Michail Larionov introduceerde Rayonisme

Michail Fjodorovitsj Larionov (1881 – 1964) Russische avant-garde-schilder. Hij beïnvloedde veel schilders in zijn land, waaronder Kazimir Malevich en Vladimir Tatlin.

Hij groeide op bij zijn grootmoeder in Tiraspol, waar hij leerde tekenen en schilderen en later veel zou terugkeren om in de tuin te schilderen.

Hij ging in 1898 naar de kunstacademie (de Hogeschool voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Architektuur), waar hij studeerde onder Isaak Levitan en Valentin Serov.

Larionov werd in het begin beïnvloed door het Franse impressionisme (vooral Monet) en de Russische schilders Mikhail Vrubel en Victor Borisov-Musatov. Tussen 1902 en 1906 schilderde hij in een impressionistische stijl. Met dit werk stak hij uit boven het ‘pseudo-impressionisme’ van andere Russische schilders. Al in deze periode maakte hij echter werken die wezen naar nieuwe richtingen in zijn kunst.

In de periode 1907-1912 schilderde Larionov in een primitivistische stijl, hierbij geïnspireerd door Russische iconen, volksprenten (lubok) en vooral geschilderde uithangborden van winkels. Larionov was de eerste Russische schilder die de artistieke waarde van het uithangbord ontdekte en stijlelementen hiervan in zijn kunst gebruikte, zij het met lichte ironie.

Larionov was betrokken bij twee belangrijke Russische kunstenaarsgroepen: ‘Ruiten Boer’ en ‘Ezelstaart‘. Larionov en enkele andere kunstenaars richtten in 1912 een radicalere groep op. Deze groep werd beïnvloed door het onder meer het Futurisme. In maart 1913 vond in Moskou de tentoonstelling ‘Target‘ plaats, het hoogtepunt van de ontwikkeling van de avant-gardebeweging rond Larionov. De schilder exposeerde hier onder meer enkele Venus-doeken en vier schilderijen rond het thema ‘de seizoenen‘, die ook zijn interesse in de directheid en kracht van kindertekeningen weerspiegelden.

In 1912 maakte hij het eerste kunstwerk dat hij beschouwde als een werk in een nieuwe, door hemzelf ontwikkelde stijl: het Rayonisme. De Rayonisten streefden naar een kunst die verder ging dan abstractie, een kunst buiten de ruimte en tijd. De naam ontleenden zij aan het gebruik van dynamische stralen (rays) van contrasterende kleuren, die lijnen van gereflecteerd licht voorstelden. De Rayonisten schilderden niet alleen, maar ontwierpen ook voor het theater en maakten boekillustraties.

Mikhail-Larionov-1

Mikhail-Larionov-3

Mikhail-Larionov-4

Mikhail-Larionov-6

Advertenties

Michael Haneke biedt ruimte voor de kijker

Filmregisseur Michael Haneke (1942, München) heeft inmiddels een omvangrijk en spraakmakend oeuvre op zijn conto. Films die er toe doen (hij won er inmiddels Gouden Palm en Oscar mee). Films met een verhaal, personages en een boodschap. Wat die boodschap is, laat Haneke graag aan de kijker zelf over.

Haneke werd allereerst gezien als een provocateur. Zijn film Funny Games (1997) was shockerend vanwege thema en de precieze manier van filmen. Een film over (alledaags) geweld waarin fysiek geweld nauwelijks voorkomt, maar psychisch des te meer.  Een nachtmerrie, door Haneke beheerst gefilmd waardoor de klap des te harder aankomt.

Haneke begon met de bouw van een indrukwekkende reeks films: La Pianiste (2001) over de masochistische obsessie van een pianolerares voor een leerling; Caché (2005) over de angst van een intellectueel voor de onthulling van een beschamende kinderdaad; Das Weisse Band (2009) over de gevolgen van een streng-christelijke opvoeding voor kinderen en Amour (2012) over een ouder echtpaar waarvan de vrouw een doodswens heeft nadat ze is getroffen door een beroerte.

Al deze films maken indruk door de thematiek, die nooit gemakkelijk is en vragen stelt bij essentiële levenskwesties, maar ook door de manier waarop ze in beeld gebracht worden. Beheerst, afstandelijk, geen positie kiezend, tonend, zonder muziek en zonder opsmuk. Als kijker wordt je zelden gemanipuleerd en als dan toch, dan wordt je ervan bewust. Haneke probeert juist ruimte te bieden aan toetsing van mijn waarden en normen aan dat wat hij mij voorschotelt.

Haneke studeerde psychologie, filosofie en theaterwetenschappen in Wenen. Naast films schreef hij inmiddels ook opera’s.

Maandag 29 augustus — Read Around the Globe

Elf jaar geleden trok de orkaan Katrina over Louisiana en Mississippi, een spoor van vernielingen en duizenden dodelijke slachtoffers achterlatend. Welke Amerikaanse schrijver schreef over de ramp een nonfictieroman met de titel Zeitoun?

via Maandag 29 augustus — Read Around the Globe

Gisteren overleed Pieter Steinz. Dit was zijn laatste post op zijn literaire blog. Gestorven in het harnas en zich omringend met wat hem lief was.

Pieter Steinz groeide op in Rotterdam en de Bommelerwaard, en verhuisde na zijn eindexamen aan het Stedelijk Gymnasium ‘s-Hertogenbosch (1981) naar Amsterdam, waar hij afstudeerde in geschiedenis en Engelse taal- en letterkunde. Van 1986 tot 1990 doceerde hij – als kandidaatsassistent en assistent-docent – klassieke geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Vanaf november 1989 werkte Steinz bij NRC Handelsblad, aanvankelijk als redacteur bij de Donderdag Agenda en het Cultureel Supplement, daarna als filmredacteur, literatuurredacteur en chef van de bijlage Boeken (2006-2012). Hij schreef interviews, beschouwingen en recensies over met name Amerikaanse en Nederlandse literatuur.

In februari 2012 verliet Steinz de journalistiek en werd hij directeur van het Nederlands Letterenfonds, dat zich bezighoudt met het stimuleren van Nederlandse literatuur in binnen- en buitenland, alsmede vertalingen uit vreemde talen. Anderhalf jaar later werd hij gediagnosticeerd met de progressieve zenuwziekte ALS en moest hij de meeste van zijn taken opgeven. Over zijn ziekte schreef Steinz een wekelijkse, later tweewekelijkse column in NRC Handelsblad, ‘Lezen met ALS’.

In maart 2014 werd Steinz onderscheiden met de Gouden Ereveer ‘omdat hij literatuur, Nederlandse én buitenlandse, op een onnavolgbare manier in een nieuw soort literatuurgeschiedenis geplaatst heeft. Dat doet hij speels en lichtvoetig. Zijn literatuurgeschiedenis is er een van contexten, van verbanden, van netwerken. Geen afzonderlijke sterren interesseren hem, maar de sterrenhemel. En die weet hij op een fascinerende manier te duiden.’

Reprise F.Bordewijk: Karakter

karakter

Foto uit de film Karakter met onder andere Jan Decleir

Vader en zoon. Daartussen zit liefde, onvoorwaardelijke? Van het kind voor de ouder, van de ouder voor het kind? Ik citeer F. Bordewijk in zijn meesterlijke roman Karakter:

Zo hoorde hij de lichte, nerveuze en toch stellige stap, die hij kende, gelijk het roofdier in de verte het eigen welp herkent. Zijn ene oog ging open, toen het andere, de zoon stond achter het blad. Hij stond rustig, en op rustige toon vroeg hij:

‘Vader, ik kom een lening bij u sluiten.’

‘Waarvoor, Jacob Willem?’

‘Ik kan mijn staatsexamen niet halen zonder privaatlessen.’

(..)

Dreverhaven had al lang zijn ogen gesloten, maar Katadreuffe kende nu de oude, hij begreep dat hij nadacht, het was hem soms of hij hem altijd had gekend, niettegenstaande zij elkaar elders als vreemden voorbijgingen.

Dreverhaven dacht niet na, maar hij dacht. Het was brutaal van de jongen, het was vooral rassig. Hij zocht de leeuw in zijn hol. Hij had altijd van die tengere zeldzame jongeman, die in zijn trekken alleen de moeder was, gedacht: het is mijn kind. Hij had die jongen zijn eigen vlees voelen worden toen hij bij Stroomkoning in functie trad, hij had dadelijk gevoeld: die jongen gaat de weg van zijn vader, hij zoekt de praktijk van het recht, maar hij wil ook hogerop dan ik. En thans, nu de kerel opnieuw de stap deed die hij kende in zijn navolgen, bij voorbaat, – nu hij geld kwam lenen, voelt hij zich met hem verbonden in het heimelijkst en kostbaarst dat hij bezat: het bloed. Maar het bloed stelt ook veel raadselachtige problemen, er kwam onwil in hem op, hij zei ironisch:

‘Zo, mijnheer schijnt op andere gedachten gekomen. Wil hij nu lenen van de woekeraar?’

‘Ja,’ zei Katadreuffe.

Hij dacht even na en vervolgde:

‘Ja, ik wil u trotseren. Als u mij daartoe in de gelegenheid stelt dan wil ik het tegen u opnemen.’

Dreverhaven sloot zijn ogen opnieuw. Dat was ras, die jongen toonde karakter.

Uit: Karakter, F. Bordewijk, Bulkboek, Amsterdam, 1938

Gabriël Smit: diapsalmata ad se ipsum V

Gabriël Smit (1966)

Uitreiking Brand Van Gent prijs 1966 voor Gabriel Smit, hier samen met zijn vrouw.

Het is niet te zeggen. Het kleine kind, / dat ik vanmorgen zag, kon het ook / niet en het was er toch veel dichter / bij dan ik ooit zal zijn en komen. / Het danste onder de groene bomen, / open in de wijd open wind, / open in een verzaligd stromen. / Maar plotseling bleef het huilend / staan. Het kon niet, het kan nooit, / want vóór het kan dansen als de bomen / moet het kleine kind bij zijn moeder komen / en bij alles waarmee de dood begint.

Uit: Ternauwernood, Gabriël Smit, 1951, Het Spectrum, Utrecht

Het oog op het verkeerde been: James Hopkins en Bela Borsodi

James Hopkins, uit London, en Bela Borsodi (New York is zijn thuisbasis) spelen graag met ons oog. Ze proberen met hun foto’s, collages ons oog op het verkeerde been te zetten. Ze spelen met ons perspectief; onze kijk op de dingen.

Bij James Hopkins zijn het de alledaagse dingen, nauwkeurig gerangschikt zodat iets nieuws ontstaat. In het geval van zijn serie Trompe l’oeil rangschikt hij de dingen in de vorm van een doodshoofd. Daarmee de vergankelijkheid van de dingen weergevend?

Bela Borsodi gaat uit van wat hij aangereikt krijgt in de mode. Want dat is zijn ding: mode fotografisch onder de aandacht brengen. Ook hij speelt met ons perspectief en zet onze kijk, in dit geval onze verwachtingen als het om mode, mode-accessoires gaat, op het verkeerde been.

Luis de Góngora y Argote: aan een roos

gongora y argote

Luis de Góngora y Argote (1561 – 1627) Spaans dichter en toneelschrijver uit de tijd van de Barok.

Góngora was de zoon van een rechter en vooraanstaand humanist. Zelf studeerde hij ook rechten. In 1606 liet hij zich tot priester wijden. Filips III van Spanje benoemde hem tot ‘erekapelaan’ aan het hof. Verwoed kaartspelen bracht hem regelmatig in de problemen. Pas aan het einde van zijn leven verscheen zijn werk in druk.

Góngora wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de (Spaanse) barokke dichtkunst.

Aan een roos

Gisteren geboren, morgen niet meer hier. / Wie heeft je het leven voor zo kort gegeven? / Waarom voor schamele tijd zo stralend leven / en om als niets te eindigen zo fier?

Je schoonheid is uitsluitend goede sier / en duurt zoals je weldra ziet maar even, / want in je schoonheid zit de kans verweven / dat er een vroeg eind komt aan het aards vertier.

Wanneer een straffe hand je breken kan, / zoals bij akkerbouw is toegestaan, / dan wordt je lot door een ademstoot geveld.

Ontluik niet, want er wacht je een tiran; / stel uit het opengaan voor dit bestaan, / bij leven zijn je dagen al geteld.

Uit: De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald en samengesteld door Barber van de Pol en Maarten Steenmeijer, Atnenaeum, Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

Componist Alkan: een beetje vreemd

Charles Valentin Morhange, gewoonlijk Alkan genoemd, werd in het Parijse ‘Quartier du marais’ geboren op 30 november 1813. Als zesjarige werd Alkan toegelaten tot het Conservatorium in de pianoklas van Zimmermann. Op elfjarige leeftijd kreeg hij er de eerste prijs piano. Een heus wonderkind.
De jonge Alkan oogstte succes op concerten in het Conservatorium, in de ‘salons’, en in Londen. Al in 1828 werden zijn eerste composities uitgegeven. De aanwezigheid van tal van (piano)virtuozen in Parijs zette hem er toe aan zich op het onderwijs en de compositie toe te spitsen. Net als Chopin vreesde hij het publiek. Hij was mensenschuw en deze karaktertrek nam alleen maar toe bij deze vrijgezel. De geboorte van een onwettige zoon (Eraïm Miriam, Delaborde geheten) en zijn mislukte poging om Zimmermann op te volgen aan het Conservatorium, legden een zware last op hem.

Alkan bleef tot 1873 als componist werkzaam. In omvang kan zijn oeuvre vergeleken worden met dat van Chopin: 76 opusnummers, een twintigtal afzonderlijke werken, transcripties, een trio, een sonate voor cello en piano, een ‘Grand Duo’ voor viool en piano en een aantal vocale werken, waaronder de merkwaardige ‘Treurmars voor de dood van een papegaai’. Alkan was sterk geboeid door de piano met pedaal, waarvoor hij belangrijke en originele werken schrijft zoals ‘Bombardon Carillon’.

Alkan was een zonderling, zowel in zijn oeuvre als in zijn levenswandel. Hij nam steeds precies om tien uur afscheid van zijn vrienden en woonde in een flat van twee verdiepingen om niet gestoord te worden door buren, en om ongewenste bezoekers te kunnen ontlopen.

Ondanks dat Alkan steeds meer leefde in zelfgekozen afzondering, trad hij opnieuw op tussen 1873 en 1880 in een jaarlijkse cyclus ‘Six petits concerts‘ in de Salle Erard. In werkelijkheid waren het concerten waarop J.S.Bach, Scarlatti, Händel en Rameau evenals Beethoven, Mendelssohn, Chopin, Schumann werden vertolkt. Als intermezzo speelde Alkan eigen werken.

Alkan, die in de vergetelheid raakte, is op een eenzame en raadselachtige manier om het leven gekomen. Men heeft beweerd dat hij verpletterd werd onder zijn bibliotheek terwijl hij de Talmud aan het zoeken was. In feite had hij al een zwakke gezondheid en zou men hem gevonden hebben “in de keuken, het gezicht tegen de grond, met een zware paraplubak boven op hem”. Regelmatig onderhevig aan duizeligheid zal hij geprobeerd hebben zich aan dit zware meubel vast te klampen. Hij stierf op 30 maart 1888 en werd op 1 april begraven in aanwezigheid van een viertal vrienden.

Bron: componisten.net

J.M. Coetzee: in ongenade vallen

De schrijver schrijft, de lezer leest. De schrijver bepaalt. Bijvoorbeeld: het thema, het verhaal dat hij vertellen wil. Het wereldbeeld dat hij/zij onder de aandacht wil brengen. De schrijver maakt keuzes, net als de lezer. Ik koos: In Ongenade van de Zuid-Afrikaan J.M. Coetzee (1940).

coetzee

Schrijver J.M. Coetzee

Geen vrolijk boek, heftig zelfs. De term realistisch kwam al snel in me op. Maar het is een keuze uit die realiteit. Een boek als een krantenbericht: Overvallers mishandelen bewoners boerderij, zoiets. Dit boek laat zien wat achter zo’n bericht schuil kan gaan. Hoe mensen verkeerde keuzes maken; hun leven vergooien; het van kwaad tot erger komt. En als lezer is er geen ontsnappen mogelijk. Je gaat mee in dat verhaal omdat het plausibel lijkt. Of je legt het boek weg. Keuzes.

Kort: de hoofdpersoon is een docent aan de Universiteit. Gescheiden met kinderen. Een man die makkelijk omgaat met vrouwen en daar nadrukkelijk op jaagt. Totdat hij een studente treft die hem aanklaagt vanwege ongewenst intiem gedrag. Hij wil niet door het stof. Verlaat de universiteit en trekt bij zijn dochter Lucy in. Zij wil wel weten hoe het zit.

Als kind was Lucy stil en bedeesd, had ze hem geobserveerd, maar nooit beoordeeld zover hij wist. Nu, midden twintig, is ze begonnen zich los te maken. De honden, het tuinieren, de astrologieboeken, de seksloze kleren: in dat alles herkent hij weloverwogen, doelbewuste uitingen van onafhankelijkheid. Ook haar stap weg van mannen. Ze bouwt haar eigen leven op. Komt uit zijn schaduw. Goed! Daar staat hij achter!

‘Vind je dat ik dat heb gedaan?’, zegt hij. ‘Wegvluchten van de plek van de misdaad?’

‘Nou, je hebt je teruggetrokken. Uit praktische overwegingen, wat is het verschil?’

‘Daar gaat het niet om, liefje. De verdediging die jij me wilt laten voeren, is een verdediging die niet meer gevoerd kan worden, basta. Niet in onze tijd. Als ik het probeerde, zou ik niet gehoord worden.’

‘Dat is niet waar. Zelfs als je bent wie je zegt, een morele dinosaurus, blijft er de nieuwsgierigheid om de dinosaurus te horen spreken. Ik ben in elk geval nieuwsgierig. Wat is je verdediging? Laat ons die horen.’

Hij aarzelt. Wil ze werkelijk dat hij met nog meer intimiteiten over de brug komt?

‘Mijn verdediging berust op de rechten van begeerte,’ zegt hij. ‘Op de god die zelfs kleine vogels aan het trillen maakt.’

Uit: In ongenade, J.M. Coetzee, vertaald door Joop van Helmond en Frans van der Wiel, Ambo, Amsterdam, 1999

De laatste Brás Cubas: niet erg genoeg om je over op te winden

Het modernisme (stilistische experimenten, twijfel aan traditionele waarden en het geloof in de verheffende functie van de literatuur) is zowel in de fictie als in de dichtkunst een scherpe scheidslijn. Daarvoor en daarna zou het nooit meer hetzelfde zijn.

Machado-de-Assis

De Posthume herinneringen van Brás Cubas van Machado de Assis is voor de tijd waarin het boek is geschreven (laatste deel 19-de eeuw) een boek met veel modernistische trekken. Om te beginnen: een roman met 160 hoofdstukken; een hoofdpersoon die niet veel moeite doet om zijn slechte kanten te verbergen; een vrouwelijke hoofdpersoon die actief op zoek gaat naar het avontuurtje; hoofdstukken waarin niets wordt gezegd of verteld; een schrijver die verwijst naar andere hoofdstukken om niet in herhaling te vallen; een hoofdpersoon die minder bezig is met zijn maatschappelijke loopbaan maar meer met zijn geluk. Een boek ook met een uitzonderlijke strekking. Vertaler August Willemsen geef ik het laatste woord. Willemsen was een begenadigd vertaler van Portugese en Braziliaanse meesterwerken. Ook iemand die precies werkte en daar verantwoording over af legde. Kortom, een kenner en connaisseur.

De rede ontoereikend, het geloof waanzinnig, het lijden zinloos, het kwaad ongestraft, de natuur egoïstisch, de mensen óf slecht óf slachtoffer maar in beide middelmatig – ik kan niet zien wat hierin picaresk of amusant is, behalve dat het door en door amoreel is en onchristelijk. Het sombere, en, in strijd met de stijl, het pathetische van het boek is niet dat het boek geen hoop biedt, geen uitzicht op enige soort van verlossing, of dat het kwaad in de mens zelf zit (dat is allemaal allang bedacht), maar dat dit alles niet erg genoeg is om ons over op te winden.

Willen we Machado’s levenshouding benoemen, dan zou die misschien het best stoïcijns kunnen heten: stoïcisme is de berusting van de pessimist. En zo de keuvelende stijl van deze Griekse mulat velen heeft verleid tot verkeerd lezen, dan moeten we erkennen dat dit één onschatbaar goed heeft opgeleverd: hij mag verketterd zijn door positivisten, katholieken en marxisten, geen enkele censor heeft hem ooit goed genoeg gelezen om hem te kunnen censureren.

Uit: nawoord door August Willemsen bij Posthume herinneringen van Brás Cubas, Machado de Assis, L.J. Veen, Amsterdam, 2009