Bijna iedere dag muziek: the Smiths

De dag waarvan je wist dat die zou komen: 1 van je favoriete bands during lifetime: the Smiths. Koude rillingen, kippenvel, iets horen waarvan je het vermoeden had dat het bestond; zou moeten bestaan. En daar was ie: This charming man, de single, de eerste kennismaking. Daarna verdieping, verwachtingsvol verder zoeken en vinden. Een volstrekt uniek geluid, maatschappij-kritische teksten, melodieën die staan als bomen: statig, buigzaam, wind- en waterbestendig, sierlijk en bescherming biedend tegen die boze buitenwereld. Want the Smiths waren vooral een innerlijke ervaring. Tienerleed verwoordend maar ook oog voor de grote mensen-wereld, die aan verandering toe was. Wat hadden die ouderen er een puinhoop van gemaakt. Thatcher voorop!

En altijd die stille kracht: gitarist Johnny Marr, die de ene naar de andere wonderschone melodie uit zijn snaren plukte. En invloedrijk waren ze, die jongens. En dit was hun beste plaat:

Bijna iedere dag muziek: John Prine

Singer-songwriter John Prine (1949, Nashville, USA). ‘Ik kan een gitaar stemmen en zingen. Als je daar 50 jaar een baan van kunt maken, dan doe je iets speciaals. Mijn gevoel voor humor is mij altijd goed van pas gekomen. Ik wil geen droevige performer zijn, want er is al genoeg verdriet. Ik ben een optimistische pessimist. Ik zie veel slechte dingen, maar probeer daar toch iets positiefs in te ontdekken.’

Prine is een levendige legende in de kringen van de singer-songwriters. Hij komt uit Nashville, zingt tijdloze, verhalende liedjes op basis van folk, country en pop. Was postbode en werd ontdekt door Kris Kristofferson. Hij zingt over eigen ervaringen of over de ervaringen van anderen, zoals de Vietnam-veteraan die aan de drugs raakt en zijn kinderen radeloos en reddeloos achterlaat.

Bob Dylan is fan en omschrijft Prine als een hedendaagse Proust. Prine’s debuut-album staat op hetzelfde niveau als Dylan’s Blood on the tracks en Neil Young’s Harvest (volgens de samenstellers van de Grammy Hall of Fame). Kijk, luister en huiver.

Bron: John Prine door René Megens, DG, 13 feb 2020

Bijna iedere dag muziek: Sigur Ros

Met bekende elementen iets nieuws scheppen dat doet/deed de IJslandse band Sigur Ros. In hun eigen taal of iets wat daar op lijkt (het door zanger Jonsi zelf ontwikkelde Hopelandic). In ieder geval onverstaanbaar voor een ieder die de taal niet machtig is. Is dat een probleem bij deze band? Nee, zeg ik. Er is van alles te beleven in hun muziek: het is sferisch, mysterieus, melodieus, akoestisch, elektrisch en heel ampart (zou mijn kameraad zeggen). En niet onbelangrijk: de band neemt zijn tijd voor de nummers. Het is geen drie akkoorden, snel klaar (daarvoor hebben we The Ramones, ten slotte). Niet gekend, niet gevreesd: hier is de kans op kennismaking.

Bijna iedere dag muziek: John Coltrane

John Coltrane (1926-1967, Hamlet, USA) is als jazz-artiest met enige regelmaat terug te vinden op lijstjes van pop-liefhebbers. Samen met Miles Davis, met wie Coltrane samen speelde. Dat heeft vooral te maken met de behoefte van beide heren zich voortdurend te vernieuwen, technisch beter te worden en zich her uit te vinden. Vernieuwers die van grote invloed zouden zijn op pop en jazz.

Coltrane vertegenwoordigde de hard-bop in de jazz. Als saxofonist zocht hij naar nieuwe wegen, leunend op zijn techniek, en niet bang om impopulair te worden. Coltrane kende zijn lyrische fase, maar zocht snel naar het experiment. Daarbij gesteund door zijn mede-spelers: pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison. Later zou hij met Archie Shepp en Pharoah Sanders nog verder de grenzen van de jazz opzoeken.

Op 40-jarige leeftijd overleed Coltrane aan lever-kanker. Daarmee kwam een einde aan een periode van 20 jaar waarin de sax-speler pionierde in de jazz en de free-jazz handen en voeten gaf.

Bijna iedere dag muziek: David Sylvian

David Sylvian (1958, Beckenham, UK) leerde ik kennen als de zanger van Japan, een cultband uit de jaren 80, vorige eeuw. Beetje art-rock, beetje glam-rock. Na vier albums, die niet erg succesvol waren, ging de Britse zanger solo. Sylvian bleek een bijzonder muzikaal pad te gaan bewandelen. Hij zocht samenwerking met Robert Fripp, Ryuichi Sakamoto (van Yellow Magic Orchestra) en Holger Czukay (van Can). Daarmee plaatste de zanger zich in de avantgarde. Zijn grootste hit zou Forbidden Colours worden uit de film Merry Christmas, mr. Lawrence. Een film waarin David Bowie een gedenkwaardige hoofdrol zou spelen.

Sylvian, die naast zanger ook gitarist en componist is, zal steeds vaker muziek maken die neigt naar klassiek, minimal en die avontuurlijk en instrumentaal is. En dat terwijl hij over een bijzondere stem beschikt, die warm en buigzaam is. En die hoorde ik graag.

Bijna iedere dag muziek: Joni Mitchell

Om heel veel redenen mag Joni Mitchell niet ontbreken. Vanwege haar roots, die in Canada lagen. Haar connectie met de Peace-and-Love-generatie. Haar onafhankelijkheid als vrouwelijke singer/songwriter. Haar zucht naar nieuwe muzikale wegen. Maar vooral die onnavolgbare stem die buigt en vloeit zoals de rivier stroomt.

Er zijn ongelofelijk veel klassiekers van haar afkomstig: Big Yellow Taxi, Chelsea Morning en Both Sides Now om er een paar te noemen. Ook haar samenwerking met tal van muzikanten, waaronder Pat Metheney, Jaco Pastorius en Michael Becker (uit haar jazzy-tijd), maar ook Crosby, Stills, Nash and Young en The Band noem ik. Mitchell is voor heel veel artiesten een bepalende invloed geweest. Denk aan veel vrouwelijke singer/songwriters maar ook aan iemand als Prince, die haar muziek enorm bewonderde. Joni Mitchell heeft me met haar muziek altijd direct in het hart getroffen.

Beck gaat zijn eigen muzikale weg

In de marge van de mainstream-popmuziek kom je veel interessants tegen. Muzikanten die nieuwsgierig zijn, wegblijven van de gebaande paden, op zoek zijn naar hun unieke song. Zo iemand is Beck Hansen (1970, USA). Wereldberoemd vanwege een paar hits: Loser en Devil’s haircut bijvoorbeeld, maar inmiddels zijn we een tiental albums verder. Ondertussen probeerde Beck: funk, soul, alt-pop, tropicalia, country, freak-folk en leftfield. Ruim baan voor de gitaar in zijn muziek, maar ook brass en strings zijn van de partij. Zijn songs gaan van singer-songwriter naar ballad of komen uit bij funk. Alles is mogelijk mits goed gespeeld, muzikaal en interessant. Kortom, iemand die iets meer aandacht verdient.

De fijnsten van Amy Winehouse

Een dominante vader die alles voor haar regelde; een afwezige moeder; drankprobleem; succes waarmee ze niet kon omgaan; geen geluk in de liefde: een aantal van de ingrediënten uit het kortstondige leven van Amy Winehouse (1983 – 2011). Deze ingrediënten bleken al snel een dodelijke mix op te leveren. Amy werd niet ouder dan 27 jaar. Talent moet je als bezitter ook kunnen handelen, zo bleek. Maar wat een stem had deze vrouw en wat raakte ze me met die alles-of-niets optredens. Daarom: de drie fijnste van Amy Winehouse. Om kippenvel van te krijgen!

Back to Black

Tears dry on their own

Valerie

De ‘white soul’ van Dusty Springfield geworteld in pijn en geweld

Zelfmutilatie, roem, panische angsten, lesbisch, obsessief, gewelddadig en verslaafd aan drugs en drank. Enkele thema’s uit het leven van zangeres Dusty Springfield (artiestennaam van Mary Isabel Catherine Bernadette O’Brien, 1939 – 1999, Britse zangeres. Eén van de populairste zangeressen uit de jaren zestig met de bijnaam The Queen of White Soul).

Mary groeide op in een gezin waarin haar vader en moeder de frustraties botvierden op de kinderen. Vader en moeder hadden hun artistieke, muzikale ambities in elkaars armen gesmoord. De jonge Mary reageerde zich af door zichzelf pijn te doen. De pijn werd haar trouwe bondgenoot. Muziek bracht enige verlichting.

Aan het begin van de jaren 60 werd ze leadzangeres van The Springfields. De echte doorbaak volgde toen ze vanaf 1963 solo ging. In 1966 scoorde ze maar liefst 4 hits in Engeland. Geen enkele vrouw had dat voor haar gepresteerd. Het leverde roem op en een eigen tv-programma.

Die roem zat haar niet lekker. Het leverde panische angsten op. Volgens ingewijden ook omdat Mary worstelde met haar homoseksualiteit. Ze was bang dat haar fans dat te weten kwamen en ze haar zouden laten vallen. Mary wilde worden wat ze niet was: hetero, goed katholiek en zwart. Ondertussen had Mary relaties met tal van vrouwen. Die relaties waren  bijna altijd gewelddadig en obsessief. Ze zat haar vriendinnen regelmatig met een mes achterna.

Hoogtepunt in de muzikale loopbaan van Dusty Springfield was het album: Dusty in Memphis, een album dat laat horen waarom ze terecht de naam white soulsinger draagt. Haar reputatie bij haar zingende volgers zoals Amy Winehouse en Duffy, is voor een belangrijk deel op dit album gestoeld.

Het bracht Mary alleen maar ellende. Ze raakte mentaal in het slop en ze dreigde ten onder te gaan aan drugs en drank. In 1987 was er sprake van een korte comeback. Ze scoorde een hit met The Pet Shop Boys met What Have I Done to Deserve This?

In de jaren 90 constateerde de dokters borstkanker waarvan ze zich eerst herstelde en waaraan ze in 1999 toch bezweek. In die laatste moeilijke tijd belde ze haar ex-minnares Sue Cameron op. “I’m going to die and I’ve never done it before. I don’t know how to do it.”

Bronnen: Wikipedia; Biografieportaal.nl en Dusty. An Intimate Portrait of a Musical Legend, Karen Bartlett