Geboorte, passie en wederopstanding in één beeld

1983.131.1

De beukenboom van de Madonna in La Verna (1607), getekend door Jacopo Ligozzi.

Omdat de heilige sterk geassocieerd werd met verchristelijkte natuurverering lijken de fransiscanen uit de 17-de eeuw een heel uitgesproken traditie van Verlosser-bomen te hebben voortgebracht. Voor zijn reeks tekeningen van de berg-retraite op de Monte Verna in Piemonte, tekende de Florentijnse kunstenaar Jacopo Ligozzi De beuk van de klok, waarop de boomstam duidelijk doet denken aan de verwrongen vorm van de gekruisigde Verlosser.

En op een nog verrassender tekening bergt een andere kruisvormige beuk (zie afbeelding) niet alleen een visioen van de Maagd met kind op zijn takken, maar is een holte in de boom een verwijzing naar het graf van de Wederopstanding, waardoor keurig alle drie de elementen vertegenwoordigd zijn -Geboorte, Passie en Wederopstanding – in één plantaardige vorm.

Uit: Landschap en herinnering, Simon Schama, Olympus Amsterdam, 2007; vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer

Jacopo Ligozzi (1547-1627, Verona, Italië)

Primo Levi: ‘schrijvend voelde ik me groeien als een plant’

Het toeval wilde dat de volgende dag een ander, uniek geschenk voor me in petto had: de ontmoeting met een vrouw, jong, van vlees en bloed, warm tegen mijn zij, door onze jassen heen, vrolijk in de vochtige mist die in de buitenwijken tussen de bomen hing, geduldig, wijs en sterk in de straten van de binnenstad waar het puin nog lag. In een paar uur wisten we dat we bij elkaar hoorden, niet voor een ontmoeting, maar voor het leven, en zo is het ook gegaan. In een paar uur voelde ik me nieuw en vol nieuwe kracht, gereinigd en genezen van het lange kwaad, eindelijk gereed om met lust en moed het leven binnen te gaan; al even plotseling genezen was de wereld om me heen, en de naam en het gezicht van de vrouw die met mij naar de onderwereld was gegaan en niet was teruggekeerd kwamen tot rust.

Ook mijn schrijven werd een ander avontuur, niet langer de pijnlijke gang van een herstellende, geen bedelen meer om medeleven en vriendelijke gezichten, maar een doelbewust bouwen, dat nu niet meer eenzaam was: het werk van een chemicus die weegt en scheidt, meet en oordeelt op grond van onbetwijfelbare gegevens en zijn best doet om antwoord te geven op de vragen. Naast het gevoel van opluchting en bevrijding dat iedere teruggekeerde die vertellen kan kent, gaf het schrijven me nu een nieuwe, intense en uit vele bronnen gevoede bevrediging, verwant aan de emotie waarmee ik als student was doorgedrongen in de strenge orde van de differentiaalrekening. Het gaf me een geluksgevoel om het juiste woord te zoeken en te vinden, of te scheppen; juist, dat wil zeggen treffend, kort en sterk; de feiten uit mijn herinnering te putten en ze zo strak en geserreerd mogelijk te beschrijven. Mijn last aan gruwelijke herinnneringen werd paradoxaler een rijkdom, een zaad; al schrijvend voelde ik me groeien als een plant.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009, vertaling Frida de Matteis-Vogels

tellerreport.com, primo-levibron foto: tellerreport.com

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

Primo Levi: het lood en de dood

Het was marktdag en ik ben op de markt gaan staan met mijn stuk lood in mijn hand. De een na de ander bleef staan, woog het in zijn hand en stelde me vragen die ik half begreep; maar het was duidelijk dat ze wilden weten waar dat voor diende, wat het kostte, waar het vandaan kwam. Ten slotte is er een gekomen die er snugger uitzag, met een pet van gevlochten wol, en met die kon ik redelijk goed uit de voeten. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat je het spul met een hamer kunt bewerken; of juister, ik heb hem ter plekke met een hamer op een stootpaal gedemonstreerd hoe makkelijk je het tot dikke en dunne vellen kunt slaan; vervolgens heb ik hem uitgelegd dat als je de vellen oprolt en op de naad met een gloeiend ijzer dichtsmelt je er buizen van kunt maken; houten buizen, heb ik hem gezegd, zoals de dakgoten in dat dorp Sales, lekken en rotten, bronzen buizen zijn moeilijk te maken en als je ze voor drinkwater gebruikt krijg je er buikpijn van, loden buizen daarentegen hebben het eeuwige leven en kunnen gemakkelijk aan elkaar gelast worden. Dat heb ik hem allemaal gezegd en ik heb het er ook op gewaagd (op goed geluk en met een plechtig gezicht) hem uit te leggen dat je met een vel lood een doodskist kunt bekleden, waardoor de lijken geen wormen krijgen, maar verschrompelen en uitdrogen, zodat ook de ziel op haar plaats blijft, wat geen gering voordeel is; en dat je verder van lood dodenbeeldjes kunt maken, niet glimmend zoals beeldjes van brons, maar een beetje somber, een beetje mat, wat voor zulke dingen ook juist goed is. Omdat ik zag dat die kwestie hem bijzonder interesseerde heb ik hem ook nog uitgelegd dat als je wat dieper op de zaak ingaat, lood werkelijk het metaal van de dood is: omdat het doodt, omdat zijn gewicht een verlangen is om te vallen en vallen is sterven, omdat zijn kleur doods-doods is, omdat het metaal is van de planeet Tuisto, de langzaamste van alle planeten, de planeet van de doden. Ik heb hem ook gezegd dat lood volgens mij een stof is die anders is dan alle andere stoffen, een metaal waarvan je voelt dat het moe is, het veranderen moe misschien, niet bereid om nog eens te veranderen: de as van wie weet welke andere elementen vol leven die duizenden jaren her aan hun eigen vuur zijn opgebrand.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009; vertaling Frida de Matteis-Vogels

levi primo, biografieonline.itbron foto: biografieonline.it

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

Kopland: i cavalli di Leonardo

da vinci, paarden 1

Al die schetsen die hij naliet –

eindeloze reeksen herhalingen: spierbundels, pezen, / knoken, gewrichten, die hele machinerie / van drijfriemen en hefbomen waarmee / een paard beweegt,

en uit duizenden haarfijne lijntjes haast onzichtbaar / zacht in het papier verdwijnende huid / van oorschelpen, oogleden, neusvleugels, / huid van de ziel –

hij moet hebben willen weten hoe een paard / wordt gemaakt, en hebben gezien / dat dat niet kon, / hoe het geheim van een paard zich uitbreidde / onder zijn potlood.

Maakte de prachtigste afbeeldingen, bekeek ze, / verwierp ze.

da vinci, paarden 2

Schetsen bevinden zich zowat halfweg tussen twee uitersten: de werkelijkheid en het volmaakte kunstwerk, waarin de werkelijkheid geacht wordt zichzelf te ontsluieren. Als poging, ontwerp, onderzoek verwijst de schets naar iets anders, iets wat er is of was en iets wat er nog moet komen, naar de perfectie, waarin de gelijkenis van ‘zoals’ wordt opgeheven door de identiteit. Die perfectie, het samenvallen van kunst en werkelijkheid, is de diepste drijfveer en de utopie van alle kunst. De schets is het volmaakte beeld van de onbereikbaarheid van die utopie.

Uit: De dichter is een koe, over poëzie – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Tomasi di Lampedusa: een sirene? Een zeemeermin?

Hoe ontvankelijk ons schichtige verstand ook mag zijn, het steigert bij het aanschouwen  van een wonder, en als het daarmee geconfronteerd wordt, zoekt het houvast bij de herinnering  aan alledaagse verschijnselen: net als ieder ander wilde ik geloven dat ik een zwemster voor me had, en ik bewoog omzichtig in haar richting, boog me voorover en stak haar mijn handen toe om haar naar binnen te trekken. Maar met een verbazende kracht kwam ze tot haar middel uit het water omhoog, sloeg haar armen om mijn hals, omhulde me met een nooit geroken parfum en liet zich in de boot glijden: iets lager dan haar liezen, onder haar billen, had ze een vissenlichaam dat bezaaid was met piepkleine paarlemoeren en azuren schubbetjes en uitliep in een gevorkte staart die traag op de bodem van de boot sloeg. Het was een sirene.

Ze lag achterover met haar hoofd op haar gevouwen handen en toonde met kalme schaamteloosheid haar tere okselhaar, haar wijkende borsten, haar volmaakte buik; ze verspreidde een geur die ik ten onrechte een parfum noemde, een magische zeelucht van onbedorven wellust. We lagen in de schaduw, maar op twintig meter van ons vandaan gaf de zee zich over aan de zon en bruiste van genot. Mijn bijna volledige naaktheid vermocht mijn opwinding maar moeilijk te verhullen.

Uit De sirene; uit: De verhalen, Prometheus Amsterdam, 1997; vertaling Yond Boeke en Patty Krone

di lampedusa, cdn.quotationof.combron foto: cdn.quotationof.com

Giuseppe Tomasi di Lampedusa (1896-1957, Palermo, Italië)

Primo Levi over de vreugde van het destilleren

Destilleren is leuk werk. In de eerste plaats omdat het een langzame, filosofische en geluidloze bezigheid is, die je in beslag neemt, maar je tijd laat om aan andere dingen te denken, een beetje zoals fietsen. Verder omdat het een gedaanteverwisseling impliceert: van vloeistof naar damp (onzichtbaar) en van damp weer naar vloeistof; maar met dat heen en terug, dat op en neer bereik je de zuiverheid, een dubbelzinnige, fascinerende toestand die bij de scheikunde begint en verre uitlopers heeft. En ten slotte besef je als je gaat destilleren dat je een door de eeuwen bekrachtigde rituele, bijna religieuze handeling verricht, waarbij je van een onvolmaakte stof de essentie, de ‘ousia’, de geest verkrijgt, en in de eerste plaats alcohol, die de levensgeesten opwekt en het hart verwarmt. Ik had twee hele dagen nodig om een fractie van voldoende zuiverheid te krijgen; omdat ik met een open vlam moest werken, had ik me voor die bezigheid vrijwillig teruggetrokken in een kamertje op de eerste verdieping, leeg en verlaten, ver van alle menselijke aanwezigheid.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 1989

primo levi, cultura.trentino.itbron foto: cultura.trentino.it

Primo Levi (Turijn, Italië, 1919-1987)

Corto Maltese: van onvervulde dromen en zoektochten naar schatten

cm 1Corto Maltese is een stripheld met biografie. Maltese werd bedacht en getekend door Hugo Pratt (1927-1995, Rimini, Italië). De verhalen van Corto M zijn mysterieus, romantisch (als van verwijzend naar de ideeën van de Romantiek), gaan over verre reizen, boeiende personages en heikelijke avonturen.

cm 4Onze man uit Malta, aldaar geboren op 10 juli 1887, kwam voort uit een Engelse vader en een Spaanse moeder.  Ma, zigeuner uit Sevilla, liet Corto opgroeien in een mooi Moors huis in Cordoba, waar Corto zich vooral de bloemen in de patio herinnert en de moskee waar ze tegenover woonden.

In zijn jeugd is zijn vader de grote afwezige. Zijn vader dronk stevig en vertelde de jonge Corto fantastische verhalen. Corto studeerde aan de La Valleta Joodse school en bij rabbi Ezra Toledano. Hij studeerde de Tora en leerde op die manier veel van de ‘geheime verhalen’.

cm 3Het echte Corto Maltesiaanse leven begon toen Maltese zich aan boord begaf van The Golden Vanity, een driemaster, die hem de liefde voor het varen, zeilen en de zee bijbracht.

cm 5Corto maakte op zijn reizen kennis met Rasputin, Jack London en vele anderen. Leerde de tango in Buenas Aires; de voodoo-rituelen in Brazilië en deed eilanden aan in de Indische Oceaan en het Caraïbisch gebied; trotseerde apen en monniken, reisde per trein door Mongolië; leerde de stilte van de woestijn kennen; zocht naar juwelen en schatten en probeerde onmogelijke dromen na te leven.

Of zoals hij zelf zei: ‘Ik ben geen held. Ik houd van reizen en niet van regels. Er is maar 1 (regel) die ik respecteer: ik verraad nooit een vriend. Ik zocht veel schatten maar vond er nooit één. Maar ik blijf verder zoeken, daar kun je op rekenen.’

Rawie: Carmen LXX

Carmen LXX

Géen, dat verzekert mijn lief mij voortdurend, géen gaat er / haar boven mij, ook al werd ze door Zeus zelf begeerd. / Zegt ze: maar wat een vrouw tot haar minnaar beweert / schrijft men het best in de wind en het vluchtige water.

Een gedicht van Catullus (84-54 v. Chr) vertaalt door J.P. Rawie

catullusfoto: Alarmy Stock Italia; bron foto: the-tls.co.uk

Italo Svevo over de literaire roem (die laat kwam)

joyce en svevo, theirishtimesJames Joyce en Italo Svevo (rechts) kenden vanaf 1907 een hechte vriendschap. bron foto: irishtimes.com

De Italiaanse schrijver Italo Svevo (1861-1928, Triëst) heeft lang op zijn literaire doorbraak moeten wachten. Nadat hij al een aantal romans en verhalen had gemaakt en (een deel ervan) gepubliceerd, wachtte er stilte. Om in zijn levensonderhoud te voorzien stortte hij zich in het zakenleven.

In 1907 leerde hij James Joyce kennen. Ondertussen maakte hij kennis met het werk van Sigmund Freud. Hij kwam onder de indruk van Freud’s psychoanalyse. Dat alles leidde tot zijn meest bekende boek: Bekentenissen van Zeno. Die roman zou hem de lang uitgestelde roem brengen.

Over die frusterende situatie waarin de schrijver schrijft maar geen weerklank vindt (bij uitgever en publiek), gaat zijn korte verhaal (novelle) Een geslaagde grap. Daarin de volgende passage over literaire roem:

Bovendien droeg die vervloekte litertuur er haar steentje toe bij om Gaia’s ziel, die er toch volledig van bevrijd leek, te vertroebelen. Je koestert niet straffeloos, al is het maar heel kort, een droom van roem zonder er daarna eeuwig spijt van te hebben en degene die hem blijft koesteren te benijden, ook al zal hij die roem nooit ofte nimmer verwerven. Bij Mario sijpelde die droom uit elke porie van zijn huid, die zo gauw bloosde. De plaats die hem in de Republiek der Letteren niet werd gegund, eiste hij op en bezette hij, bijna tersluiks maar daarom niet met minder recht of met enige beperking. Hij zei wel aan ieder die het horen wilde dat hij al jaren niets meer schreef (waarbij hij gemakshalve de verhaaltjes over vogeltjes vergat), maar niemand geloofde hem, en dat was voldoende om hem met algemene instemming een hoger leven toe te schrijven, hoger dan alles wat hem omgaf.

Uit: Een geslaagde grap, Hema Amsterdam, 1989; vertaling Frans Denissen en Monique Wyers