Marchand & Meffre fotograferen filmpaleizen van weleer

marchand &meffre; bioscoop2marchand &meffre; bioscoop4marchand &meffre; bioscoop6marchand &meffre; bioscoop8

Typisch 20-ste eeuws verschijnsel? De enorme filmpaleizen die in de USA uit de grond werden gestampt om een nieuw verschijnsel ruimte te geven: de film. Ze boden onderdak aan filmliefhebbers en kijkers. In den beginne werd er zelfs (live)muziek gemaakt.  Het Franse fotografenduo Yves Marchand en Romain Meffre was nieuwsgierig naar de teloorgang van de vooroorlogse filmtheaters. Marchand en Meffre hadden al een naam als het gaat om het precies vastleggen van architecturale teloorgang. Eerder al maakten ze series over verwaarloosde binnenplaatsen in Boedapest en de industriële ruïnes van Detroit.

Het Franse duo gebruikt voor de foto’s grootbeeldcamera‘s. Dat maakt duidelijke en precieze beelden mogelijk. De vooroorlogse bioscoop heeft in veel gevallen, zo zien we, een andere functie gekregen. In andere gevallen helemaal geen functie meer. Dat vergankelijkheid ook schoonheid in zich bergt, lieten de Fransen al eerder zien. Met deze nieuwe serie Movie Theaters zien we hoe eens majestieuze en magnifieke architectuur snel vergaat en tot een verleden gaat behoren. Een jong verleden, zelfs.

marchand &meffre; bioscoopmarchand &meffre; bioscoop3marchand &meffre; bioscoop5marchand &meffre; bioscoop7

Het unieke oeuvre van Stanley Kubrick

Vernieuwend, invloedrijk en excentriek; kwalificaties voor de Amerikaanse filmmaker Stanley Kubrick (1928-1999). In zijn jeugdjaren blonk hij uit in wiskunde, schaakte graag en werd op 16-jarige leeftijd ontdekt als fotograaf. Na de fotografie lokte de film. Eerst documentaire en vervolgens de fictiefilm.

Kubrick maakte in 45 jaar tijd 12 zeer goed bekeken en gewaardeerde films. Zijn films kennen een pessimistisch beeld op de mens en zijn emotioneel afstandelijk. Kubrick laat de kijker zijn hoofdpersonen observeren in plaats van zich er mee te idenficeren. Technisch zijn de films perfect. langzame camerabewegingen en ongewone standpunten; veel aandacht voor decor en muziek en special effects.

In de meeste films van de Amerikaan volgen we een hoofdpersoon die moet kiezen tussen goed en kwaad. Meestal wordt het kwaad gekozen. Het gaat dus om de negatieve kant van de menselijke natuur. Niet vreemd dat veel van zijn films over oorlog gaan. Vaste thema’s in zijn films: wraak, hebzucht, lust, zinloosheid, krankzinnigheid en geweld. Kubrick zoekt de controverse. Zwarte humor, grof geweld, expliciete seks, racisme en drugsgebruik; allemaal gekozen om tot controverse te leiden. Hetgeen veel en vaak gebeurde. Niettemin werden zijn films door het publiek zeer gewaardeerd. Naar een nieuwe Kubrick werd verlangend uitgezien. Mijn introductie was A Clockwork Orange, een film over zinloos geweld op muziek van Beethoven. Een introductie om nooit meer te vergeten. Een film die zeker niet gemaakt is om te behagen. Dat was precies wat Kubrick was: uniek in zijn soort.

bron: wikipedia

Assembleer je schilderij: materie-kunst

Het zijn de jaren 50 van de vorige eeuw. Er is een wildgroei in kunststromingen op gang gekomen in zowel de abstracte als de figuratieve schilderkunst; nieuwe technische mogelijkheden zoals film, video en tv kondigen nieuwe mogelijkheden tot expressie aan. Kunstenaars kijken terug en vooruit en geven hun eigen draai aan bestaande stromingen. Een voorbeeld van dat laatste is de materie-schilderkunst. Belangrijkste vertegenwoordigers: Tàpies, Burri, Bogart en Wagemaker.

materiekunst; tapiesmateriekunst; tapies2

De Spanjaard Antonio Tàpies (1923-2012) ontdekte de Afrikaanse kunst, het gevonden voorwerp van Dada en het werk van Miró. Zijn assemblages moesten een protest zijn tegen de akademische schilderkunst. Hij maakte zijn werken met zand, zeildoek, stro en touw. Vond dat zijn schilderijen muren waren geworden. Wenste na deze constatering alleen nog maar via muren te communiceren. Zijn oeuvre is omvangrijk, bestaat voor een deel uit morteldoeken waarvan het verfoppervlak ouder lijkt dan Tàpies zelf. Zijn klaagmuren getuigen van het martelaarschap van het Spaanse volk dat leed onder het Franco-regime.

materiekunst; burrimateriekunst; burri2

De Italiaan Alberto Burri (1915-1995) was in de oorlog werkzaam als veldarts. Bij gebrek aan materiaal begon hij te schilderen met jute, lompen en pek. Vanaf 1946 wijdde hij zich geheel aan de kunst. Zijn schilderijen waren dik, gecraqueleerd en zijn assemblages werden gemaakt van verschroeid hout, plastic en lompen. In zijn werk worden zijn oorlogservaringen verwerkt. Grove stukken met rode verf besmeurde jute verwijzen naar de verbanden die hij aanlegde tijdens de oorlog.

materiekunst; bogartmateriekunst; bogart2

Bram Bogart (1921-2012) werd in Delft geboren maar verhuisde in 1960 naar België. Hij maakte geometrische composities, vuistdik, 3D en ze doen denken aan speciebrij. Het lijken uitvergrote details in heftige primaire kleuren. Later werden de kleuren somber en doen de stuc-achtige texturen denken aan landschappen.

materiekunst; wagemakermateriekunst; wagemaker2

Jaap wagemaker (1906-1972) geldt als NL’s vertegenwoordiger van de materie-schilderkunst. Boetseerde met zand en kiezels zijn gewapende verflagen. Noemde ze woestijngebieden en voegde er stukken hout, leisteen, schroot, botten, schelpen en machine-onderdelen aan toe. ‘Ik bouw mijn schilderijen op met elementen uit de natuur. Zij moeten evenals de natuur een vanzelfsprekend organisme zijn,’ vond Wagemaker zelf.

La Jument: standvastige en fotogenieke vuurtoren

la jument, jean guichard

foto: Jean Guichard

Dwars door het geraas van de storm hoorde Théo Malgorn het geluid van een propeller toen hij in het lichthuis was. Uit nieuwsgierigheid liep hij naar beneden. Toen hij de deur opendeed, zag hij een helikopter boven de woeste golven van de Mer d’Iroise cirkelen. Fotograaf Jean Guichard keek vanuit de lucht toe hoe de golven van de Atlantische Oceaan onophoudelijk tegen La Jument beukten. Intuïtief drukte hij precies op het juiste moment af: de vuurtorenwachter stond in de deuropening terwijl de toren door een gigantische vloedgolf werd omspoeld.

Hoge golven, onstuimige zee leiden in de Passage du Fromveur tot talloze schipbreuken. Daar moest actie komen. Die kwam door een schenking van Charles Eugène Potron, zelf overlever van een schipbreuk. Hij liet 400.000 frank na voor de bouw van een vuurtoren in de buurt van het eiland Ouessant.

In 1904 werd in allerijl met de werkzaamheden begonnen en hoewel de vuurtoren met veel kunst- en vliegwerk binnen de gestelde termijn in gebruik kon worden genomen (binnen 7 jaar), vertoonde de toren in de jaren erna allerlei mankementen als gevolg van de overhaaste bouw. De eerste stormen brachten algauw abnormale trillingen in de constructie aan het licht. Tijdens stormachtig weer werden de vuurtorenwachters niet zelden door paniek bevangen op momenten dat de toren in zee dreigde te storten. Er werden meerdere restauratiepogingen ondernomen, maar de herstelwerkzaamheden waren zo gecompliceerd en begrotelijk dat deze pas dertig jaar later voltooid konden worden. Ondanks de aanpassingen bleef La Jument voor velen ‘de hel van Ouessant.

Bouwjaar: 1904-1911; ontstoken 1911; geautomatiseerd 1990; nog steeds actief; achtkantige toren van steen; hoogte 47 meter; lichthoogte 41 meter; reikwijdte 22 zeemijl

In 2017 werd de hoogte gemeten van de golven die tegen La Jument beukten. De hoogste was ruim 24 meter.

L’Equiper, een film uit 2004 van regisseur Phillipe Lioret, speelt zich af op Ouessant, met in de hoofdrol de vuurtorenwachters van La Jument.

In 2015 werd La Jument officieel een Frans historisch monument.

uit: atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld – José Luis Gonzalez Macías, Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Irene van de Mheen

Trailer van de film L’Equiper waarin La Jument een belangrijke rol speelt.

Opgroeien met de droomwereld van Ingmar Bergman

Dromen spelen een belangrijke rol in de films van meester-cineast Ingmar Bergman (1918-2007, Uppsala, Zwe). Onderstaand video-essay legt uit hoe en waarom. De films van Bergman zijn een periode lang bepalend geweest voor hoe ik tegen het medium film aankeek. De Zweedse filmregisseur maakte met Fanny en Alexander zijn meest toegankelijke en meest imponerende film wat mij betreft. Een film die voor een belangrijk deel autobiografisch was en die ging over tegenstellingen tussen: toneel en werkelijkheid; vrijheid en gebondenheid; angst en onschuld. Een film die ook over film zelf ging, met die voor Bergman typische noordelijke sfeer van serieuze bedachtzaamheid. Fanny en Alexander is de film die ik met Kerst vaak opnieuw bekijk.

Vuurtoren Flannan Isles: mysterieuze verdwijning

Flannan-Islesufiinsight.com

De verdwenen vuurtorenwachters; bron beeld: ufoinsight.com

Flannan Isles; panmacmillan.com

bron beeld: panmacmillan.com

De vuurtoren op Eilean Mòr is een onderdeel van de Flannan Isles. Flannan Isles is een onbewoonde archipel op dertig kilometer van de Buiten-Hebriden, Schotland, Op het eiland staat ook een kapel gewijd aan de heilige Flannan. Flannan was een abt die in de zeventiende eeuw toevallig op dit eiland terechtkwam.

Eilean Mòr is een eiland dat met legendes en vreemde gewoonten is omgeven. Zeelieden nemen hun pet af als ze op het eiland aan land gaan. Maken een volledige draai om hun as met de zon mee zodra ze de top van het rotsachtige eilandje hebben bereikt. En op die top staat sinds 1899 een vuurtoren.

In 1900 is de stoomboot de Archtor onderweg naar Leith, Edinburgh. Het valt de bemanning op dat het licht van de vuurtoren het niet doet terwijl de weersomstandigheden slecht zijn. Elf dagen later, 26 december 1900, gaan de bemanningsleden van de Hesperus kijken wat er aan de hand is. De vuurtoren heeft op dat moment drie wachters: James Ducat, Thomas Marshall en Donald McArthur. De Hesperus heeft nieuwe voorraad aan boord en vervanging voor de wachters. Als de bemanning aan land gaat is de vlag gestreken, staan de bevoorradingskisten niet op de aangewezen plek en komt er niemand opdagen. Kapitein Harvey schiet een vuurpijl af vanaf de Hesperus en geeft een paar stoten met de scheepshoorn. Geen reactie. Aflosser van één van de wachters, Joseph Moore, gaat van boord. In dichte mist klimt hij de helling omhoog. Bij de vuurtoren aangekomen blijkt de hoofdingang afgesloten. Moore forceert de deur en gaat naar binnen. Daar treft hij beslapen bedden, volle borden op tafel en een omgevallen stoel aan. De klok aan de muur staat stil en geeft half acht aan. Geen spoor van de vuurtorenwachters.

De bemanning van de Hesperus kamt het hele eiland uit op zoek naar de wachters. Wel sporen maar geen helderheid over wat er gebeurd kan zijn. De lampen van de vuurtoren zijn met brandstof gevuld. Er hangt een overjas aan de kapstok. De tweede aanlegsteiger lijkt door een recente storm beschadigd. Er hangt een kapotte kist aan een kraan. IJzeren relingen zijn verbogen en er ligt een loodzwaar rotsblok op het pad. In het logboek van 15 december is om negen uur ’s ochtends geschreven dat alles in orde is.

De mysterieuze verdwijning van de drie vuurtorenwachters is voer voor verhalen. Maar niet alleen dat: er volgen een lied (hoor voorbeeld Genesis) en een film: The Vanishing van Krisoffer Nyholm (2018).

In 1930 beweert het tijdschrift Strange True Stories dat Marshall in zijn dagboek schreef:

12 december: noordoosterstorm. De zee gaat furieus tekeer. Ik heb nog nooit zo’n zware storm meegemaakt. De metershoge golven komen tot aan de vuurtoren. Ducat is niet te genieten. We kunnen niet naar buiten. Ducat zegt geen stom woord. McArthur huilt.

13 december: het heeft de hele nacht gestortregend. De wind is naar het noorden gedraaid. Ducat zwijgt nog steeds. McArthur bidt. Rond het middaguur is het licht grijs. Ducat, McArthur en ik bidden.

15 december: de storm is gaan liggen, de zee is kalm. God staat boven alles.

De vuurtoren van Flannan Isles werd tussen 1895 en 1899 gebouwd. Architect is Alan Stevenson. De lichten werden in 1899 ontstoken. In 1971 is de vuurtoren, die nog steeds werkt, geautomatiseerd. De hoogte is 23 meter, de lichthoogte 101 meter. Het licht draagt 20 mijl ver.

bron: Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld, Jose Luis Gonzalez Macias; Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Irene van de Mheen

Camp in de filmhistorie: 4 voorbeelden

Films die zo overdonderend zijn in hun visuele aanpak; decors, aankleding en stylistische overdrijvingen dat er geen ruimte meer is voor een fatsoenlijk verhaal, laat staan voor een plot. Ik heb het over vier voorbeelden van wat we ‘camp’ zijn gaan noemen. ‘Camp is het onttronen van het serieuze. Camp vereist een nieuwe houding tegenover het serieuze’, aldus Susan Sontag, publiciste en essayiste, die zich vaak uitliet over de betekenis van audiovisuele middelen als film en fotografie. Camp is een stijlvorm die soms voorbeelden voortbrengt die wat langer blijven hangen, juist vanwege die visuele weelde. Camp bestaat al wat langer in de filmindustrie. Soms bedoeld, vaker onbedoeld. Meestal is de maker serieus bezig geweest met het scheppen van een film die indruk moest gaan maken. In sommige gevallen lukte dat en werden de films klassiekers.

De voorbeelden:

A Midsummer Night’s Dream (Max Reinhardt and William Dieterle, 1935)

The Tales of Hoffmann (Michael Powell and Emeric Pressburger, 1951)

Modesty Blaise (Joseph Losey, 1966)

Bram Stoker’s Dracula (Francis Ford Coppola, 1992)

Bijna iedere dag muziek: Patti Smith

Patti Smith (1946, Chicago, USA) is singer-songwriter en dichter. Omdat ze aktief was in de begindagen van de punk in de USA wordt ze daar The Godmother of Punk genoemd. Haar mengelmoes van rock en poëzie is beroemd geworden. In die poëzie neemt ze geen blad voor haar mond en is ze vooral eerlijk en oprecht over wat haar overkwam en haar bezighield. Dat waren zeer persoonlijke zaken maar ook politieke kwesties. Ze werkte samen met Bruce Springsteen (Because the Night), Michael Stipe (REM), Bob Dylan, John Cale en dichter Allen Ginsburg. Haar interesse beperkte zich niet tot popmuziek. Ze las poëzie van Rimbaud, kende fotograaf Robert Mapplethorpe; hield ze bezig met film; schreef boeken en was van invloed op menig popmuzikant. Michael Stipe, the Go-Betweens, Madonna, the Smiths en U2 zeiden door haar werk beïnvloedt te zijn. Ze kreeg onderscheidingen in Frankrijk, kwam terecht in de Hall of Fame en won prijzen. Bekend is ook haar optreden bij het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Bob Dylan.

Ruth Orkin veranderde de straatfotografie

orkin, ruth; straat8orkin, ruth; straat6orkin, ruth; straat4orkin, ruth; straat2

Ruth Orkin (1921-1985, Boston, USA) was een invloedrijk fotografe, die zich veel en vaak op straat begaf. Ze begon haar loopbaan als fotografe in 1939. In dat jaar fietste ze van Los Angeles naar New York om naar de Wereldtentoonstelling te gaan. Onderweg fotografeerde ze wat ze de moeite waard vond. Aangekomen in New York begreep ze dat daar haar toekomst lag. Ze werd freelancer.

Beroemd werd ze in 1950 met een foto die op de cover van het blad Ladies Home Journal verscheen. Ze fotografeerde Geraldine Dent, huisvrouw, voor een stalletje met groente en fruit. Het nummer waarop de foto te zien was, raakte uitverkocht en kreeg uiteindelijk de hoogste omzet ooit van het tijdschrift.

Het jaar daarop volgde Ruth de belevenissen van Ninalee Graig, fotomodel, die (alleen) naar Italië ging en daar rondtrok en veel reactie kreeg op deze toendertijd gewaagde stap. Meest iconische beeld werd American Girl in Italy waarop we zien hoe de vrouw de aandacht trekt en opmerkingen uitlokt van de Italiaanse mannen om haar heen.

In 1953 trouwt Orkin filmregisseur en fotograaf Morris Engel met wie ze ook films maakt. Films die van invloed zullen zijn op de opvattingen van François Truffaut en Martin Scorcese.

Haar werk is bijeengebracht in het Ruth Orkin Archief dat door haar dochter wordt beheerd.

orkin, ruth; straatorkin, ruth; straat3orkin, ruth; straat5orkin, ruth; straat7