Szymborska: een ui

Wislawa-Szymborska, vpro.nl

Een ui

Een ui is wat anders. / Hij heeft geen ingewand. / Is uit-en-ter-na ui, / is uiterste uiachtigheid. / Uivormig van buiten, / uiig tot in zijn kern, / zou hij zonder schrikken / in zichzelf kunnen blikken.

In ons – alles wild en uitheems, / nooddruftig met huid overdekt, / in ons intern is het inferno, / de onstuimige anatomie, / terwijl in uien uien huizen / en geen kronkeldarmen kruipen. / Uiennaaktheid is veelvuldig, / is diep en wat dies meer zij.

Een consistent zijnde, de ui, / geslaagde schepping, door en door. / In de ene zit een andere, / in de grotere een kleinere, / en zo ook alle volgende, / de derde, vierde, verdere. / Een fuga, inwaarts draaiende. / Een echo, vormende een koor.

Een ui begrijp ik tenminste: / ’s werelds bevalligste buik / die zichzelf tot eigen glorie / met aureolen omwikkelt. / In ons – vetten, strengen, aders, / slijm en geheimzinnigheden. / En wij zijn afgesneden / van de perfectie-idiotie.

Uit: Grote getallen, Meulenhoff Amsterdam, 1976

Ken uw klassiekers: Zeus – Jupiter

Hij is koning van alle goden. Bij de Grieken heet hij Zeus; bij de Romeinen Jupiter. Hij woont op de Olympus en leeft daar samen met die andere goden, die we Olympiërs noemen. De goden zijn een grote familie: zussen Juno en Ceres; kinderen Apollo, Bacchus, Diana, Mars, Mercurius, Minerva en Vulcanus; broer Neptunus (die van de zee) en uit de zee geboren: Venus.

Jupiter werd grootgebracht door de nimfen en gezoogd door een geit. Eenmaal volwassen dwong Jupiter zijn vader de kinderen uit te braken die hij verslonden had (aan elke familie kleeft wel wat). Zijn vader, Saturnus, was tiranniek en was bang dat zijn kinderen hem ten val zouden brengen. Juist die angst bevestigde Jupiter. Met zijn uitgebraakte zussen en broers zette Jupiter zijn vader af. Daarna werden alle gebieden op aarde verdeeld: Jupiter heerste over de hemelen; Juno werd zijn gemalin;  Ceres werd godin van akkers en gewassen; Neptunus heerste over de zee. Pluto werd koning van de onderwereld en Vesta heerste over huis en haard (want de rustigste en stabielste van het stel).

Jupiter als god van de hemel, had zeggenschap over het weer. Teken van zijn macht en gezag waren de bliksemschicht en de adelaar. Jupiter zul je dan ook vaak afgebeeld zien met bliksem en adelaar. Jupter was daarnaast vader van de stervelingen (wij mensen dus) en hoeder van wet en recht.

Tenslotte, Jupiter had talloze liefdesaffaires met godinnen, stervelingen en nimfen. List, verkrachting en bedrog waren hem niet vreemd. Hij kon van gedaante veranderen en was geen lieverdje. Om dichtbij zijn liefdes te komen veranderde hij zich in een regen van goud; een stier; een wolk; een zwaan en een adelaar.

Nicolas_Poussin_-_Jupiter_enfant_nourri_par_la_chèvre_Amalthée

De kleine Zeus/Jupiter wordt grootgebracht met geitenmelk. (Nicolas Poussin)

835 01 001 006

Jupiter/Zeus op zijn troon met rechts naast hem de adelaar. Thetis is de vrouw die hem smeekt om een gunst. (Jean Auguste Dominique Ingres)

Giulio-Romano-Fresco-Sala-dei-Giganti-Palazzo-del-Te-Mantua-9

De uitgebreide godenfamilie waarover Zeus/Jupiter de scepter zwaaide. Fraai geschilderd door Guiliano Romano.

Julie Poly is de fotograferende conducteur

julie poly, ukrzaliznytsia2julie poly, ukrzaliznytsia6julie poly, ukrzaliznytsia8

Ukrzaliznytsia is de naam van de spoorwegmaatschappij in Oekraïne. Fotografe Julie Poly was er ooit als conducteur in dienst. Wat ze daar beleefde en ervaarde hield haar bezig. Nu is ze professioneel fotografe en werkte ze haar ervaringen uit in een fotoserie die de naam kreeg van de spoorwegmaatschappij. Het reizen met de trein in Oekraïne heeft een geheel eigen atmosfeer blijkt. Het is kleurrijk en magisch zoals de foto’s tonen. De gemaakte foto’s zijn deels real life en voor een deel in scene gezet. Maar wonderlijk blijft het, dat reizen met de trein.

julie poly, ukrzaliznytsjulie poly, ukrzaliznytsia3

Bijna iedere dag muziek: massive attack

Massive Attack is Bristol en dus Brits. De band staat voor stromingen als triphop en big beats. Stromingen die lieten zien dat Britten multiculti-klanken konden adopteren tot iets nieuws en dat ze konden bijdragen aan electronische (dans)muziek.

Belangrijk voor de ontwikkeling van triphop waren experimenten met hiphop en dub. In GB gebeurde dat door pioniers als: Adrian Sherwood, On-U-Sound en African Headcharge. Zij gebruikten daarvoor hun eigen sound-systems waarmee ze optraden in clubs. Dat triphop een ontwikkeling was en geen eindstation, bevestigde DJ Shadow die met mijlpaal Endtroducing liet zien dat triphop alle muzikale kanten op kon gaan.

Ondertussen liet Massive Attack zien en horen dat ze zich liet inspireren door al die nieuwe ontwikkelingen. Ook de door The Chemical Brothers geïntroduceerde big beats werden opgepikt. Dat leidde tot een aantal goed verkochte albums en veel mooie muziek. Blue Lines en Mezzanine zijn de bekendste.

Ode aan de twijfelaar Fernando Pessoa

pessoa, medium.combron illustratie: medium.com

Het is zaterdag, de boekenbijlage van de Volkskrant ligt voor me. Sander Kollaard wijdt een uitgebreid artikel aan de Portugese dichter en schrijver Fernando Pessoa (1888-1935, Lissabon). Ooit studeerde ik Portugees, leerde Pessoa kennen als de Portugese literaire groei-briljant. August Willemsen, vertaler en kenner van Pessoa, hielp daarbij door een hand toe te steken en licht te brengen in persoonlijke duisternis. Want hoewel Pessoa in vertaling Persoon betekent, was Pessoa alles behalve 1 persoon. Pessoa nam net zo makkelijk een ander personage aan als mensen van ondergoed wisselen. Dat duidt op ongrijpbaarheid. Voor de Portugees was het een karaktertrek, die tot veel literaire bedrijvigheid leidde.

Onlangs verscheen van Pessoa Kroniek van een leven dat voorbijgaat, in de vertaling van Michel Stoker. Dat boek maakte indruk op Kollaard. “De kroniek telt op tot een pledooi voor radicale twijfel. ‘Zodra je aandachtig over iets nadenkt’, schrijft Pessoa, ‘wordt het moeilijker er een mening over te hebben.’

Pessoa houdt ons zoiets als intellectuele waardigheid voor: een scherp besef van onze beperkingen om wat dan ook te begrijpen. ‘We wandelen slechts in het duister.’ Stellige meningen getuigen van een ‘gebrek aan ontwikkeling’. Je vindt ze bij ‘lieden die de dingen om zich heen uitsluitend opmerken om ze niet omver te lopen’, Hij beschrijft de publieke opinie als een vorm van liegen: ‘Simpel maken wat ingewikkeld is, geen onderscheid maken tussen dingen die je wel zou moeten onderscheiden. In algemeenheden spreken waar je om iets goed te kunnen definiëren eigenlijk in bijzonderheden zou moeten spreken en nonchalant zijn bij zaken waar precisie is vereist.’

Met deze alinea is aangegeven wat de betekenis van Pessoa is voor onze tijd. In deze dagen van roeptoeteren, de socials als enige bron van de stand van zaken beschouwen, zijn deze opmerkingen van de Portugees van een wijsheid die we vaak missen in het hedendaags debat.

Het nieuwe boek van de Portugese schrijver is volgens Kollaard om veel andere redenen de moeite van het lezen waard.

Op elke bladzijde staan geweldige zinnen. Pessoa beschrijft zijn kindertijd als een ‘eeuwig voortlevend kadaver in mijn borst’. Hij lijdt zonder te weten waarom, ‘als een opgejaagd ree’. Soms krijgt hetzelfde sentiment iets baldadigs. “Ik verschil van mening met het leven en ben er trots op’. Op andere momenten is hij berustend. ‘Als alles mislukt waar ik op hoop’, schrijft hij, ‘dan rest mij nog altijd het vooruitzicht naar de provincie te trekken om aardappels te telen in de schaduw van het ideaal.’ Niet dat zijn psychische nood zo bijzonder was: het is ieders lot. De mens is ‘onnozele dienaar van zijn ambities, schimmenspel van zijn vruchteloze verlangens, opstandige en barbaarse slaaf van universele chemische wetten’.

Scherp en vermakelijk is hij ook over de politiek van zijn jaren. Hij sneert naar mensen die de censuur van Salazar (Portugal was toen een dictatuur) verdedigen omdat er nog veel is waar wel over kan worden geschreven. ‘Als ze me in een cel opsluiten, hoeven ze zich niet op de borst te kloppen mij de ‘vrijheid’ te hebben gegeven tussen vier muren heen en weer te lopen.’ Hij schrijft met afkeer over de eigen tijd en wenst de toekomst in handen van ‘degenen die het meest tegengewicht bieden aan het lawaai, de heldenverering, de bedrijvigheid en het nutsdenken van het moderne leven, kortom, aan degene die gewetensvol de traagheid en de argeloosheid cultiveert.’

Uit: Elke dag een andere Pessoa, Sander Kollaard, VK 19 september 2020

Fernando Pessoa (1888-1935, Lissabon, Portugal)

Da Vinci over Het laatste avondmaal: ‘een steen die je in de vijver gooit’

laatste avondmaal, tapijtversie, da vinci

De wandtapijt-versie van Da Vinci’s Laatste Avondmaal. Deze is duidelijker, helder en beter zichtbaar dan het originele schilderij dat inmiddels ernstig is aangetast.

bron: millefleurstapestries.com

De discipelen zijn verdeeld over vier groepen. Daarmee wil da Vinci, zoals hij zegt, de vier extreme eigenschappen symboliseren die zich alleen in de perfecte mens kunnen verzoenen: toorn, impulsiviteit, melancholie en flegma. Er is meer symboliek. Voor Judas Iskariot ligt op tafel wat zout. Gemorst zout is een teken van naderend onheil. En wat te zeggen van het mes? Wat verdwaald lijkt de hand te zijn waarin zich een gevaarlijk uitziend wapen bevindt. Da Vinci: ‘Het is de hand van Petrus. Het mes staat symbool voor de trouw waarmee hij zijn Meester wil verdedigen, want zoals u behoort te weten, werd Jezus Christus kort na het avondmaal aangevallen door Romeinse soldaten. Op dat moment gebruikte Petrus zijn mes om een van de soldaten een oor af te snijden.’

Da Vinci heeft de hoofdpersoon Jezus Christus – de perfecte mens – exact in het midden geplaatst. Hij is de rust zelve. Als een onaantastbare, spirituele leider zit hij daar, omgeven door spanning en vertwijfeling, waaraan zijn discipelen ten prooi zijn gevallen. Geometrie en opbouw van de compositie accentueren de Heiland – en daarmee de mens – als middelpunt van de wereld. Alle perspectieflijnen komen bij Hem uit, een effect dat nog eens wordt versterkt door het landschap in het venster achter hem, want daar ligt het verdwijnpunt van die lijnen.

Behalve door perspectief, compositie en symboliek valt deze schildering op door de gebarentaal. Armen en handen verwoorden vrees en ongeloof. De discipelen – ieder op zijn eigen manier – geven met gebaren uitdrukking aan hun persoonlijke relaties met de Verlosser. Ze eten niet, ze bidden niet, ze ontvangen evenmin de zegen. Ze zijn net opgestaan, geschrokken, gesticulerend, vragend. Da Vinci: ‘Je moet het vergelijken met een steen die je in een vijver gooit. Die laat steeds grotere kringen na op het wateroppervlak waarna ze langzaam verdwijnen. In de lucht is het precies zo. Een geluid of een stem laat daar onzichtbare kringen achter. Hoe verder je weg bent van de bron, hoe slechter je hoort en hoe langer het duurt voordat de kring je heeft bereikt. Dat nu gebeurt er in deze compositie. Jezus Christus heeft gesproken en zijn woorden laten – net als de steen die met een plons in de vijver valt – grote kringen na aan tafel die langzaam weer oplossen.’

Uit: 1506, een reis door de wereld, Henk Boom, Balans, Van Halewijck Leuven, 2005

Het laatste avondmaal, Leonardo da Vinci, 1495-1498, Santa Maria della Grazie, Milaan, Italië

Bijna iedere dag muziek: Doves

De Britse Doves (Jez Williams – gitaar; Andy Williams – drums; Jimi Goodwin – bas en vocals) zijn al 30 jaar bij elkaar in de buurt. Dat resulteerde in 5 albums, niet veel maar die albums bieden voldoende om daar op deze plek wat aandacht aan te besteden. De muziek is romantisch en wijd uitleenlopend. De teksten zijn cryptisch en filmisch. De eerste 2 albums Lost Souls en The Last Broadcast waren goud in het eigenzinnige eiland aan de overkant van de Noordzee. Doves heeft ook iets typisch Brits, net als The Smiths, Oasis, Elbow en Cold Play dat hebben. Maar daar waar deze bands scoorden met hits, ging Doves haar eigen weg. Het is dromerige, een beetje shoegaze-achtige muziek waar je voor in de stemming moet zijn, dan wel moet raken. Maar zoals met zoveel dingen: je overgeven leidt tot genieten van al dat moois. Dat gebeurde met mij door het luisteren naar de muziek van Doves.

Guido Morselli laat de mens verdampen

guido morselli, headtopics.com

bron foto: headtopics.com

Crisopolis is leeg. Netjes, rustig, de straten, de pleinen, de quais zowel als het centrum, precies zoals het die nacht om 2 uur hoorde te zijn, maar leeg. Met hoeveel waren ze? vierhonderduizend? vierhonderdtwintigduizend? hoe dan ook, ze waren.

Ik ben op zoek naar een paar duizend verdwenen mensen, de bewoners van mijn dal, en hier stuit ik op een gigantische uittocht, massale desertie. Een (onvoorstelbare) gebeurtenis heeft ook hier de mensen in hun slaap verrast: het nachtelijk terugdeinzen van het gemeenschappelijke leven heeft zich eenvoudigweg voortgezet, op onverklaarbare wijze voortgezet. Want ook al houd ik mezelf steeds weer voor dat ze gevlucht zijn, in werkelijkheid zijn ze niet gevlucht, net zomin als de bevolking van Pompeï. Maar ze zijn ook niet tot as vergaan, zoals die van Hiroshima. Ze zijn op een andere manier weggegaan. Ontvoerd. Weggerukt. Uit hun eigen huizen en stoelen meegelokt. Misschien wel uit hun lichamen.

(..)

Widmad is uitgestorven. De vlaggen die naast elkaar op het terras voor de Kurzaal staan, wapperen vrolijk, stom, alleen voor mij. En de geraniums die het kleine gemeentehuis opluisteren, en het verkeerslicht dat bij de toegang tot het Marktplein knippert. Het natte asfalt weerkaatst alleen voor mij de lichten en de versierde gevels van de grote hotels.

Ik zet mijn auto midden op de weg: niemand zal er last van hebben. Het zwijgen van de motor maakt dat ik mij nog eenzamer voel, ik, die dat geluid haatte.

Ik ga op weg naar huis.

Vijftig minuten klimmen, in de stilte die mij een paar dagen geleden nog in vervoering bracht, langs een weggetje tussen larixen en sparren. Ik kom met moeite vooruit. Ik ben moe. Ik spits mijn oren, kijk om me heen. Ik ben bang.

Uit: Dissipatio H.G. De verdamping van de menselijke soort, Guido Morselli, Wereldbibliotheek Amsterdam, 1990; vertaling Els van der Pluym

Guido Morselli (1912-1973, Bologna, Italië)

Luca Signorelli schilderde de hel en het is fantastisch!

signorelli, orvieto2signorelli, orvieto4signorelli, orvieto6signorelli, orvieto8

Wie gelooft weet het zeker: hemel of hel. De Dag des Oordeels staat in het vooruitzicht voor wie de oren laat hangen naar de anti-christ. En hoe dat er allemaal uitziet? Ga naar het Italiaanse Orvieto, bezoek de Duomo en richt je hoofd naar boven. Beato Angelico begon in 1447, samen met Benozzo Gonzolli, aan een omvangrijke klus, die door Luca Signorelli (1445-1523, Cortona, Italië) werd afgemaakt. De verbeelding van hemel en hel, de Dag des Oordeels en de anti-christ.

Van de anti-christ weten we niet veel, want alleen de Vader weet hoe die eruit gaat zien. Mattheüs schreef: ‘Van die dag en het uur weet niemand iets af. Zelfs de engelen in de hemel weten het niet. Alleen de Vader weet het. Maar die dag kan elk moment zijn. Het is het einde der tijden en de anti-christ zal dan heersen (of de mens nu deugt of niet). Met duivelse macht.’ Hoe dat er dan uitziet? Dan gaat het om verbeelding, zoals die van Signorelli en Angelico. Signorelli had er veel ruimte voor nodig. In de Capella di San Brizio gebruikte hij alle wanden en gewelven. Het is een en al verdoemenis en glorie. Verwrongen, gespierde naakte lichamen opeengehoopt. Er is hoop en geloof, wanhoop en ongeloof. Chaos en vertwijfeling. Signorelli schilderde de fantastische taferelen op basis van de zendbrief van Paulus aan de Korientiërs. En had daarbij bekende personen in zijn hoofd, zoals Girolamo Savonarola, een monnik die beweerde dat hij het ware geloof verkondigde en de rest onder invloed was van de anti-christ. Toen hij de vuurproef deed om te bewijzen dat hij de echte gezant van God was, verbrandde hij jammerlijk.

Wie naar de fresco’s van de Italiaanse kunstenaar kijkt, ziet vooral de menselijke verbeelding van het Kwaad en die is fantasitisch!

Voor meer info over Orvieto en het werk van Signorelli zie: https://is.gd/BmPXyN

signorelli, orvietosignorelli, orvieto3signorelli, orvieto5signorelli, orvieto7

De (on)regelmatige dosis Nabokov: de assistent-regisseur

nabokov-rbth.comfoto: Horst Tappe; bron foto: rbth.com

Het personage waarover het volgende fragment gaat is zangeres La Slawska (‘zij is licht bijziende zoals Anna Karenina’). Zij verkeert in hoge militaire kringen, waar list, doodslag en bedrog aan de orde van de dag zijn. La Slawska speelt haar rol met verve in dit korte verhaal dat gedateerd is: Boston 1943. Nabokov is niet alleen een meester in de weergaloze zinnen met onweerstaanbare beelden, hij kan ook heel precies aangeven wat er niet deugt aan een persoon. En ik leerde nieuwe woorden: sneeuwmatrone, eremeermin.

Haar artistieke smaak was nihil, haar techniek lukraak, haar algemene stijl gruwelijk; maar het soort mensen voor wie muziek en sentiment één zijn, of die het prettig vinden als liederen het medium zijn voor het karakter van omstandigheden waaronder zij voor het eerst zijn aangevoeld in een individueel verleden, putte uit de geweldige welluidendheid van haar stem zowel een troost vol heimwee als een patriottische opkikkering. Men vond de uitwerking van haar zingen bijzonder sterk als er een wilde roekeloosheid in opklonk. Als zij deze overgave niet zo openlijk had geveinsd, zou dit haar nog hebben bewaard voor algehele vulgariteit. Dat kleine voorwerp dat haar ziel was kwam uit haar lied tevoorschijn en het hoogste dat haar temperament kon bereiken was een draaikolk, geen breidelloze bergstroom. Als heden ten dage in een Russisch gezin de grammofoon wordt aangezet en ik hoor haar ingeblikte altstem, dan herinner ik mij met een soort huivering de ontuchtige imitatie die zij gaf van het bereiken van haar vocale climax, waarbij zij de anatomie van haar mond ten volle tentoonspreidde in een laatste hartstochtelijke kreet; met fraai geonduleerde blauwzwarte haren en haar gekruiste handen tegen de met linten versierde medaille op haar boezem geperst dankte zij voor de orgie van applaus en zij hield haar brede zwartige lichaam helemaal stijf, zelfs als zij boog, geperst als het was in stevige zilverstof, die haar het aanzien gaf van een sneeuwmatrone of een eremeermin.

Uit: De assistent-regisseur; uit: Lente in Fialta, verhalen, Bezige Bij Amsterdam, 1981; vertaling M. Coutinho

Vladimir Nabokov (1899-1977, Sint Petersburg, Rusland)