Rien Vroegindeweij: boek

vroegindeweij, rien; indebuurt.nl

bron foto: indebuurt.nl

Boek

Toen ik nog geen boeken had, / hadden wij één boek. / Het boek der boeken heette dat, / het was geen pocketboek.

Het was een heel dik boek, / dat in een zwarte omslag / als een baksteen op de hoek / van de schoorsteenmantel lag.

Het bindwerk was versleten, / de rug van leesgenot gekromd, / de bladen vet van ’t vette eten.

Het lag daar als een dam, / hoe hoog de kachel ook stond, / het vatte nooit eens vlam.

Uit: Statig landschap achter glas, Bert Bakker Amsterdam, 1982

Rien Vroegindeweij (1944, Middelharnis)

Albertina Soepboer: de aankondiging

soepboer, albertina; nrc.nl

bron foto: nrc.nl

De aankondiging

Nog maar in de late namiddag / van de zomer. Jouw braamhanden / rood op mijn rug. De dag lijkt / breder dan het is. De bomen / waaien donkerdergroen voorbij.

Je zegt dat het augustus is.

Maar in je ogen lees ik glashelder / het oker en het koper. De aarde is al / zwanger van de geur van stormregen. / Het jaagt door diepbruine bossen. / Smaller sluiten dagen om ons heen.

Ik voel dat het bijna oktober is.

Uit: De hengstenvrouw, Prometheus Amsterdam, 1997

Albertina Soepboer (1969, Holwerd)

W.S. Merwin: goede mensen

Young-WSMerwin, newyorker.combron foto: newyorker.com

Goede mensen

Van de goedheid van mijn ouders / heb ik denk ik dat idee / van het lijden overgehouden

het geloof dat als het maar / onder de aandacht zou komen / van wie dan ook met normale / gevoelens zeker een geletterd / iemand misschien met universitaire

opleiding dat zulke mensen / pijn zouden begrijpen als die / hun onder de ogen kwam en / er dan iets aan zouden doen / in de tijd van pijn van het heden / zouden ze bijvoorbeeld het / bloeden eigenhandig stelpen

maar het ontsnapt aan hun aandacht / of er zijn misschien andere redenen voor / de slachtoffers onder de dekens / de vleeswarenuitstalling de verminkte kinderen / de dieren de dieren / die van het eind van de wereld staren

Uit: poetryfoundation.org/archive; vertaling Daan Bronkhorst

W.S. Merwin (1927-2019, New York, USA)

Publiceerde 15 dichtbundels en veel vertalingen waaronder Dante. Kreeg jong erkenning en zette zich in voor jonge dichters.

Patrizia Cavalli: maar eerst moet je je bevrijden

cavalli, patrizia; headtopics.com

bron foto: headtopics.com

Maar eerst moet je je bevrijden

Maar eerst moet je je bevrijden / van die precieze hebzucht die ons voortbrengt, / die mij hier laat zitten / in de hoek van een café / met priesterlijke passie wachtend / op dat precieze moment dat / het kleine azuren vuur van de ogen / tegenover me, van ogen geacclimatiseerd / aan gevaren, de berekende baan, / eisen dat mijn gezicht / zal blozen. En een blos krijgen ze.

Uit: The vintage book of contemporary world poetry, McClatchy; vertaling Daan Bronkhorst

Patrizia Cavalli (1947, Todi Italië)

Hilde Domin: voorbijtrekkend landschap

hilde-domin; vpro.nlbron foto: vpro.nl

Voorbijtrekkend landschap

Men moet kunnen weggaan / en toch zijn als een boom: / alsof de wortel in de grond bleef, / alsof het landschap voorbijtrok en wij vast stonden. / Men moet de adem inhouden / tot de wind afneemt / en de vreemde lucht om ons heen begint te draaien, / tot het spel van licht en schaduw, / van groen en blauw, / de oude patronen toont / en wij thuis zijn, / waar het ook zij, / en kunnen gaan zitten en leunen, / alsof het tegen het graf / van onze moeder was.

Uit: Een roos als enig houvast, Pablo Nerudafonds, Brugge, 1994; vertaling Christiaan Germonpré

Hilde Domin (1909-2006, Keulen, Dld)

Anneke Brassinga: zwanenzang voor Lucebert

Brassinga.A_SergeLigtenberg; groene.nlfoto: Serge Ligtenberg; bron foto: groene.nl

Zwanenzang voor Lucebert

Ons geverderd vriendje kan niet meer fietsen / wij voeren een leeg rijwiel mee aan de hand – / van ons kanarie zijn de pootjes afgeknipt / door een vroegoud kind met tuinschaar dat hem / op de roltrap naar den hoge heeft gepleurd / vanuit de broeihoop, bijenkast, vliegengodkast.

Onder het negenenzestigen is hij verrast. / Laat ons hopen dat hij zich volledig heeft gebeft / aan het wijdbeense zwerk en de eenvouds verlichte / klatering hem nu omsluit als veren een zwaan / in het buitendijks onvertogene. Van tedere woede / zijn wij beroofd.

Uit: Huisraad, Bezige Bij Amsterdam, 1998

Anneke Brassinga (1948, Schaarsbergen)

Van Toorn: Auto

willen van toorn, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Auto

De auto scheidt wegen af / uit zijn achtereind, talloze meters / landschap verteerd tot verleden, / verbruikt asfalt, uitlaatgas.

Meedogenloos, achter glas, / zien wij de kijkende levens / van boeren met zondags gesteven / gebaren, van koeien, van gras-

groene graasdorpen één / tel lang bestaan en dan bijt de / snelheid hen tot op het been / kaal en zij glijden als lijken / bleek van het netvlies. Luid / braakt de uitlaat hen uit.

Uit: Herhaalde wandeling, Querido Amsterdam, 1977

Willem van Toorn (1935, Amsterdam)

Voeten: the facts of life

gezin Voeten, Bert, kunstveiling.nl

Het gezin Voeten; bron foto: kunstveiling.nl

The facts of life

Ik was negen toen Jan Talboom mij / in de tuin van zijn ouderlijk huis / de paringsdaad demonstreerde

hij tekende met een houtje / een smal ovaal in het zand / en priemde het houtje vervolgens / vele malen tussen de lijnen / mij verzekerend dat het alleen / een kwestie was van bewegen

Jan Talboom was tien jaar oud / hij had een natuurlijke aanleg / voor aanschouwelijk onderwijzen.

Uit: Gedichten 1938-1992, Bezige Bij Amsterdam, 2001

Bert Voeten (1918-1992, Breda)

Maurits Mok: julinacht

mok, maurits, nl.wikipedia.orgMaurits (Mozes) Kok; bron foto: nl.wikipedia.org

Julinacht

Julinacht die in de bomen woelde. / Stoeten paarden renden door de bladeren. / Verticale kracht stond om ons heen. / Wij zeiden, het is zomer en ik wist, / dit komt niet weer, dit gaat / met ons verloren. Ook de bomen / zouden hun vergaarde eeuwen afstaan, / tot in hun wortels wankelen en terwijl / zij nog grijpgebaren in de ruimte maakten / prijsgegeven worden aan de dood.

Uit: Laat getijde, BZZTÔH Den Haag, 1985

Maurits Mok (1907-1989, Haarlem)

Bernlef: ziekenzaal

2doc.nl; bernlef. jbron foto: 2doc.nl

Ziekenzaal

Het wordt nacht. Hij was piloot. / Uit een trechter druppelen woorden. / Schietstoel. Parachute. De naam van een vrouw.

De jongen in het bed ernaast richt zich op en luistert / beantwoordt het ijlen: ‘Ze is er, / blijf bij je, laat je niet gaan.’

De jongen denkt aan zijn vriendin. Hoe zij / temidden van snippers en kadopapier / in snikken uitbarstte: ‘Nu ben ik 21.’

Het hijgen. Iedereen wil leven, tegen / de klippen op waar de piloot zich traag / te pletter vliegt onder het laken.

Uit: Tirade nr.399, Amsterdam, 1992

J.Bernlef (1937-2012, Sint Pancras)