksgevoel om het juiste woord te zoeken en te vinden, of te scheppen; juist, dat wil zeggen treffend, kort en sterk; de feiten uit mijn herinnering te putten en ze zo strak en geserreerd mogelijk te beschrijven. Mijn last aan gruwelijke herinnneringen werd paradoxaler een rijkdom, een zaad; al schrijvend voelde ik me groeien als een plant.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009, vertaling Frida de Matteis-Vogels

tellerreport.com, primo-levibron foto: tellerreport.com

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

Primo Levi: het lood en de dood

Het was marktdag en ik ben op de markt gaan staan met mijn stuk lood in mijn hand. De een na de ander bleef staan, woog het in zijn hand en stelde me vragen die ik half begreep; maar het was duidelijk dat ze wilden weten waar dat voor diende, wat het kostte, waar het vandaan kwam. Ten slotte is er een gekomen die er snugger uitzag, met een pet van gevlochten wol, en met die kon ik redelijk goed uit de voeten. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat je het spul met een hamer kunt bewerken; of juister, ik heb hem ter plekke met een hamer op een stootpaal gedemonstreerd hoe makkelijk je het tot dikke en dunne vellen kunt slaan; vervolgens heb ik hem uitgelegd dat als je de vellen oprolt en op de naad met een gloeiend ijzer dichtsmelt je er buizen van kunt maken; houten buizen, heb ik hem gezegd, zoals de dakgoten in dat dorp Sales, lekken en rotten, bronzen buizen zijn moeilijk te maken en als je ze voor drinkwater gebruikt krijg je er buikpijn van, loden buizen daarentegen hebben het eeuwige leven en kunnen gemakkelijk aan elkaar gelast worden. Dat heb ik hem allemaal gezegd en ik heb het er ook op gewaagd (op goed geluk en met een plechtig gezicht) hem uit te leggen dat je met een vel lood een doodskist kunt bekleden, waardoor de lijken geen wormen krijgen, maar verschrompelen en uitdrogen, zodat ook de ziel op haar plaats blijft, wat geen gering voordeel is; en dat je verder van lood dodenbeeldjes kunt maken, niet glimmend zoals beeldjes van brons, maar een beetje somber, een beetje mat, wat voor zulke dingen ook juist goed is. Omdat ik zag dat die kwestie hem bijzonder interesseerde heb ik hem ook nog uitgelegd dat als je wat dieper op de zaak ingaat, lood werkelijk het metaal van de dood is: omdat het doodt, omdat zijn gewicht een verlangen is om te vallen en vallen is sterven, omdat zijn kleur doods-doods is, omdat het metaal is van de planeet Tuisto, de langzaamste van alle planeten, de planeet van de doden. Ik heb hem ook gezegd dat lood volgens mij een stof is die anders is dan alle andere stoffen, een metaal waarvan je voelt dat het moe is, het veranderen moe misschien, niet bereid om nog eens te veranderen: de as van wie weet welke andere elementen vol leven die duizenden jaren her aan hun eigen vuur zijn opgebrand.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009; vertaling Frida de Matteis-Vogels

levi primo, biografieonline.itbron foto: biografieonline.it

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

Kopland: i cavalli di Leonardo

da vinci, paarden 1

Al die schetsen die hij naliet –

eindeloze reeksen herhalingen: spierbundels, pezen, / knoken, gewrichten, die hele machinerie / van drijfriemen en hefbomen waarmee / een paard beweegt,

en uit duizenden haarfijne lijntjes haast onzichtbaar / zacht in het papier verdwijnende huid / van oorschelpen, oogleden, neusvleugels, / huid van de ziel –

hij moet hebben willen weten hoe een paard / wordt gemaakt, en hebben gezien / dat dat niet kon, / hoe het geheim van een paard zich uitbreidde / onder zijn potlood.

Maakte de prachtigste afbeeldingen, bekeek ze, / verwierp ze.

da vinci, paarden 2

Schetsen bevinden zich zowat halfweg tussen twee uitersten: de werkelijkheid en het volmaakte kunstwerk, waarin de werkelijkheid geacht wordt zichzelf te ontsluieren. Als poging, ontwerp, onderzoek verwijst de schets naar iets anders, iets wat er is of was en iets wat er nog moet komen, naar de perfectie, waarin de gelijkenis van ‘zoals’ wordt opgeheven door de identiteit. Die perfectie, het samenvallen van kunst en werkelijkheid, is de diepste drijfveer en de utopie van alle kunst. De schets is het volmaakte beeld van de onbereikbaarheid van die utopie.

Uit: De dichter is een koe, over poëzie – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991