Bijna iedere dag muziek: de Wainwrights

Ik probeer natuurlijk niet in God te geloven, maar soms gebeuren er dingen in muziek, in songs, waardoor ik ineens pas op de plaats maak en achter mijn oor ga krabben. Wanneer dingen opgeteld meer zijn dan de som der delen, wanneer de bereikte effecten onverklaarbaar zijn, dan komen atheïsten zoals ik op moeilijk terrein. Neem bijvoorbeeld Rufus Wainwrights versie van zijn vader Loudons One Man Guy. Er is eigenlijk niets dat het zo bijzonder maakt: het is een mooi liedje, maar het is een beetje wrang, een beetje triest, geestig – de grap is dat dit lied niet over de vreugden van de monogamie gaat, maar over de vreugden van solipsisme en misantropie, een grapje dat nog een extra lading krijgt door de seksuele geaardheid  van Wainwright junior (homoseksueel) – en je kunt je moeilijk voorstellen dat God de tijd heeft om zijn opwachting te maken in zoiets wrangs met zoveel zelfspot. Maar gek genoeg doet Hij het toch. Daar is geen twijfel aan.

Voor mij doet Hij zijn intrede aan het begin van het tweede couplet, net wanneer Rufus en zijn zus Martha tweestemmig gaan zingen. Het is misschien veelzeggend (of misschien geeft Hij alleen maar blijkt van een tot nu toe onvermoed gevoel voor humor) dat zijn aanwezigheid voor het eerst duidelijk wordt bij de zin ‘People meditate, hey, that’s just great, trying to find the inner You’. Het is de harmonie die het ‘m doet, maar of dat oorzaak of gevolg is blijft een onuitgemaakte zaak. Maakt God zijn entree omdat Martha en Rufus zo mooi samen zingen – hoort Hij het in de verte en denkt Hij: Hé, dat is mijn soort muziek en ik ga even kijken wat er gaande is? Of stelt Hij ze in staat om samen te zingen – heeft Hij in de gaten wat ze proberen te doen en helpt hij ze een handje?

(..)

Ik weet niet of er woorden bestaan om te beschrijven wat er gebeurt wanneer twee stemmen versmelten (en is de kracht, de schoonheid en de pure perfectie van een simpel akkoord niet een beetje, je weet wel, Outer Limits? Geen wonder dat Pythagoras zich zo druk maakte over harmonie). Ik kan alleen maar zeggen dat ik dingen kan horen die er niet zijn, dingen kan zien en voelen die ik normaal niet zie en voel, en ga beseffen dat er inderdaad misschien zoiets als een onsterfelijke ziel bestaat of op zijn minst dat er een verenigend menselijk bewustzijn bestaat, en dat ons leven te kort is maar zin heeft. Afgezien daarvan weet ik eigenlijk niet of er daardoor zoveel verandert. Maar ik ga niet te vaak naar dit soort dingen luisteren, maar je weet maar nooit.

uit: 31 songs – Nick Hornby, Atlas Amsterdam, 2003; vertaling Anneke Goddijn

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s