Sá-Carneiro over zijn briefwisseling met Pessoa: ‘Jouw brieven zijn iets wezenlijks goeds’

pessoa en sa-carneiro; oturismo.ptPortugese schrijvers Pessoa (links) en Sá-Carneiro. bron foto: oturismo.pt

Vertaler Harrie Lemmens weet als geen ander dat de Portugese literatuur wel een zetje kan gebruiken in ons land. Hij geeft in de roman De bekentenis van Lúcio van Mário de Sá-Carneiro in zijn nawoord informatie over de Portugese schrijver. Bijvoorbeeld over diens verhouding met de allergrootste moderne Portugese schrijver Fernando Pessoa. Ze hebben vier jaar lang intensief briefcontact gehad.

1912 is het jaar waarin Sá-Carneiro kennis maakt met Fernando Pessoa, en tot aan zijn dood, vier jaar later, zullen ze bevriend blijven en een intensieve correspondentie met elkaar voeren. Helaas beschikken we alleen over Mário’s brieven, die van Pessoa zijn op één na (plus twee nooit verstuurde), spoorloos verdwenen. Het zijn met name deze brieven die veel verduidelijken van Sá-Carneiro’s ontwikkeling, maar ook van die van Pessoa, hetgeen des te jammerder maakt dat ze zijn verdwenen (waarschijnlijk heeft de hoteleigenaar ze na de zelfmoord van Sá-Carneiro weggegooid als overtollige rest van een vervelend incident). We zien Sá-Carneiro als een, ondanks alle contacten die hij heeft, eenzaam en steeds eenzamer wordend dichter, die vanuit ‘zijn’ Parijs voortdurend smekende oproepen doet aan Pessoa om toch vooral te schrijven, zodat hij daar kan voortleven waar hij meer dan waar ook, misschien als enige, leeft: in de taal, de Portugese taal, de steeds verder te vernieuwen dichterlijke taal. Daar waar kan worden bereikt wat in de realiteit niet te verwezenlijken is. ‘Jouw brieven, beste Fernando, zijn iets wezenlijks goeds dat mij troost, bezielt, verrukt – die maken me heel even gelukkig,’ zo schrijft hij in een brief en het wordt op veel verschillende manieren herhaald. Hij wil het bijzondere, alles wat ver van het banale verwijderd is. In zijn brief van 21 januari 1913 weidt hij uitvoerig uit: ‘Ik verafschuw alcohol. Ik rook niet. Gok niet. Gebruik geen morfine of cocaïne. Absint smaakt me niet. Ik eet iedere avond op een andere tijd in steeds weer een ander restaurant. Bestel de meest uiteenlopende gerechten. Ik ga om drie uur ’s nachts naar bed of om negen uur ’s avonds. Ik ben niet in staat vaste tijden voor wat dan ook aan te houden, gewoonten te hebben. En daarom drink ik niet en rook ik niet, enzovoort. Elke verslaving is een gewoonte, alleen een slechte gewoonte. Ik heb zo’n afkeer van gewoonten dat ik een harnas van fantastisch staal draag tegen verslaving. Ik zal nooit verslaafd kunnen zijn, net zoals ik nooit een ordentelijk levend mens kan zijn.’

Uit: nawoord van Harrie Lemmens bij De bekentenis van Lúcio, Mário de Sá-Carneiro, Arbeiderspers Amsterdam, 1993

Mário de Sá-Carneiro (1890-1916, Lissabon, Portugal)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s