Schrijver ontmoet schrijver: ongemak

Schrijvers bewonderen schrijvers, dat kan. Heine bewonderde Goethe; Gogol was onder de indruk van Poesjkin (wie niet) en Carmiggelt liep leeg bij Elsschot. Dat ontmoetingen tussen fan en idool niet altijd even vlekkeloos verliepen, ongemakkelijk waren, tonen deze volgende anekdotes:

Heinrich_Heine; nl.wikipedia.org

Heinrich Heine; bron illustratie: nl.wikipedia.org

Er zijn beroemde ontmoetingen tussen schrijvers. Zo bezocht de jonge Heinrich Heine de oude Wolfgang Goethe in Weimar. De Herr geheime Rath speelde bij zulke gelegenheden de welwillende beroemdheid en zijn bezoekers werden geacht zich eerbiedig en bewonderend te gedragen. Goethe vroeg belangstellend: ‘Woran arbeiten Sie jetzt, Herr Heine?’ Heine, die vaak erg brutaal was, antwoordde: ‘An einem Faust, Excellenz!’ – terwijl toch bekend was dat er in Duitsland, ja in de hele wereld, maar één man aan een Faust bezig was, en dat was Goethe.

N.Gogol_by_A.Ivanov_1841; nl.wikipedia.org

Nicolaj Gogol geschilderd door Ivanov in 1841; bron illustratie: nl.wikipedia.org

Dan heb je, enige jaren later, Gogol, die uit zijn Oekraïense vaderland naar Petersburg komt om carrière te maken. Zijn eerste gang is naar Poesjkin, toen – zoals nu – beschouwd als Ruslands grootste dichter. Hij belt aan, een knecht doet open en zegt: ‘Meneer slaapt.’ (In het Russisch gebruikt men in zulke gevallen de pluralis majestatis. Die knecht zei letterlijk: ‘Zij slapen.’) ‘Zeker laat gewerkt, gisteravond?’ vroeg Gogol beleefd. ‘Kaartspelen zul je bedoelen,’ antwoordde de knecht.

carmiggelt; knack.beSimon Carmiggelt; bron foto: knack.be

In dat rijtje hoort ook de beroemde ontmoeting tussen Carmiggelt en Elsschot op zondag 29 mei 1960. Carmiggelt was in Antwerpen, en besloot bij Elsschot langs te gaan. Hij belde aan in de Lemméstraat. Elsschot deed open. ‘Ik kan u niet onderhouden,’ zei hij, ‘ik moet naar bed om te gaan rusten. Want ik kom net uit het ziekenhuis, waar ik een operatie heb ondergaan.’ ‘Ik kom alleen maar even gedag zeggen,’ zei Carmiggelt.

Dat was op zondag 29 mei. Twee dagen later stierf Elsschot, en nog weer een paar dagen later kreeg Carmiggelt een brief van hem, die hij op maandag had geschreven en waarin hij zich verontschuldigde dat hij zijn vriend Carmiggelt niet herkend had.

Uit: Ontmoetingen met Elsschot; uit: De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen – Karel van het Reve, Van Oorschot, Amsterdam, 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s