Bijna iedere dag muziek: Joy Division

Het is Punk-tijd. Ik ben anarchist en anti-christ. De boodschap is belangrijker dan de muziek. Een band moet bestaan uit drummer, bassist en gitarist, die niet persé goed kunnen spelen. De zanger zingt niet, maar declameert. Zijn tekst moet duidelijk anti zijn: anti-alles! Het gaat om reuring en dat de rest van de wereld weet dat ik er ook nog ben. Dat mijn mening er ook toe doet. En mijn gevoel.

Joy Division is heel even een band geweest die aan al mijn eisen voldeed. Totdat zanger Ian Curtis er een eind aan maakte. Ons in verbijstering achterlatend. De twee albums, die de band achterliet,  waren donker, diep duister maar gemaakt naar de punk-normen. Kale drums met dat typische Martin Hannet-geluid, een bassist die zijn rol opeiste en een gitarist die de ruimte zocht en vond om zijn eigen ding te doen. En toch klonk het als een eenheid, een soort Division. En Ian Curtis zong daar hartverscheurende teksten overheen. Over eenzaamheid, onbegrip en geen toekomst hebben. En dan het eerste album uitbrengen en dat Unknown Pleasures noemen!

Het vervolg: Closer. Aan alles voelde je dat dit een bijzondere plaat was. Het einde naderde (van Ian Curtis) en dat ademde deze plaat. Depri-muziek zou mijn omgeving zeggen. Maar ik heb hem veel en vaak geluisterd, gebiologeerd. Dit was iets bijzonders.

En dan: Love will tear us apart. Daarna is de wereld nooit meer hetzelfde geweest. Zo bepalend en zo invloedrijk was dit. Voor mij.

Bijna iedere dag muziek: Neil Young

Een man van tegenstellingen; experimenterend, eigengereid, eigenzinnig; invloedrijk en altijd herkenbaar aan zijn eigen stem en geluid. Ik heb het over de iconische Neil Young. Met zijn muziek maakte ik kennis in mijn puberjaren. Dat was de rustige Neil Young (1945, Toronto, Canada), die van de liedjes die het goed deden bij het kampvuur. Maar er was ook de lawaaierige, de man die met Crazy Horse heftige gitaarrock maakte en niet vies was van een lange gitaarsolo. De tegenstelling hard-zacht, is en blijft horen bij Young. Hoogtepunt wat dat betreft: het dubbelalbum Rust never sleeps met een volledige akoestische en een rock-kant. Typerend: het album begint met het akoestische nummer My, My, Hey, Hey (Out of the blue) en eindigt met het gruizige Hey, Hey, My, My (Into the black). Neil ten voeten uit.

Young verhuisde van geboorteland Canada naar de VS waar de Hippie-revolte plaatsvond. Daar speelde hij in Buffalo Springfield, een band die country en rock probeerde samen te brengen. Vervolgens bracht zijn samenwerking met Crosby, Stills en Nash hem wereldwijde naamsbekendheid. Dan volgt de solo-carrière die tot op de dag van vandaag voortduurt. Uit die begindagen stamt zijn maatschappelijke betrokkenheid. Die uit zich in songs als Ohio, Southern Man, Rockin in the free world en onlangs nog in Shut it down. Young is ook iemand die de nieuwste techniek volgt en waar mogelijk toepast. Zo had hij zijn eigen digitale muziekspeler Pono en experimenteerde hij een album lang (Trans) met de nieuwe mogelijkheden van digitale instrumentatie.

Neil Young vertegenwoordigt een typisch eigen geluid in de pop. Hij wordt tot godfather van de Grunge betiteld al was het maar omdat Kurt Cobain (Nirvana) hem in een song eerde.

Bijna iedere dag muziek: Roxy Music

Roxy Music is het karretje waarmee onder andere Brian Eno, Phil Manzanera, Andy MacKay en Bryan Ferry rondreden in de gelukkige jaren 70. De jaren van rock and glam, art-rock. De jaren van David Bowie en Lou Reed. En waarom viel ik er toen voor? Dat geluid van die band: nieuw en oorspronkelijk. Het was in zeker opzicht geen gemakkelijke muziek: geen meezing, veel geëxperimenteer met sax en hobo, gitaar en electronica. Nummers varieerden van kort tot aanzienlijk langer dan de single-duur; van up-tempo tot langzaam en gedragen, soms in hetzelfde nummer. En die stem van Ferry was toch herkenbaar uit duizenden?

En toch duurde mijn liefde voor de Britse band niet langer dan 5 albums, beginnend met Roxy Music (1972) tot aan Siren (1975). Op alle albums staan onvergetelijke klassiekers en ik hoor ze nog graag. Roxy Music was invloedrijk. Japan, ABC, Pulp en Blur zijn schatplichtig aan de groep. Maar na Siren herhaalde de groep zich, futloos, zonder puf en dreef routinieus over de Top 40-golven, rimpelloos en onopvallend. Maar daarvoor was het opwindend en baanbrekend, en dat was wat me aansprak. In de jaren 90 liet ik me nog eens overhalen naar een live-concert te gaan. Met een Ferry die zichtbaar moeite had om het eind te halen, was dat een definitieve afknapper.

Bijna iedere dag muziek: the Smiths

De dag waarvan je wist dat die zou komen: 1 van je favoriete bands during lifetime: the Smiths. Koude rillingen, kippenvel, iets horen waarvan je het vermoeden had dat het bestond; zou moeten bestaan. En daar was ie: This charming man, de single, de eerste kennismaking. Daarna verdieping, verwachtingsvol verder zoeken en vinden. Een volstrekt uniek geluid, maatschappij-kritische teksten, melodieën die staan als bomen: statig, buigzaam, wind- en waterbestendig, sierlijk en bescherming biedend tegen die boze buitenwereld. Want the Smiths waren vooral een innerlijke ervaring. Tienerleed verwoordend maar ook oog voor de grote mensen-wereld, die aan verandering toe was. Wat hadden die ouderen er een puinhoop van gemaakt. Thatcher voorop!

En altijd die stille kracht: gitarist Johnny Marr, die de ene naar de andere wonderschone melodie uit zijn snaren plukte. En invloedrijk waren ze, die jongens. En dit was hun beste plaat:

Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Bijna iedere dag muziek: Sigur Ros

Met bekende elementen iets nieuws scheppen dat doet/deed de IJslandse band Sigur Ros. In hun eigen taal of iets wat daar op lijkt (het door zanger Jonsi zelf ontwikkelde Hopelandic). In ieder geval onverstaanbaar voor een ieder die de taal niet machtig is. Is dat een probleem bij deze band? Nee, zeg ik. Er is van alles te beleven in hun muziek: het is sferisch, mysterieus, melodieus, akoestisch, elektrisch en heel ampart (zou mijn kameraad zeggen). En niet onbelangrijk: de band neemt zijn tijd voor de nummers. Het is geen drie akkoorden, snel klaar (daarvoor hebben we The Ramones, ten slotte). Niet gekend, niet gevreesd: hier is de kans op kennismaking.

Bijna iedere dag muziek: John Coltrane

John Coltrane (1926-1967, Hamlet, USA) is als jazz-artiest met enige regelmaat terug te vinden op lijstjes van pop-liefhebbers. Samen met Miles Davis, met wie Coltrane samen speelde. Dat heeft vooral te maken met de behoefte van beide heren zich voortdurend te vernieuwen, technisch beter te worden en zich her uit te vinden. Vernieuwers die van grote invloed zouden zijn op pop en jazz.

Coltrane vertegenwoordigde de hard-bop in de jazz. Als saxofonist zocht hij naar nieuwe wegen, leunend op zijn techniek, en niet bang om impopulair te worden. Coltrane kende zijn lyrische fase, maar zocht snel naar het experiment. Daarbij gesteund door zijn mede-spelers: pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison. Later zou hij met Archie Shepp en Pharoah Sanders nog verder de grenzen van de jazz opzoeken.

Op 40-jarige leeftijd overleed Coltrane aan lever-kanker. Daarmee kwam een einde aan een periode van 20 jaar waarin de sax-speler pionierde in de jazz en de free-jazz handen en voeten gaf.

Bijna iedere dag muziek: David Sylvian

David Sylvian (1958, Beckenham, UK) leerde ik kennen als de zanger van Japan, een cultband uit de jaren 80, vorige eeuw. Beetje art-rock, beetje glam-rock. Na vier albums, die niet erg succesvol waren, ging de Britse zanger solo. Sylvian bleek een bijzonder muzikaal pad te gaan bewandelen. Hij zocht samenwerking met Robert Fripp, Ryuichi Sakamoto (van Yellow Magic Orchestra) en Holger Czukay (van Can). Daarmee plaatste de zanger zich in de avantgarde. Zijn grootste hit zou Forbidden Colours worden uit de film Merry Christmas, mr. Lawrence. Een film waarin David Bowie een gedenkwaardige hoofdrol zou spelen.

Sylvian, die naast zanger ook gitarist en componist is, zal steeds vaker muziek maken die neigt naar klassiek, minimal en die avontuurlijk en instrumentaal is. En dat terwijl hij over een bijzondere stem beschikt, die warm en buigzaam is. En die hoorde ik graag.