Neruda: Liefdessonnet 20

Liefde maakt blind? Als je ook de mindere kanten kunt zien, is dit een toepasselijk gedicht:

Mijn lelijkerd, kastanje ongekamd, mijn schoonheid, jij bent prachtig als de wind, mijn lelijkerd, jouw mond telt voor twee monden, mijn schoonheid, met je kussen fris als vruchten.

Mijn lelijkerd, met je verborgen borsten die minuscuul zijn als twee bekers graan. Ik zag je graag met op de borst twee manen als torens van jouw soevereiniteit.

Mijn lelijkerd, geen zee levert jouw nagels, mijn schoonheid, bloem voor bloem en ster voor ster en golf voor golf, lief, telde ik jouw lichaam:

Mijn lelijkerd, want om jouw gouden taille, mijn schoonheid, om een rimpel in je voorhoofd, mijn lief, om licht, om donker houd ik van je.

Advertenties

Filosofische grondslagen 2

js mill

John Stuart Mill

Overal waar niet iemands eigen karakter, maar de tradities en de gewoonten van anderen het gedrag bepalen, ontbreekt een van de voornaamste bestanddelen van het menselijk geluk, dat stellig het hoofdbestanddeel is van de persoonlijke en maatschappelijke vooruitgang.

Uit: Over vrijheid, John Stuart Mill, 1859

De heer Mellenberg en Marken

Ik ben een liefhebber van de verhalen van J.M.A.(Maarten) Biesheuvel. Maarten kijkt met een scherp oog naar zijn omgeving en beschrijft vervolgens prachtig en met humor wat hem dan opvalt.

Maarten is ook patiënt want manisch depressief. Met enige regelmaat verblijft hij in een instelling. Ook daar geeft hij ogen en oren goed de kost. Zoals in het verhaal: De heer Mellenberg. Met Piet Mellenberg maakt Maarten op de volgende manier kennis:

“Mag ik me even voorstellen?” vroeg ik bedeesd, “ik ben God, Jezus en de Messias.” “En ik ben Piet Mellenberg”, antwoordde hij, “ik hoop dat je gauw beter wordt, want er is nooit een Messias geweest en er zal er nooit een zijn.” “Ja, maar”, probeerde ik tegen te werpen. “Alle metafysica behoort tot het terrein van de waanzin”, zei hij, “het enige dat wij kennen is de echte werkelijkheid, hoe absurd zij ook moge zijn.”

Niet gek dat Maarten meteen onder de indruk kwam van de heer Mellenberg. Die had ze op de rij, dat was duidelijk.

De heer Mellenberg is een theoreticus, dat wil zeggen hij heeft fantastische theorieën. Bijvoorbeeld dat de graankorrel de molen laat draaien, waardoor deze weer wind kan produceren.

Enfin, Maarten vertoeft graag in het bijzijn van de heer Mellenberg. Ook als ze met de afdeling een uitstapje maken naar Marken.

sijtje boes, marken

Sijtje Boes (rechts) heeft een souvenir-winkel op het eiland Marken.

Van het gesprek tussen Sijtje Boes, die toevallig op haar stoepje zat en Mellenberg kan ik me haast niets herinneren. Het enige dat ik nog weet is dat ze op een gegeven moment tegen Mellenberg uitriep: “Volgens mij bent u een heiden meneer! Hebt u nooit gehoord van het dubbele karakter van onze Heiland? Iedere snotneus kan u vertellen dat Hij God en mens tegelijk was en gij waagt het te betwijfelen. Voor mij bent u gewoon gek!”

Kortom, wie zulke reacties weet uit te lokken, moet wel bijzonder zijn. Maarten bekent dan ook later in het verhaal:

“Mellenberg”, zei ik, “ik zou zo graag willen zijn zoals jij. De Messias ben ik niet meer, maar dan wil ik toch op zijn minst een slim en kundig mens zijn…”

Burton

Tim Burton maakt films die zowel bij de cult-liefhebber als bij het grote publiek in de smaak vallen. Zijn films verwijzen naar horrorfilms uit vroeger tijden en naar cartoons. Dat laatste heeft vast iets te maken met zijn werk voor Disney.

Want bij Disney begon Burton’s loopbaan. Zijn eerste onafhankelijk gemaakte speelfilm-succes was een horrocomedy met special effects: Beetlejuice. Die film toonde aan dat Burton met beperkte middelen een buitenissige bloederige slapstick met horror-elementen kon maken. En dat trok de aandacht van Hollywood.

Burton mocht aan de slag met Batman en later met Batman Returns. Geen luchtige films maar sinistere verhalen in een gothisch decor (Gotham City, nietwaar!) over persoonlijke waak en morele corruptie. Batman is vertegenwoordiger van de normale maatschappij en zijn tegenstanders zijn de randfiguren. Of zoals Pinguïn in de superheld-film zegt: “Je bent jaloers omdat ik een echte freak ben en jij een kostuum moet aantrekken”.

Films met een persoonlijk tintje heeft Burton inmiddels ook gemaakt. Edward Scissorhands en Big Fish bijvoorbeeld. In veel van zijn films speelt Johnny Depp de hoofdrol, het alter-ego of de muse van Burton.

In Edward Scissorhands helpt een lief meisje een eenzaam wezen (uitgerust met lange scharen in plaats van vingers) te ontsnappen uit een door en door kunstmatige wereld (de Amerikaanse voorstad).

Big Fish is het verhaal van een zoon en een vader. De zoon weet nooit of zijn vader de waarheid vertelt of het over zijn fantasie heeft. Dat levert een prachtige film op met een reeks bijzondere beelden en waanzinnige figuren.

Ondanks zijn succes is Burton toch vooral een buitenstaander. Zijn films zijn onconventioneel en eigenzinnig van toon, worden bevolkt door onaangepaste figuren die balanceren tussen de wereld van de volwassenen en die van de kindertijd. Burton’s kindertijd was vooral zaterdagmiddag naar horrorfilms kijken.

Van Gogh’s inspiratie: Adolphe Monticelli

monticelli_beforethestorm

Monticelli, werd geboren in Marseille en was van eenvoudige komaf. Hij volgde eerst de École Municipale de Dessin in Marseille (tot 1846), en vervolgde zijn opleiding in Paris, aan de École des Beaux-Arts.

In Paris kopiëerde hij de oude meesters uit het Louvre. Hij bewonderde het werk van Eugène Delacroix. In 1855 ontmoette hij Narcisse Diaz, lid van de Barbizon school. De twee trokken veel samen op en gingen naar het bos van Fontainebleau om te schilderen. Monticelli nam van Diaz zijn gewoonte over om naakten en elegant geklede figuren in zijn landschappen op te nemen.

Monticelli_-_Aldeia_Fantástica

Hij ontwikkelde een persoonlijke Romantische stijl met rijke kleuren en oppervlakten die zich onderscheiden door vlekkerigheid en geglazuurde texturen. Hij schilderde landschappen, stillevens, portretten en Oriëntaalse taferelen (in navolging van zijn grote voorbeeld Delacroix).

Na 1870, keerde Monticelli terug naar Marseille, daar leefde hij in relatieve armoede ondanks een hoge productie. Hij verkocht zijn werk maar tegen kleine sommen gelds. Van zichzelf zei hij dat hij een beetje wereldvreemd was.

Characters on a Deck with Faust and Mephisto; Personnages sur une Terrasse avec Fauste et Mephisto. Adolphe Monticelli (1824-1886). Oil on canvas. Painted circa 1875-1880. 50 x 101cm.

De jonge Paul Cézanne sloot met Monticelli vriendschap in de jaren rond 1860. Monticello’s invloed is terug te zien in het werk van Cézanne in die periode. Tussen 1878 en 1884 schilderden de twee veel samen en vooral landschappen. Hoewel Monticelli experimenteerde met de verworvenheden van de Impressionisten, haakte hij toch af in die stroming.

112561341_4000579_gl_gm_35_336_large

Nog altijd is het werk van Monticelli controversieel. Het hoogtepunt van zijn loopbaan en de grootste belangstelling voor zijn werk, waren in het decennium voor 1886. Van Gogh was een bewonderaar van Monticelli.

Alixandra Fazzina: aandacht voor moeders in primitieve omstandigheden

Alixandra Fazzina1

I took about 10 frames of Siamoy. People say this image looks religious, kind of iconic, like a Madonna and child, but I’ve never seen that. I think it’s something more simple: there is a beauty to Siamoy, a power and serenity showing something dignified about motherhood.

Geboren in London, 1974, is de Britse fotografe Alixandra Fazzina, iemand die de verre grenzen opzoekt om met haar foto’s een verhaal te vertellen. Dat leverde prachtige foto’s op maar ook persoonlijk leed. Tijdens haar verblijf in Afghanistan kwam ze in een vuurgevecht met de Taliban terecht. En ze was gijzelaar van Charles Taylor’s milities in Liberia.

De foto die haar beroemd maakte, werd in de provincie Badakhshan, Afghanistan genomen. De vrouw die ze fotografeerde heet Siamoy. Deze provincie heeft het hoogste sterftecijfer van borelingen in de wereld. Van alle 100.000 kinderen die hier geboren worden, sterven er 6500. De vrouwen (meisjes) trouwen er jong. het is er zo afgelegen dat de dichtstbijzijnde artsenpost, 2 tot 3 dagen rijden op de ezel duurt. In 2008 ging Fazzina er naar toe om in opdracht van Oxfam foto’s te maken. Dat leverde dit iconische beeld op.

Fazzina is een fotografe die met weinig licht en gevoel voor scene, prachtige humanistische plaatjes schiet. Het zijn foto’s die een verhaal laten zien, soms invulbaar en invoelbaar, maar niet altijd, zoals dit andere werk laat zien.

Alixandra Fazzina4

BOSASSO, SOMALIA- JANUARY 2007 Watching over a group of refugees at one of his network's safe houses hidden deep in Bossaso town’s back streets, thirty-four year old “big fish” smuggler Omar lights a cigarette.Working at sea since he was a teenager, Omar spent years helping local fishermen to hunt down sharks for their fins but illegal commercial fishing put an end to the business. He involved himself instead in the arms trade, ferrying weapons to and from Yemen. War in Somalia provided him with new financial rewards however when Bossaso became the country’s hub in human trafficking, as more and more people began to flee the brutal fighting while warlords tore the country apart.The financial rewards for him are the main draw. He now makes a minimum of $5000 per month ferrying migrants and refugees across the Gulf of Aden to Yemen; far in excess of the average income of just $100 a month in Somalia.Omar may be a big fish in Bossaso but he is just part of a bigger countrywide chain. His unnamed network has offices in Mogadishu, Belet Weyne and Galkayo in southern Somalia, and Burao on the Ethiopian border. “These tahrib pay $20 to one of our offices before making their own way here- a receipt then guides them to me when they get here and I charge $50 to get them to Yemen but then the boat owners and agents take commission, and of course we have to pay off the authorities”.Omar is just one of eight key smugglers working in Bossaso linked to an international network of agents and traffickers. He shrugs off the violence and death perpetrated at the hands of his men. When he looks at the forty migrants in his charge waiting to board boats to Yemen that night he calls them “blood money”.

FAZZINA_L10050122.tiff

Alice in Wonderland: een buitengewoon moeilijk spel

Niets leuker dan verhalen! Verhalen die ruimte laten voor eigen invulling. Die de fantasie prikkelen.

Ik kom op Lewis Carroll, de schrijver van Alice in Wonderland/Achter de spiegel en wat Alice daar aantrof. Dit boek biedt talloze aanknopingspunten, ideeën, suggesties en is een bron van inspiratie voor wie zelf creatief met woord (en beeld) wil zijn.

Een voorbeeld:

Nog nooit in haar leven, dacht Alice, had ze zo’n raar croquetveld gezien: het was één en al kuil en greppel; de ballen waren levende egels, de hamers levende flamingo’s en de soldaten moesten zich dubbelvouwen en op handen en voeten staan om de poortjes te vormen.

De grootste moeilijkheid, zoals Alice direct vaststelde, was het hanteren van haar flamingo. Het lukt haar om zijn lijf tamelijk handig weg te werken onder haar arm, met de poten omlaag, maar nauwelijks had ze zijn hals netjes uitgestrekt en stond ze op het punt de egel een klap te verkopen met de kop van de flamingo, of dáár draaide hij zich potverdikkie alweer om en keek haar zo verbouwereerd aan dat ze onwillekeurig in de lach schoot. En als ze zijn kop omlaag had  en weer wilde beginnen, bleek de egel zich tot haar grote ergernis uitgerold te hebben en bezig te zijn met wegkruipen. Afgezien van dit alles was er meestal een kuil of greppel precies op de plek waar ze de egel heen wilde slaan; en aangezien de dubbelgevouwen soldaten voortdurend opstonden om naar andere gedeelten van het terrein te wandelen, kwam Alice al gauw tot de conclusie dat het een buitengewoon moeilijk spel was.

(..)

“Ik vind dat ze helemaal niet eerlijk spelen”, begon Alice nogal klaaglijk, “en iedereen maakt zo’n verschrikkelijke ruzie dat je jezelf niet eens kan verstaan – en het lijkt wel of er helemaal geen regels zijn; en als die er wel zijn houdt niemand zich eraan – en u heeft geen idee hoe verwarrend het is dat alle dingen leven.”

Alice_par_John_Tenniel_30

De illustratie is van John Tenniel

T is Talking Heads

Talking Heads is Amerikaans, een beetje vreemd, New Wave en Punk. New Wave is overigens een bedachte term om aan te geven dat een muziekstroming geen Punk was maar wel wat kenmerken deelde (terug naar de basis, kort, minder opstandig).

New Wave bracht overigens veel teweeg in de vastgeroeste pop van de jaren 70. Niet alleen een nieuwe haarstijl en modische kleren, maar vooral directe, energieke songs die zich meestal kenmerkten door een zuivere productie.

Talking Heads vond haar oorsprong in de New Yorkse scene van die tijd, geconcentreerd rond de club CBGB. Talking Heads was een gevalletje apart: suffig, nerveus en aseksueel. Ze speelden in die beginjaren een mix van jaren ’60 art rock (denk: Velvet Underground) en blanke lo-fi funk. In de jaren die daarop volgden liet de band zich ook beïnvloeden door wereldmuziek (die van alle windstreken ook in New York kwam aanwaaien) en zelfs door Americana en country.

Talking Heads was energiek, emotie, en muzikaal minimalisme. In de 12 jaar dat de band bestond experimenteerde de Heads met: art-funk, polyritmische wereldbeats tot aan eenvoudige melodische gitaarpop. Een band die met haar muziek een stempel drukte op een decade. Die muziek was vooral experimenteel, intellectueel en slim. Op z’n best was Talking Heads het voorbeeld van wat we art-school punks noemen.

Du bist min, ich bin din

Een oudje dit keer en in het Duits (of moet ik zeggen Diets?) Diegene die het schreef is onbekend gebleven. Dat gebeurt door de tijd. De tijd die sporen wist.

Het gedicht is te vinden in een bundel over Duitse lyriek uit de vroege en late Middeleeuwen, samengesteld door Ingrid Kasten. Het verzamelwerk verscheen in 1995 bij: Deutscher Klassiker Verlag Frankfurt am Main. En hoewel het oud is en Duits, leest het makkelijk weg. Herkenning.

Du bist min

Du bist min, ich bin din,

des solt du gewis sîn.

du bist beslozzen

in mînem herzen,

verloren ist das sluzzelin –

du muost ouch immêr darinne sin.